RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.17422 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. R.E. Temmen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen). Procesverloop Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 24 september 2018 (het bestreden besluit). Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.17423, plaatsgevonden op 25 oktober
- Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen M. Idemudia. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Niet in geschil is dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag van eiser. Eiser heeft eerder in Duitsland een asielverzoek ingediend. Verweerder heeft daarom de Duitse autoriteiten gevraagd eiser terug te nemen op grond van de Dublinverordening. Hiermee hebben de Duitse autoriteiten ingestemd.
- Nu Duitsland het terugnameverzoek heeft geaccepteerd moet worden aangenomen dat Duitsland de (opvolgende) asielaanvraag van eiser zal behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Bij die aanvraag kan eiser zijn werkelijke asielmotief naar voren brengen. Bij voorkomende problemen tijdens die asielprocedure dient eiser daarover te klagen bij de Duitse autoriteiten.
- In geschil is of verweerder toepassing had moeten geven aan de humanitaire clausule. Verweerder heeft daarin een ruime beoordelingsvrijheid. Eiser stelt dat hij zich in Duitsland niet veilig voelde en daar niet heeft durven te verklaren over zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder heeft de door eiser aangevoerde feiten en omstandigheden niet zodanig bijzonder hoeven achten dat hij om die reden de verantwoordelijkheid voor de behandeling van de asielaanvraag aan zich had moeten trekken.
- Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. M.J.L. Holierhoek, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier, op 25 oktober
- Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.