Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 16-7587 Zaaknummer: C/09/519461 Datum beschikking: 13 november 2018 Verbetering akte burgerlijke stand en gerechtelijke vaststelling ouderschap Beschikking op het op 4 oktober 2016 ingekomen verzoekschrift van: [X] , de moeder, en [Y] , de man, beiden wonende te [woonplaats] , advocaat mr. G.B. van de Bunt te Den Haag. Als belanghebbenden ten aanzien van het verzoek tot verbetering van de geboorteakte worden aangemerkt: [ex echtgenoot X] , [ex echtgenoot X] , zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen en/of buiten Nederland, en de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Den Haag, zetelend te Den Haag, de ambtenaar. Als belanghebbende ten aanzien van het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap wordt aangemerkt: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats ] de minderjarige, hierna: [minderjarige] , in rechte vertegenwoordigd door mr. J.C. Herweijer, advocaat te Rijswijk, in de hoedanigheid van bijzondere curator. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift van de ambtenaar; het verweerschrift van de bijzondere curator; het aanvullende verweerschrift van de bijzondere curator; het bericht van 30 december 2016 met bijlage van verzoekers; het bericht van 12 januari 2017 van verzoekers; het bericht van 5 februari 2017 met bijlage van de bijzondere curator; het bericht van 1 september 2017 van verzoekers; het bericht van 13 december 2017 met bijlagen van verzoekers; het bericht van 15 augustus 2018 met bijlage van de bijzondere curator; het bericht van 17 augustus 2018 met bijlage van verzoekers. Op 20 augustus 2018 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: verzoekers, bijgestaan door hun advocaat en mevrouw [naam tolk] in haar hoedanigheid van tolk in de Russische taal; de ambtenaren mevrouw [medew. gemeente] en de heer [medew. gemeente] . [ex echtgenoot X] is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter zitting verschenen. De bijzondere curator is, bij voorafgaande kennisgeving en in overleg met de rechtbank, niet ter zitting verschenen. Wel was hij telefonisch beschikbaar voor de rechtbank. In afspraak met de aanwezige partijen is door de rechtbank na afloop van de mondelinge behandeling kort met de bijzondere curator gesproken en een samenvatting gegeven van hetgeen ter zitting is besproken. Na de zitting is het proces-verbaal ook aan de bijzondere curator toegezonden. Na de zitting heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen: het bericht van 12 september 2018 van verzoekers; het aanvullend verzoekschrift van de bijzondere curator; het bericht van 25 september 2018 van de ambtenaar. Feiten De moeder en [ex echtgenoot X] zijn met elkaar gehuwd geweest. De echtscheiding is op [echtscheidingsbeschikking] 2015 uitgesproken door de rechtbank in Rusland. Het huwelijk is op [datum ontbinding] 2015 ontbonden. Dit rechtsfeit is op [datum 1] 2015 ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Uit de moeder is [minderjarige] geboren. Op de geboorteakte van [minderjarige] staan geen vadergegevens vermeld. De moeder staat met de geslachtsnaam ‘ [ex echtgenoot X] ’ en voornaam ‘ [voornaam van de ex echtg. X] ’ op de geboorteakte. Als aangever staat de man vermeld. De moeder is op [datum 2] 2016 gehuwd met de man. De moeder en [minderjarige] hebben de Russische nationaliteit. De man heeft de Letse nationaliteit. Bij beschikking van deze rechtbank van 3 november 2016 is mr. Herweijer voornoemd benoemd tot bijzondere curator teneinde [minderjarige] ingevolge artikel 1:212 van het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen. Uit een rapport van DNA-onderzoek blijkt met meer dan 99,999% zekerheid dat de man de biologische vader is van [minderjarige] . Verzoek en verweer Het verzoekschrift, zoals dat thans luidt en naar de rechtbank begrijpt, strekt tot: verbetering van de geboorteakte nummer [nr.] van het jaar 2015, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage op [datum 3] 2015; gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over [minderjarige] en daarbij de geslachtsnaam van [minderjarige] vast te stellen als [geslachtsnaam Y] ; De ambtenaar heeft verweer gevoerd. Ten aanzien van de verbetering van de geboorteakte van [minderjarige] heeft de ambtenaar ter zitting verzoeken gedaan, in die zin dat de tweede voornaam van de moeder komt te luiden “ [tweede naam X] ” en dat de geboorteplaats van de moeder wordt toegevoegd (“ [geboorteplaats X] , Sovjetunie”). De bijzondere curator heeft – voor zover hier nog van belang – geadviseerd het verzoek van de moeder ten aanzien van de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over [minderjarige] ontvankelijk te verklaren en toe te wijzen. Daarnaast heeft de bijzondere curator voor zover noodzakelijk verzocht: het vaderschap van de man over [minderjarige] gerechtelijk vast te stellen; de ambtenaar