beslissing WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG Meervoudige wrakingskamer Wrakingnummer 2018/23 zaak-/rekestnummer: 550687 KG RK 18-482 parketnummers: 09/218274-17 en 09/232028-17 datum beschikking: 7 mei 2018 BESLISSING op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 513 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak van: [verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker, advocaat: mr. J. de Vries; strekkende tot wraking van: mr. D. Biever, rechter in de rechtbank Den Haag. 1De voorgeschiedenis en het procesverloop Verzoekster wordt verdacht van diefstal. Bij aanvang van de zitting bij de politierechter heeft de gemachtigde van verzoekster verzocht beide zaken aan te houden opdat het NIFP over haar een rapport kan opmaken aangaande de toerekeningsvatbaarheid. Na een korte schorsing heeft de gewraakte rechter gemotiveerd te kennen gegeven hiertoe geen aanleiding te zien. Hierop heeft verzoekster de rechter gewraakt. 2De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek Op 23 april 2018 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. De officier van justitie is verschenen. Verzoekster is niet verschenen. De gewraakte rechter is, met bericht, niet verschenen. 3Het standpunt van verzoeker Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven – ten grondslag gelegd dat verzoekster geen goed verweer over haar toerekeningsvatbaarheid kan voeren doordat de rechter het verzoek tot het opmaken van het NIFP-rapport heeft afgewezen. Hier bestond volgens verzoekster wel aanleiding toe, gelet op haar medische geschiedenis en het rapport van de reclassering. De rechter heeft aldus volgens verzoekster al een besluit over haar persoon genomen terwijl dat door een deskundige moet worden gedaan. 4Het standpunt van de gewraakte rechter De gewraakte rechter berust niet in de wraking. De rechter stelt zich op het standpunt dat hetgeen uit het dossier bekend is te weinige aanknopingspunten biedt voor het aannemen van een psychische problematiek, zoals een psychotisch beeld of ernstige verwardheid, die van doorslaggevende betekenis zou kunnen zijn voor het al dan niet aan haar toerekenen van de tenlastegelegde winkeldiefstallen. De reclassering heeft weliswaar gerapporteerd over psychische kwetsbaarheid van verzoekster en gesteld dat haar psychische gesteldheid een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het delictgedrag, maar heeft niet aangegeven dat een nader psychiatrisch of psychologisch onderzoek noodzakelijk is. Bij deze stand van het dossier is het volgens de rechter aan de verdediging een dergelijk verzoek te onderbouwen met concrete medische informatie. De rechter stelt zich op het standpunt dat hij met het afwijzen van het verzoek geen oordeel heeft gegeven over de persoon van de verdachte, maar dat hij een gemotiveerde procedurele beslissing heeft genomen die geen blijk geeft van vooringenomenheid. 5Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ter zitting bij de wrakingskamer het standpunt ingenomen dat sprake is van een zuiver processuele beslissing en dat van (schijn van) vooringenomenheid niet is gebleken. 6De beoordeling 6.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.