Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/560710 / KG ZA 18-1008 Vonnis in kort geding van 8 november 2018 in de zaak van HAPPY BIRDS BREEDING & TRADING te Veldhoven, eiseres, advocaat mr. P.W.H. Stassen te Eindhoven, tegen: DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Economische Zaken, meer in het bijzonder het Inkoop Uitvoering Centrum EZ) te Den Haag, gedaagde, advocaat mr. M.B.G. Stevens te Den Haag. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘Happy Birds’ en ‘de Staat’. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 5 oktober 2018, met producties; - de brief van mr. Stevens van 23 oktober 2018, met producties - de faxbrief van mr. Stassen van 24 oktober 2018, met productie; - de op 25 oktober 2018 gehouden mondelinge behandeling, waarbij door de Staat pleitnotities zijn overgelegd. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald op heden. 2De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 2.1. Happy Birds drijft onder de naam ‘Zoo Veldhoven’ een onderneming in de vorm van een dierentuin te Veldhoven, met daarin onder meer een vogelpark. De heer [A] (hierna: ‘ [A] ’) is via zijn vennootschappen Happy Birds Holding B.V. en Zoo Veldhoven B.V. indirect aandeelhouder en bestuurder van Happy Birds. [A] is tevens bestuurder van de Stichting Worldwide Eagle Breeding (hierna: ‘Stichting WEB’). 2.2. Happy Birds heeft in juni 2017 een inschrijving ingediend op drie percelen van de openbare aanbesteding ‘Opvang, verzorging en transport van in beslag genomen dieren’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het betrof de percelen 1 (inheemse vogels), 2 (uitheemse vogels) en 3 (inheemse zoogdieren). 2.3. RVO heeft op 17 augustus 2017 voor elk van de hiervoor genoemde percelen met ingang van 1 augustus 2017 een raamovereenkomst met Happy Birds gesloten met een looptijd van drie jaar. In deze raamovereenkomsten is onder meer het volgende bepaald: “1.1 Opdrachtgever is gerechtigd gedurende de looptijd van deze Raamovereenkomst een opdracht te verstrekken voor een opdracht tot het verrichten van Diensten [lees: werkzaamheden op het gebied van opvang, verzorging en transport van inheemse en uitheemse (beschermde) dieren, toev. vzr.]. Opdrachtnemer is verplicht naar aanleiding van een opdrachtverstrekking de opdracht uit te voeren overeenkomstig de voorwaarden van deze Raamovereenkomst. (…) 1.3 Opdrachtgever is niet verplicht om gedurende de looptijd van deze Raamovereenkomst opdrachten tot het verrichten van Diensten te verstrekken, maar is daartoe gerechtigd. Opdrachtnemer kan derhalve generlei aanspraak maken op het verkrijgen van opdrachten tot het verrichten van Diensten gedurende de looptijd van deze Raamovereenkomst.” 2.3.1. Op de raamovereenkomsten zijn de ‘Algemene Rijksvoorwaarden voor het verstrekken van opdrachten tot het verrichten van diensten 2016’ (ARVODI 2016) van toepassing. In artikel 22.6 van de ARVODI 2016 is het volgende bepaald: “Opdrachtgever kan voorts de Overeenkomst door middel van een aangetekend schrijven te allen tijde opzeggen. Tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer vindt alsdan afrekening plaats op basis van de door de Opdrachtnemer ter zake van de uitvoering van de onderhavige opdracht verrichte Diensten en in redelijkheid gemaakte kosten en van de voor de uitvoering van de opdracht in redelijkheid voor de toekomst reeds aangegane verplichtingen. Opdrachtgever hoeft Opdrachtnemer op generlei wijze anderszins schadeloos te stellen voor de gevolgen van de opzegging van de Overeenkomst.” 2.4. Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie te ’s-Hertogenbosch heeft RVO bij brief van 17 januari 2018 (abusievelijk gedateerd 17 januari 2017) onder meer als volgt bericht: “Via deze weg deel ik u mede dat op mijn parket op 7 december 2017 een proces-verbaal (…) d.d. 21 november 2017, is ontvangen. Dit is opgemaakt tegen [A] (…) Uit het proces-verbaal blijkt dat [A] voornoemd wordt verdacht van overtreding van artikel 3.2, zesde lid van de Wet natuurbescherming (het anders dan voor verkoop onder zich hebben van een vogel genoemd in Bijlage 1 bij de Vogelrichtlijn). Hij heeft op 3 oktober 2017 een door een ander met behulp van een vangkooi gevangen havik uit die kooi gehaald en vervolgens niet vrijgelaten, maar in zijn auto gezet. Hij had de vogel onder zich, terwijl deze niet aantoonbaar was gekweekt of gefokt. Op dat moment is hij op heterdaad aangehouden. Tijdens het aansluitend afgenomen verhoor beroept hij zich op zijn zwijgrecht. Ik zal de verdachte rauwelijks dagvaarden. Ook omdat er nog een andere zaak tegen [A] loopt. Dit betreft een proces-verbaal dat is binnengekomen op 21 maart 2017 (…) en aangevuld op 25 oktober 2017 (…) In dit proces-verbaal worden de