RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage CB Rolnr.: 7111416 RL EXP 18-17122 20 november 2018 [jw.sys.1.rolnummer] Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisende partij, gemachtigde: mr. P.D. Bosma (Berlinger Advocaten) tegen de naamloze vennootschap TUI Nederland N.V., statutair gevestigd en kantoorhoudende te Rijswijk, gedaagde partij, gemachtigde: [gemachtigde] (TUI). Partijen worden aangeduid als “ [eiser] ” en “TUI”. 1Het procesverloop 1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 19 juli 2018, met 5 producties (nrs. 1 tot en met 5); de conclusie van antwoord van 12 september 2018, met 3 producties (nrs. 1 tot en met 3); de brief van de gemachtigde van [eiser] , met een aanvullende productie (nr. 6). 1.2 Op 9 november 2018 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden. Daarbij zijn namens partijen hun gemachtigden verschenen. Van het verhandelde ter comparitie van partijen zijn door de griffier zakelijke aantekeningen gemaakt. Een schikking is niet bereikt. 1.3 Vonnis is bepaald op heden. 2De feiten 2.1 Op 14 juni 2016 heeft [eiser] ten behoeve van hemzelf en vier medepassagiers/gezinsleden bij TUI een vliegreis geboekt van Amsterdam naar Curaçao en vice versa, met heenvlucht op 5 juli 2016 (vluchtnummer OR 377) en terugvlucht op 20 juli 2016 (vluchtnummer OR 394). De betreffende vluchten zijn uitgevoerd met een vliegtuig van TUI. 2.2 Tijdens de terugvlucht is een op naam van [eiser] ingecheckte koffer kwijtgeraakt. [eiser] heeft van de vermissing van de koffer aangifte gedaan bij Swissport, de bagageafhandelaar van TUI. 2.3 In verband met de vermissing van de koffer heeft TUI op 18 oktober 2016 een bedrag van € 1.230,- aan schadevergoeding aan [eiser] uitgekeerd. 3De vordering 3.1 [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (I.) TUI te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem € 1.955,34 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van art. 6:119 BW over dit bedrag vanaf 20 december 2016, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening , alsmede het bedrag van € 544,50 ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten; (II.) TUI te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris gemachtigde daaronder begrepen, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het door de Rechtbank te wijzen eindvonnis, en - voor het geval voldoening binnen deze termijn niet plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode na het aflopen van deze termijn; (III.) TUI te veroordelen tot betaling aan hem van de na het gewezen vonnis verschuldigde kosten binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, begroot op € 131,00 zonder betekening in conventie of reconventie, begroot op € 205,00 zonder betekening in conventie en reconventie tezamen, telkens te vermeerderen met € 68,00 in geval van betekening van het vonnis en - voor het geval TUI die kosten niet binnen 14 dagen voldoet – te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode na het aflopen van deze termijn. 3.2 Aan deze vordering legt [eiser] ten grondslag dat de waarde van de vermiste koffer en de inhoud daarvan het uitgekeerde bedrag van € 1.230,- overschrijdt en dat tot de inhoud van de koffer ook behoorde bagage van zijn medereizigers. De aansprakelijkheidslimiet in het luchtvervoer is weliswaar € 1.230,-, maar dat bedrag is per passagiers en omdat de inhoud van de koffer toebehoorde aan meerdere passagiers heeft hij recht op een veelvoud van de aansprakelijkheidslimiet. 