vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/544785 / KG ZA 17-1594 Vonnis in kort geding van 2 februari 2018 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEJANA BEHEER B.V., gevestigd te Helmond, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. M. Teekens te Leiden, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DUTCH REALTY HOLDING I B.V., gevestigd te Warmond, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. R. van Biezen te Den Haag. Partijen zullen hierna Hejana en DRHI genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 19 december 2017, met producties 1 t/m 5 van Hejana, de mondelinge behandeling van 19 januari 2018, de pleitnota en de aanvullende producties 6 t/m 8 van Hejana de pleitnota en producties 1 t/m 4 van DRHI, de eis in reconventie van DRHI. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Hejana heeft in januari 2011 voor een kortdurende periode een bedrag van € 300.000,- geleend. Voor de geldlening is 31 januari 2011 een leningsovereenkomst gesloten getiteld ‘overeenkomst van lening tussen Dutch Realty II BV en Hejana Beheer BV’ (hierna te noemen: Overeenkomst 1). Overeenkomst 1 luidt onder meer als volgt: ‘ONDERGETEKENDEN 1. Dutch Realty Holding 1 B.V. als 100% aandeelhouder van Dutch Realty Capital B.V. op haar beurt 100% aandeelhouder van Dutch Realty II B.V., (alle) gevestigd te Voorhout en kantoorhoudend te (..) Warmond, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [X] , hierna ook te noemen: “De Vennootschap” en 2. Hejana Beheer BV (…) hierna ook te noemen “investeerder” (…) ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT Artikel 1 - Definities (…) Lening: De door de investeerder verstrekte en door de Vennootschap ingevolge deze Overeenkomst aanvaarde lening ter grootte van € 300.000,-- (…) (…) De Vennootschap Dutch Realty Holding 1 B.V., Dutch Realty Capital B V en Dutch Realty II B.V. (…), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [X] (…) Artikel 2 - Lening De investeerder verstrekt op de Closingdatum aan de Vennootschap een lening welke lening de investeerder hierbij aanvaardt. (…)’ (opmerking rechtbank: Dutch Realty Capital B.V. en Dutch Realty II B.V. worden hierna respectievelijk Dutch Capital en DRII genoemd) 2.2. DR Capital is enig aandeelhouder en bestuurder van DRII. DRHI is enig aandeelhouder en bestuurder van DR Capital. De heer [X] is bestuurder van DRHI. 2.3. Bij notariële akte van 18 februari 2011 (hierna te noemen: de hypotheekakte) is tot zekerheid van de voldoening van de betalingsverplichtingen uit Overeenkomst 1 ten behoeve van Hejana een recht van hypotheek gevestigd op diverse onroerende zaken. In de hypotheekakte is onder meer het volgende opgenomen: ‘De comparant A verklaarde bij deze tot meer zekerheid voor de betaling van al hetgeen Dutch Realty II B.V. hierna ook te noemen de schuldenaar, schuldig is of zal worden aan de schuldeiser uit hoofde van verstrekte en/of alsnog te verstrekken geldleningen, blijkende uit (..) overeenkomsten de dato 31 januari 2011 (…) ten behoeve van de schuldeiser (..) recht van hypotheek (..) te verlenen op het hierna te omschrijven onderpand.’ 2.4. Op 17 januari 2014 heeft Hejana een nieuwe overeenkomst van geldlening ondertekend voor de duur van een jaar (hierna te noemen: Overeenkomst 2). Op het voorblad van Overeenkomst 2 staat: ‘OVEREENKOMST VAN GELDLENING Tussen Dutch Realty Holding 1 B.V. Dutch Realty Capital B.V. Dutch Realty II BV en Hejana Beheer BV’ Daarnaast houdt Overeenkomst 2, voor zover van belang, het volgende in: ‘ONDERGETEKENDEN 1. Dutch Realty Holding 1 B.V. als 100% aandeelhouder van Dutch Realty Capital B.V. op haar beurt 100% aandeelhouder van Dutch Realty II B.V., (alle) gevestigd te Voorhout en kantoorhoudend te (..) Warmond, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [X] , hierna ook te noemen: “De Vennootschap” en 2. Hejana Beheer BV (…) hierna ook te noemen Investeerder” IN OVERWEGING NEMENDE DAT: De Vennootschap en Investeerder per 31 januari 2011 rechtsgeldig een overeenkomst van geldlening zijn aangegaan voor een hoofdsom van € 300.000 (…) dat De Vennootschap op de hoofdsom per 6 oktober 2011 een bedrag van € 30.000 heeft afgelost, zodat nadien een hoofdsom ter leen is komen te resteren van € 270.000; (…) dat partijen (..) hun rechtsverhoudingen uit hoofde van de geldlening opnieuw een formele grondslag wensen te geven; dat de Investeerder bereid is per 1 januari 2014 een nieuwe overeenkomst van geldlening met De Vennootschap aan te gaan, welke De Vennootschap wenst te aanvaarden; (…) ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT Artikel 1 - Definities (…) Lening: de door de Investeerder verstrekte en door de Vennootschap ingevolge deze Overeenkomst aanvaarde lening ter grootte van € 270.000,-- (…) Onderpand: het door de Vennootschap op 18 februari 2011 gevestigde 2e hypotheekrecht op de vier retail panden, op naam van Investeerder. De Vennootschap Dutch Realty Holding 1 B.V., Dutch Realty Capital BV en Dutch Realty II B.V. (…), te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [X] (…) Artikel 3 - Looptijd en aflossing 3.1 De looptijd van de lening vangt aan op 1 januari 2014 en eindigt (..) op 31 december 2014, op welke datum de lening in zijn geheel dient te worden afgelost.’ (…) Artikel 4 - Rente 4.1 Over de Hoofdsom is door De Vennootschap vanaf de ingangsdatum aan de investeerder een rente verschuldigd van 12% per jaar (=1% per maand) berekend, ingeval van vervroegde (gedeeltelijke) aflossing, op basis van een jaar van 360 dagen en het juiste aantal verstreken dagen. (…) 4.6 Over opgekomen rentebedragen wordt geen rente vergoed. (…) Artikel 5 – Beeindiging en Opeisbaarheid (…) 5.3 verhaalkosten, inclusief alle redelijke gemaakte (buiten-)gerechtelijke kosten, worden gedragen door De Vennootschap. (…)’ 2.5. De onder artikel 4.1. van Overeenkomst 2 genoemde contractuele rente is tot en met juni 2015 aan Hejana voldaan. Daarna zijn geen (rente)betalingen meer gedaan. 2.6. DRII is met ingang van 4 augustus 2015 in staat van faillissement verklaard. DR Capital is in 2017, na ontbinding, opgehouden te bestaan. 2.7. Hejana heeft in december 2017 met verlof van de voorzieningenrechter ten laste van DRHI conservatoir beslag doen leggen onder diverse derden, alsmede op door DRHI gehouden aandelen in Dutch Realty Asset Management B.V. en K.R. Rentals B.V. 3Het geschil in conventie 3.1. Hejana vordert samengevat - veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van DRHI tot betaling van: € 356.503,92 aan hoofdsom en contractuele rente van 1 juli 2015 tot en met 7 december 2017; contractuele rente vanaf 8 december 2017 tot aan de dag van volledige betaling; en € 12.559,65 aan buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten. 3.2. Hejana voert aan dat DRHI zich in overeenkomst 2 tot hoofdelijk schuldenaar bij de geldlening heeft verbonden. Derhalve heeft Hejana krachtens Overeenkomst 2 nog een opeisbare vordering tot betaling van € 270.000,-, vermeerderd met contractuele rente en kosten. 3.3. DRHI voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4Het geschil in reconventie 4.1. DRHI vordert samengevat - dat Hejana wordt bevolen binnen twee werkdagen na dit vonnis de ten laste van DRHI gelegde beslagen op te heffen, op straffe van verbeurte van een dwangsom. 