Stichting Worldwide Eagle Breeding (hierna: de Stichting) en [A] verdacht van overtreding van artikel 3.2, zesde lid (Overtreding van het verbod tot het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben van beschermde vogels, zoals genoemd in Artikel 1 van de Vogelrichtlijn) en art. 3.37 lid 1 (Het in strijd handelen met bij ministeriële aangewezen voorschriften van EU- verordeningen) van de Wet natuurbescherming. Uit onderzoek van de NVWA is in februari 2017 gebleken, dat -er voor de steenuilen voor het kweekjaar 2016 geen pootringen zijn aangevraagd door de Stichting en/of dhr. [A] ; -5 jonge steenuilen zijn geringd met pootringen welke zijn besteld en geleverd voor een andere vogelsoort. Dhr. [A] bekende het voorgaande op 16 februari 2017 en verklaarde verder dat -de steenuilen uit een nakweek kwamen; -deze uilen waren ondergebracht in de Zoo Veldhoven; -een groot deel van de andere vogels, waaronder dus ook de steenuilen, wel in de Zoo zullen blijven en samen worden verkocht. Daarna heeft de NVWA aanvullend onderzoek verricht in oktober 2017. Uit dit aanvullend onderzoek is het volgende gebleken: -in het systeem van de Zoo stond dat één steenuil was dood gegaan en afgevoerd en dat de andere vier steenuilen zich in de Zoo zouden bevinden; -uit fysieke controle in de Zoo bleken de andere 4 steenuilen niet aanwezig te zijn en één van deze vier uilen was dood aangetroffen in een staat van ontbinding. Dhr. [A] verklaarde dat hij niet weet waar de andere betreffende steenuilen zijn gebleven. Zijn schoonzoon vertelde, dat er een mogelijkheid bestaat dat de vogels zijn ontsnapt of mogelijk zijn gepredateerd door andere roofdieren. Ook in deze zaak wordt de verdachte rauwelijks gedagvaard.” 2.5. [A] heeft RVO bij e-mail van 28 februari 2018 verzocht om een verklaring voor het feit dat de RVO al geruime tijd geen dieren meer ter opvang aan Happy Birds heeft aangeboden. 2.5.1. Bij e-mail van 8 maart 2018 heeft RVO bedoelde vraag onder meer als volgt geantwoord: “Onlangs zijn wij er door het functioneel parket van het Openbaar Ministerie te Den Bosch van op de hoogte gebracht dat er meerdere processen verbaal tegen u en uw onderneming zijn opgemaakt vanwege de verdenking van overtreding van de Wet Natuurbescherming. RVO kan het zich onder deze omstandigheden niet veroorloven om opdrachten te geven aan een partij die mogelijk schuldig is aan strafbare feiten op het terrein van natuurbescherming, die specifiek het voorwerp vormen van de te verstrekken opdrachten. Wij zijn daarom genoodzaakt om voorlopig geen dieren bij u te plaatsen, totdat u bent vrijgepleit van deze verdenkingen. Pas daarna kunt u weer in aanmerking komen voor opdrachten. Deze opschorting van diensten is ook uitdrukkelijk geregeld in onze overeenkomsten: conform artikel 1.3 is opdrachtgever niet verplicht om gedurende de looptijd van deze Raamovereenkomsten opdrachten tot het verrichten van diensten te verstrekken, maar heeft daartoe het recht. U als opdrachtnemer kunt derhalve generlei aanspraak maken op het verkrijgen van opdrachten tot het verrichten van Diensten gedurende de looptijd van deze Raamovereenkomst. Opdrachtgever kiest er nu voor om van dit recht gebruik te maken, tot het moment dat het strafrechtelijk onderzoek in uw voordeel is geëindigd.” 2.6. De economische politierechter van de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, heeft [A] op 14 juni 2018 in de zaak over de havik vrijgesproken. In de zaak over de steenuilen heeft voormelde politierechter [A] en Stichting WEB op diezelfde datum veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 1.000,--, te vervangen door 20 dagen voorwaardelijke hechtenis met een proeftijd van twee jaren. 2.6.1. De advocaat van Happy Birds heeft RVO bij e-mail van 6 juli 2018 verzocht om het besluit tot opschorting te heroverwegen. 2.7. De Staat, meer in het bijzonder het Inkoop Uitvoering Centrum EZK, heeft bij brief van 6 augustus 2018 onder meer als volgt aan Happy Birds bericht: “Na intern overleg is besloten om de drie overeenkomsten met u per 1 december 2018 op te zeggen. Voor RVO is het van cruciaal belang dat de opslaghouders die dieren voor RVO opvangen een onberispelijke reputatie hebben en houden. Door de uitspraken van de Rechtbank voldoet uw onderneming naar het oordeel van RVO niet meer aan deze eis. Er is derhalve op dit moment geen vertrouwen in uw bedrijf als contractpartner van RVO. Het verzoek van uw advocaat de heer Stassen tot heroverweging van het besluit tot opschorten van de diensten wordt hiermee eveneens afgewezen. Gevolgen van de beëindiging door opzegging Ingevolge artikel 22.6 van de ARVODI gaan partijen na opzegging over tot afrekening van de onder de overeenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.