4Het verweer 4.1 TUI voert gemotiveerd verweer. Het verweer van TUI komt erop neer dat TUI stelt dat [eiser] akkoord is gegaan met een uitkering van € 1.230,- en nu niet meer het meerdere kan claimen. Daarnaast geldt de aansprakelijkheidslimiet per koffer en niet per passagier. Vervolgens had hij, in het geval de waarde van de koffer en inhoud het bedrag van € 1.230,- overschrijdt, voorafgaand aan de reis de hogere waarde aan TUI moeten opgeven, maar dat heeft hij niet gedaan. En tenslotte betwist TUI dat de door [eiser] opgegeven bagage zich in de koffer bevond dan wel dat deze de door hem opgegeven waarde vertegenwoordigde. 5De beoordeling 5.1 Waar het in deze procedure in feite om gaat is het antwoord op de juridische vraag of de aansprakelijkheid van de luchtvervoerder, die is beperkt tot een bepaald bedrag per passagier zo uitgelegd moet worden dat een passagier slechts recht heeft op eenmaal het betreffende bedrag bij verlies van zijn koffer of bagage, zoals TUI stelt, of dat iedere passagier recht heeft op dat bedrag, indien in een koffer bagage van meer dan een passagier vervoerd werden, zoals [eiser] stelt. Los daarvan gaat het nog om de vraag of [eiser] reeds in finale kwijting heeft toegestemd en of voldoende vaststaat dat de door [eiser] geclaimde goederen zich in de vermiste koffer bevonden. 5.2 De kantonrechter zal eerst ingaan op de vraag of TUI het bedrag van € 1.230,- tegen finale kwijting heeft betaald. TUI heeft zich wat dat betreft primair beroepen op het ‘Restitutieformulier Klantenservice TUI Nederland’, dat als productie 2 bij de conclusie van antwoord is gevoegd en dat de volgende bepaling bevat: Verzender verklaart tevens alle declaraties over de betreffende reis ingediend te hebben en niets meer te vorderen te hebben van TUI met betrekking tot de betreffende reis. 5.3 Tijdens de comparitie van partijen kon de gemachtigde van TUI echter niet aangegeven op welke wijze dit formulier tot stand was gekomen, of dit formulier afkomstig was van [eiser] of dat [eiser] het formulier onder ogen was gekomen. In dat licht kan TUI zich naar het oordeel van de kantonrechter niet op de inhoud van dit formulier beroepen in de zin dat [eiser] ter zake van het verlies van de koffer niets meer van TUI te vorderen zou hebben. 5.4 Ook uit de correspondentie tussen TUI en [eiser] , zijn vrouw en/of zijn gemachtigde kan een finale kwijting niet aangenomen worden. In de brief van 8 september 2016 (productie 4 bij dagvaarding) geeft de Duitse raadsman van [eiser] reeds aan dat de totale schade € 3.185,34 zou bedragen. Weliswaar geeft TUI in de correspondentie van haar kant aan dat zij van oordeel is dat haar aansprakelijkheid voor het verlies van de koffer is beperkt tot een bedrag van € 1.230,- (e-mail van 12 oktober 2016, productie 1 bij conclusie van antwoord), maar bij haar bevestiging dat het bedrag van € 1.230,- was overgemaakt (e-mail van 18 oktober 2016) maakt TUI geen voorbehoud dat dat bedrag ter finale kwijting is, terwijl de Duitse raadsman van [eiser] meteen daarna, reeds bij brief van 24 oktober 2016 (in productie 4 bij dagvaarding) aangeeft dat de inhoud van de koffer aan verschillende reizigers toebehoort en dat [eiser] aanspraak maakt op de totale waarde van de koffer en inhoud. Het meest verstrekkende verweer van TUI wordt daarmee verworpen. 5.5 Dan komt de vraag aan de orde op welke wijze de aansprakelijkheidsbeperking van de luchtvervoerder moet worden uitgelegd. Zowel uit artikel 22 van het Verdrag van Montreal, als de daarop gestoelde EU-Verordening 2027/97 en artikel 8:1400 lid 2 Burgerlijk Wetboek blijkt dat de aansprakelijkheidsbeperking van de luchtvervoerder voor schade aan of verlies van bagage is beperkt tot een bepaald bedrag per passagier. 5.6 Op de overeenkomst tussen [eiser] en TUI zijn mede toepasselijk de ‘aanvullende voorwaarden vliegreizen’ van TUI, waarvan de artikelen 13 en 14 luiden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.