vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/542120 / HA ZA 17-1142 Vonnis van de meervoudige kamer van 21 november 2018 in de zaak van [eiser] te [plaats] , gemeente [gemeente] , eiser, advocaat: mr. Z.M. Alaca te Eindhoven, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) te Den Haag, gedaagde, advocaat: mr. E.W. Brans te Den Haag. Eiser zal worden aangeduid als ‘ [eiser] ’ en gedaagde als ‘de Staat’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 20 oktober 2017 met producties; de conclusie van antwoord met producties; het buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte proces-verbaal van comparitie van 10 oktober 2018. 1.2. Ten slotte is een datum voor het wijzen van vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] is zelfstandig ondernemer. Hij is eind juni 2012 ziek geworden en in het ziekenhuis opgenomen. Daar bleek dat hij een pneunomie had ten gevolge van acute Q-koorts. In juli 2013 en juli 2014 hebben zijn behandelend artsen geconcludeerd dat hij leed aan het Q-koortsvermoeidheidssyndroom. 2.2. Q-koorts is een infectieziekte die van dieren op mensen kan worden overgedragen, een zogenoemde zoönose. De verwekker van Q-koorts is het micro-organisme Coxiella burnetii (hierna: C. burnetii). C. burnetii is zeer besmettelijk en kan vele diersoorten infecteren. Het inademen van een besmet aerosol (vocht- of stofdeeltje) wordt beschouwd als de belangrijkste besmettingsroute. De incubatietijd van Q-koorts varieert van 2 tot 48 dagen, met een gemiddelde periode van 14 tot 24 dagen. Humane besmetting met Q-koorts manifesteert zich in verschillende vormen. In de meeste gevallen (zo’n 60%) verloopt de ziekte zonder klachten. In de rest van de gevallen vertonen geïnfecteerde personen wel ziekteverschijnselen, in de regel met een griepachtig ziektebeeld. In een kleine minderheid van de gevallen (ca 2 tot 3%) heeft de ziekte een ernstig beloop, zelfs met mogelijk de dood tot gevolg. Bij één tot vijf procent van de geïnfecteerde personen ontwikkelt zich chronische Q-koorts. Ongeveer 20% van de Q-koortspatiënten ontwikkelt het Q-koortsvermoeidheidssyndroom. 2.3. In de periode van 1978 tot en met 2006 werden in Nederland gemiddeld zeventien gediagnosticeerde gevallen van humane besmetting met Q-koorts per jaar gemeld, waarbij de aantallen varieerden tussen 1 en 32 gevallen per jaar. Het ging vooral om besmettingen van mensen die zich beroepsmatig met vee(teelt) bezighielden, zoals veehouders, dierenartsen en slachthuispersoneel. 2.4. In 2007-2010 heeft zich in Nederland een Q-koorts-epidemie voorgedaan, waarbij veel mensen als gevolg van besmetting met C. burnetii ziek zijn geworden. In 2007 werden 168 humane besmettingen met C. burnetii (hierna: ziektegevallen) gemeld. Het aantal meldingen liep in 2008 op tot 1.000 en in 2009 tot 2.354. In 2010 daalde het aantal gemelde ziektegevallen naar 504. In de daaropvolgende jaren 2011 tot en met 2015 werden respectievelijk 81, 66, 19, 28 en 22 ziektegevallen gemeld. Ten tijde van de comparitie waren als gevolg van de epidemie naar schatting 75 mensen overleden aan de gevolgen van Q-koorts. 2.5. De epidemie begon met een uitbraak van Q-koorts in Herpen, in mei-juli 2007. In de periode 2007-2010 heeft de Staat maatregelen getroffen om de uitbraak van Q-koorts in te dammen. Onder meer is in dat verband Q-koorts op 9 juni 2008 aangewezen als besmettelijke dierziekte en zijn maatregelen getroffen op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). Eind 2008 is aangevangen met vaccinatie van geiten en schapen in de omgeving van de getroffen gebieden. Vanaf december 2009 zijn drachtige dieren op besmette bedrijven geruimd. 2.6. Op 19 januari 2010 werd de Evaluatiecommissie Q-koorts (commissie Van Dijk) ingesteld door het kabinet. Op 22 november 2010 bracht zij haar rapport “Van verwerping tot verheffing, Q-koortsbeleid in Nederland 2005-2010” in de openbaarheid. Het rapport (hierna ook: het Rapport commissie Van Dijk) bevat diverse conclusies en aanbevelingen. 2.7. Op 19 juni 2012 verscheen het rapport “Het spijt mij; Over Q-koorts en de menselijke maat” van de Nationale ombudsman. In dit rapport (hierna ook: het Rapport Nationale ombudsman) heeft de ombudsman geoordeeld dat er door de keuzes die de verantwoordelijke ministeries gedurende de jaren 2006-2009 hebben gemaakt een forse disbalans is ontstaan ten opzichte van de omwonenden en passanten die de gevolgen van Q-koorts hebben ervaren en dat deze disbalans dient te worden gecompenseerd. De Nationale ombudsman heeft de Staat geadviseerd om onder andere “een goed geformuleerd excuus aan te bieden aan q-koortspatiënten en nabestaanden” en een financiële tegemoetkoming aan te bieden “in concrete situaties die gekenmerkt worden door de hardheid van de consequenties voor individuele getroffenen van de Q-koorts.” 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert, samengevat, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: te verklaren voor recht dat de Staat jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld door hem niet of onvoldoende te informeren over de hem bekende gevaren van Q-koorts; te verklaren voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door te lang na te laten adequate maatregelen te treffen om hem te beschermen tegen de gevaren van Q-koorts; te verklaren voor recht dat de Staat als gevolg van zijn onrechtmatig handelen gehouden is om de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade van [eiser] volledig te vergoeden, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 21 september 2015, althans de dag der dagvaarding, althans met ingang van de dag waarop de schade van [eiser] opeisbaar is (geworden); e Staat te veroordelen in de kosten van deze procedure, vermeerderd met wettelijke rente; de Staat te veroordelen in de nakosten. 3.2. De Staat voert verweer. 4De beoordeling 4.1. [eiser] stelt de Staat uit hoofde van onrechtmatige daad aansprakelijk voor de door hem gestelde schade, die in een schadestaatprocedure zou moeten worden begroot. [eiser] stelt dat de Staat door (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.