← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:4091

RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/5922 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2018in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. T.Y. Tsang), en de Minister van Buitenlandse Zaken, verweerder (gemachtigde: mr. S. Rennen). Zitting Datum: 20 februari 2018 Zitting hebben: mr. J.L.E. Bakels, rechter, mr. C.E.B. Davis, griffier. Ter zitting zijn verschenen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder. Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij aan partijen medegedeeld dat partijen binnen vier weken na verzending van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Motivering Uit het dossier blijkt dat de door eiseres ingediende aanvraag voor het verlenen van een visum voor kort verblijf onder andere is afgewezen vanwege de twijfel van verweerder aan de uiteindelijke verblijfsduur van eiseres, nu zij ten tijde van de visumaanvraag getrouwd was met een in Nederland wonende man. Verweerder komt bij de beoordeling hiervan een ruime beoordelingsruimte toe. Verweerder onderzoekt daarbij onder andere de sociale- en economische binding van de aanvrager met het land van herkomst. De rechter kan het daaruit voortvloeiende oordeel van verweerder slechts terughoudend toetsen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij zijn beoordeling van de visumaanvraag in aanmerking heeft kunnen nemen dat eiseres getrouwd was op het moment van de aanvraag en dat haar man in Nederland woont. Los van de vraag bij wie eiseres stelt te zou hebben verbleven in Nederland heeft verweerder dit feit als een contra indicatie kunnen aanmerken. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken dat eiseres in Marokko een eigen gezin heeft waar ze de zorg voor heeft. Het enkele feit dat familie en vrienden in Marokko wonen, leidt niet tot conclusie dat de daarmee gestelde sociale binding dusdanig sterk is dat de terugkeer van eiseres naar Marokko gewaarborgd is. Eiseres heeft voorts niet met documenten aangetoond dat zij daadwerkelijk studeert in Marokko. Echter, los daarvan is het enkele feit dat zij een studie zou volgen onvoldoende om een sterkere binding met Marokko aan te nemen dan met Nederland. Eiseres heeft daarnaast niet aangetoond dat zij een economische binding heeft met Marokko. De door eiseres ingediende echtscheidingsakte, waaruit zou blijken dat eiseres sinds 20 september 2017 is gescheiden van haar in Nederland wonende man laat de rechtbank, gelet op het ex tunc-toetsingskader in deze zaak, buiten haar beoordeling. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.