← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:13367

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.18133 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. R.E. Temmen), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H.J. Toonders). Procesverloop Bij besluit van 3 oktober 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Tsjechië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorziening te treffen tot op zijn beroep is beslist (NL18.18134). Het onderzoek op zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak NL18.18134, plaatsgevonden op 1 november

  1. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak op zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  2. Eiser is geboren op [geboortedatum] en heeft de Kazachse nationaliteit. Zijn asielaanvraag van 6 mei 2018 is niet in behandeling genomen onder de overweging dat Tsjechië de verantwoordelijke lidstaat is op grond van de Dublinverordening.
  3. Vaststaat dat eiser in Tsjechië reeds vijf maal zonder succes een asielverzoek heeft gedaan en dat Tsjechië op basis daarvan de verantwoordelijkheid voor de terugname van eiser heeft aanvaard.
  4. Eiser heeft aangevoerd dat hij vreest zonder inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag door Tsjechië te zullen worden teruggestuurd naar zijn land van herkomst, waar hij stelt te vrezen voor zijn leven.
  5. Verweerder heeft terecht overwogen dat Tsjechië gebonden is aan de Europese asielrichtlijnen. Zeker nu Tsjechië heeft ingestemd met de terugname van eiser moet ervan uit worden gegaan dat de asielaanvraag met inachtneming van die richtlijnen zal worden behandeld. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij desondanks te vrezen heeft voor réfoulement. Voor zover hij zich in dit verband heeft beroepen op zijn medische situatie heeft eiser niet onderbouwd dat die bij overdracht aan Tsjechië zal leiden tot schending van artikel 3 van het EVRM.
  6. Het beroep is ongegrond.
  7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier, op 1 november
  8. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening. Verordening (EU) nr. 604/2013 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.