RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats 's-Gravenhage Bestuursrecht zaaknummer: NL17.7841 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 januari 2018 in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. O.C. Bondam), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.A.M. van der Klis). Procesverloop Bij besluit van 10 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser is van Nepalese nationaliteit. Hij is geboren op [geboortedatum] 1992. Eiser heeft verklaard [eiser] te heten, afkomstig te zijn uit [plaats] te Nepal, hindoe van geloof te zijn en te behoren tot de Chhetri kaste. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij door een beweging dat tegen de Nepalese grondwet is, Madhesi Morcha, is gedwongen deel te nemen aan activiteiten voor deze beweging, zoals stakingen en het uitdelen van pamfletten. Toen eiser na verloop van tijd weigerde bij de bijeenkomsten van deze beweging aanwezig te zijn, werd hij gedwongen deze partij financieel te blijven ondersteunen. Eiser heeft dit geweigerd en heeft bij de politie aangifte gedaan van afpersing en daarbij de namen doorgegeven van de twee mannen die eiser hebben benaderd, [persoon 1] en [persoon 2]. Deze mannen zijn vervolgens opgepakt door de politie maar kort daarna weer vrijgelaten. Eiser is kort na de vrijlating van de twee mannen ontvoerd. De ontvoerders namen eiser mee naar een olifantenwachttoren met het doel om eiser te doden. Met een list en een sprong van de olifantenwachttoren wist eiser echter te ontsnappen aan zijn ontvoerders. Eiser is vervolgens bij zijn zus ondergedoken en heeft wederom aangifte bij de politie gedaan, nu van ontvoering. Omdat de politie had aangegeven dat eiser zichzelf moet beschermen en eiser van zijn vader had vernomen dat onbekende personen van Madhesi Morcha naar hem op zoek waren en zijn zoon en vrouw hebben bedreigd, heeft eiser besloten zijn land te verlaten. Bij terugkeer vreest eiser door Madhesi Morcha aan een door artikel 3 van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) verboden behandeling te worden onderworpen. 2. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen: - de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser; - de rekrutering en daaruit voortgevloeide problemen met de beweging Madhesi Morcha. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder hecht echter geen geloof aan de verklaringen van eiser over zijn gedwongen rekrutering door de beweging Madhesi Morcha en de daaruit voortgekomen problemen, omdat eiser naar het oordeel van verweerder hierover vaag, wisselend en in strijd met hetgeen uit openbare bronnen over de situatie in Nepal naar voren komt, heeft verklaard. 3. Eiser stelt zich op het standpunt, kort samengevat, dat hij wel degelijk consistente en geloofwaardige verklaringen heeft afgelegd. De door verweerder geconstateerde vage, summiere en tegenstrijdige verklaringen vallen allemaal onder de categorie spijkers op laag water zoeken. Volgens eiser dient hem het voordeel van de twijfel te worden gegund. Eiser verwijst in dit kader naar artikel 4 en artikel 5 van de Richtlijn 2011/95/EU, de kwalificatierichtlijn. 4. Verweerder heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd. 5.1. Ingevolge artikel 29 van de Vw 2000 kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 worden verleend aan de vreemdeling: a. die verdragsvluchteling is; of b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade, bestaande uit: 1°. doodstraf of executie; 2°. folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; of 3°. ernstige en individuele bedreiging van het leven of de persoon van een burger als gevolg van willekeurig geweld in het kader van een internationaal of binnenlands gewapend conflict. 5.2. Volgens paragraaf C1/4.4 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000) beoordeelt de IND de geloofwaardigheid van de relevante elementen. Relevante elementen zijn feiten en omstandigheden die in de volgende twee categorieën worden onderscheiden:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.