← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:2424

Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummers: SGR 17/6731 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 januari 2018 in de zaak tussen [eiser], wonende te [woonplaats], eiser en de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 8 september 2017 op het bezwaar van eiser tegen de aanslag forensenbelasting voor het jaar

  1. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 januari
  2. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [persoon A]. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  3. Eiser woont in [woonplaats] en is eigenaar van een recreatiewoning op het adres [adres] te [plaats] (de woning). Ter zake van de woning heeft verweerder hem voor het jaar 2017 aangeslagen in de forensenbelasting. In geschil is of dat terecht is.
  4. Eiser stelt dat hij voor het jaar 2017 niet belastingplichtig is voor de forensenbelasting omdat hij door verzakking van [weg] vanaf oktober 2016 niet met de auto het schiereiland van [nummer] op kon. Het probleem is op 1 september 2017 opgelost, maar vanaf 4 september 2017 tot begin 2018 was de woning verhuurd.
  5. Verweerder stelt dat de aanslag terecht is opgelegd omdat de woning, ondanks de door eiser gesignaleerde problemen, te voet, per fiets of vanaf het water bereikbaar was en aan eiser gedurende meer dan 90 dagen per jaar ter beschikking stond. Verweerder wijst daarvoor ook op enkele recreatiewoningen in [plaats] die alleen bereikbaar zijn na een wandeling van 20 minuten over een onverhard pad en die kennelijk toch gebruikt worden.
  6. Op grond van artikel 223, eerste lid, van de Gemeentewet kan forensenbelasting worden geheven van natuurlijke personen die niet binnen de gemeente hun hoofdverblijf hebben maar op meer dan negentig dagen van het kalenderjaar voor zich of hun gezin een binnen de gemeente gelegen gemeubileerde woning beschikbaar houden. Daarvan is sprake als in de woning op naar algemene maatschappelijke opvattingen gebruikelijk wijze kan worden gewoond, zonder dat daarvoor eerst ingrijpende aanpassingen aan de woning of aan de inrichting van de woning nodig zijn.
  7. Vast staat dat eiser niet binnen de gemeente [plaats] zijn hoofdverblijf heeft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser geen feiten en omstandigheden gesteld en aannemelijk gemaakt op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat in de woning niet kon worden gewoond. Uit de stukken komt naar voren dat de woning in 2017 gedurende ongeveer vier maanden was verhuurd. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat de woning hem gedurende de overige maanden van 2017 niet ter beschikking stond. De omstandigheid dat eiser gedurende die maanden niet met zijn auto dichtbij de woning kon komen is daartoe onvoldoende. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat, naar verweerder onweersproken heeft gesteld, de woning over korte afstand te voet of per fiets wel bereikbaar was.
  8. Het vorenstaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat gedurende het jaar 2017 de woning aan eiser gedurende ongeveer acht maanden, en dus meer dan negentig dagen, gemeubileerd ter beschikking stond. De aanslag forensenbelasting is dus terecht opgelegd en het beroep is daarom ongegrond.
  9. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C.H.M. Lips, rechter, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 januari
  10. Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.