4.2. DRHI voert aan dat Hejana geen opeisbare vordering op DRHI heeft, omdat DRHI geen partij is bij de geldleningsovereenkomst. Uitsluitend DRII is schuldenaar. In de aanhef van de beide overeenkomsten was bedoeld te schrijven DRHI ‘als rechtsgeldig vertegenwoordiger van’ DR II in plaats van DRHI ‘als 100% aandeelhouder’ van DRII. Dat uitsluitend DRII de schuldenaar is, blijkt ook uit het feit dat in de hypotheekakte alleen DRII als schuldenaar bij Overeenkomst 1 wordt genoemd. Uit de hypotheekakte wordt ook duidelijk dat DRHI uitsluitend als zelfstandig bestuurder en niet als schuldenaar of hypotheekgever wordt genoemd. Voor Overeenkomst 2 geldt niets anders, aangezien die overeenkomst een voortzetting/vernieuwing van Overeenkomst 1 is, waarbij alleen wat extra financiële afspraken over rente, looptijd en andere vergoedingen zijn gemaakt. Voor het overige is Overeenkomst 2 identiek aan Overeenkomst 1. Nu Hejana aldus geen vordering op DRHI heeft, zijn de ten laste van DRHI gelegde beslagen onrechtmatig, zodat deze moeten worden opgeheven. 4.3. Hejana voert verweer. 4.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 5De beoordeling (in conventie en in reconventie) 5.1. De vorderingen in conventie en reconventie zullen hierna gezamenlijk worden besproken, omdat zij nauw met elkaar samenhangen en in de kern dezelfde vraag aan de orde stellen, namelijk of Hejana een vordering op DRHI heeft. 5.2. Aan de orde is een vordering tot betaling van een geldsom. Vooropgesteld wordt, dat bij het geven van een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, terughoudendheid op zijn plaats is. De rechter zal niet alleen moeten onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar - kort gezegd - het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. 5.3. Tussen partijen bestaat geschil over de vraag of DRHI wel partij is bij de geldleningsovereenkomst, die aan de vordering tot betaling ten grondslag ligt. 5.4. De vraag wat partijen zijn overeengekomen, hangt volgens vaste rechtspraak af van wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij op basis daarvan redelijkerwijs omtrent elkaars bedoeling hebben mogen afleiden. Daarbij mag niet uitsluitend worden afgegaan op de tekstuele uitleg van de schriftelijke overeenkomst waarin partijen hun overeenkomst hebben neergelegd, maar dat neemt niet weg dat de bewoordingen van die overeenkomst wel een belangrijk aanknopingspunt kunnen zijn voor de beoordeling wat partijen zijn overeengekomen. Ook is van belang wat de hoedanigheid van partijen is en de rechtskennis die van hen mag worden verwacht. 5.5. De voorzieningenrechter stelt in dit laatste verband voorop dat het hier gaat om een geldleningsovereenkomst, die is gesloten tussen twee professionele investeerders. Van dergelijke partijen mag een bepaalde mate van rechtskennis en ervaring met het sluiten van overeenkomsten worden verwacht. De voorzieningenrechter stelt vervolgens vast dat partijen zowel in Overeenkomst 1 als in Overeenkomst 2 onder de definities duidelijk DRHI, Dutch Capital en DRII hebben gedefinieerd als ‘De Vennootschap’, die volgens de overeenkomst de geldlening met Hejana aangaat. De namen van deze drie vennootschappen zijn ook allemaal (vetgedrukt) in de aanhef van de overeenkomst, bij de opsomming van de partijen, genoemd. De tekst van de overeenkomst biedt verder geen aanknopingspunt voor de stelling van DRHI dat de namen van DRHI en Dutch Capital in dit verband uitsluitend als vertegenwoordigers van DRII zijn opgenomen. Afgaande op de bewoordingen van de overeenkomst (zowel Overeenkomst 1 als Overeenkomst 2), moet dan ook worden geconcludeerd dat niet alleen DRII, maar ook Dutch Capital en DRHI als leningnemer moeten worden aangemerkt. 5.6. DRHI heeft aangevoerd dat het, ondanks dat dit niet de tekst zelf blijkt, wel de bedoeling van partijen was dat de lening uitsluitend door DRII zou worden aangegaan. Die partijbedoeling blijkt volgens DRHI uit het feit dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.