te gelasten de geboorteakte van [minderjarige] te wijzigen, in die zin dat de geslachtsnaam van [minderjarige] komt te luiden [geslachtsnaam Y] (de rechtbank begrijpt: [geslachtsnaam Y] ). Beoordeling Rechtsmacht Nu de moeder, [minderjarige] en de man in Nederland wonen, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Familierechtelijke betrekkingen De rechtbank dient eerst te beoordelen tot wie [minderjarige] door zijn geboorte in familierechtelijke betrekkingen is komen te staan, waarbij eerst de vraag beantwoord moet worden of hij binnen of buiten een huwelijk is geboren. Artikel 10:57, eerste lid, van het BW bepaalt dat een in het buitenland na een behoorlijke rechtspleging verkregen ontbinding van het huwelijk of scheiding van tafel en bed in Nederland wordt erkend, indien zij tot stand is gekomen door de beslissing van een rechter of andere autoriteit en indien aan die rechter of andere autoriteit daartoe rechtsmacht toekwam. De rechtbank is van oordeel dat uit het door de moeder in kopie overgelegde “Divorce Certificate” volgt dat tussen de moeder en [ex echtgenoot X] de echtscheiding is uitgesproken. Die echtscheiding is vervolgens in Nederland ingeschreven. Gelet op het voorgaande was de moeder gescheiden van [ex echtgenoot X] op het moment van de geboorte van [minderjarige] . Of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekkingen komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde of gehuwd geweest zijnde man, wordt bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de vrouw en die man of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de vrouw en die man elk hun gewone verblijfplaats hebben, of indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind, alles – voor zover in deze zaak van belang – ten tijde van de ontbinding van het huwelijk van de moeder en [ex echtgenoot X] (artikel 10:92 BW). Ten tijde van de echtscheiding had de moeder de Russische nationaliteit. [ex echtgenoot X] heeft volgens de ambtenaar een onbekende nationaliteit. Uit het kopie van zijn paspoort is volgens de ambtenaar niet af te leiden dat hij de Russische nationaliteit heeft. [ex echtgenoot X] is geboren in Kaunas, Litouwen, destijds een Sovjetrepubliek. Eind 1991 is de Sovjet-Unie opgehouden te bestaan en ontstond er een nationaliteit rechtelijk vacuüm. Ook is hierbij nog van belang dat Litouwen zich voordien onafhankelijk had verklaard. Niet vastgesteld kan worden of [ex echtgenoot X] door geboorte de Russische of de Litouwse nationaliteit heeft verkregen of mogelijk stateloos is. Uit het overgelegde echtscheidingsdocument van de vrouw en [ex echtgenoot X] blijkt volgens de ambtenaar ook dat men niet wist of hij burger van de Russische federatie is. Nu de vrouw dit niet heeft weersproken gaat de rechtbank er vanuit dat niet vastgesteld kan worden dat [ex echtgenoot X] ook de Russische nationaliteit bezit. De gewone verblijfplaats van [ex echtgenoot X] ten tijde van de ontbinding is niet bekend. De moeder verbleef in Nederland. Er kan dus niet worden vastgesteld dat de moeder en [ex echtgenoot X] ten tijde van de ontbinding van hun huwelijk op [datum ontbinding] 2015 een gemeenschappelijke nationaliteit en/of een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hadden. Dat betekent dat naar het recht van de gewone verblijfplaats van [minderjarige] , te weten Nederland, moet worden beoordeeld of hij door zijn geboorte in een familierechtelijke betrekking is komen te staan tot [ex echtgenoot X] . Artikel 1:199 BW bepaalt in welke gevallen een gehuwd geweest zijnde man als vader wordt aangemerkt. Die gevallen doen zich hier niet voor. Daaruit volgt dat [ex echtgenoot X] naar het toepasselijke Nederlands recht niet kan worden aangemerkt als de vader van [minderjarige] . Het voorgaande betekent dat hetgeen de ambtenaar [naam] in de brief van 19 november 2015 aan de moeder heeft geschreven, namelijk dat het Russisch afstammingsrecht van toepassing is en dat [ex echtgenoot X] moet worden beschouwd als de juridische vader van [minderjarige] , niet juist is. Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap Toepasselijk recht Volgens artikel 10:97, eerste lid, BW wordt de vraag of en onder welke voorwaarden ouderschap van een persoon gerechtelijk kan worden vastgesteld, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van die persoon en de moeder of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar die persoon en de moeder elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Voor de toepassing van dit lid is bepalend het tijdstip van de indiening van het verzoek. De rechtbank zal het Nederlands recht toepassen, nu verzoekers geen gemeenschappelijke nationaliteit hebben, maar zij wel een gemeenschappelijke verblijfplaats in Nederland hebben. Ontvankelijkheid Op grond van artikel 1:207, eerste lid, BW kan het ouderschap van een persoon op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.