← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:13382

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.17616 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. M.B. van den Toorn-Volkers), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M.A.M. Janssen). Procesverloop Bij besluit van 25 september 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.17617, plaatsgevonden op 25 oktober

  1. Eiser en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  2. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Armeense nationaliteit.
  3. Niet in geschil is dat eiser met gebruikmaking van een Italiaans Schengenvisum vanuit Armenië naar Italië is gereisd en dat hij eerder in Frankrijk en Duitsland heeft gevraagd om asiel.
  4. Uit door verweerder verkregen informatie van de Dublin-liaisonambtenaar IND bij de Dienst Vreemdelingenzaken in België, neergelegd in een memo van 15 juni 2018, blijkt dat Frankrijk op basis van een fictief claimakkoord heeft vastgesteld dat Italië verantwoordelijk is voor eisers verzoek om internationale bescherming en om die reden het latere overnameverzoek van Duitsland heeft afgewezen.
  5. De in beroep aangevoerde omstandigheid dat brondocumenten hiervan ontbreken, is geen reden om aan de verantwoordelijkheid van Italië te twijfelen. Daarbij is van belang dat uit het dossier blijkt dat Italië op 5 juli 2018 op verzoek van Nederland nogmaals heeft ingestemd met overname van eiser. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder dan ook terecht geconcludeerd dat Italië de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van eisers asielaanvraag.
  6. Verweerder heeft in het bestreden besluit ook terecht overwogen dat eisers gestelde vrees voor het Armeense afperscircuit in Italië niet tot een andere uitkomst leidt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Italië daadwerkelijk problemen zal krijgen en evenmin dat de Italiaanse autoriteiten hem hiertegen niet kunnen of willen beschermen.
  7. Voor zover eiser heeft gesteld dat zijn vrouw en drie kinderen in Frankrijk verblijven en daar een asielstatus hebben, dan wel daarvoor in procedure zijn, heeft verweerder terecht overwogen dat eiser dit op geen enkele wijze aannemelijk heeft gemaakt. De Dublin-liaisonambtenaar is door verweerder gewezen op de stelling van eiser dat diens gezin in Frankrijk zou verblijven, maar heeft hierover geen bevestigende informatie verstrekt. Gelet hierop was er voor verweerder dan ook geen aanleiding om de toepasselijkheid van de gezinsbepalingen uit de Dublinverordening te onderzoeken.
  8. Het beroep is ongegrond.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 25 oktober
  10. Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.