← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:6020

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.7757 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser (gemachtigde: mr. E.S. van Aken), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 20 april 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL18.7758, plaatsgevonden op 17 mei

  1. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen L. Totosashvili. Verweerder is niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
  2. Eiser heeft op 3 februari 2018 een asielaanvraag ingediend. Bij het bestreden besluit is die aanvraag niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
  3. Uit informatie uit Eurodac is gebleken dat eiser eerder in Zwitserland en in Duitsland een verzoek heeft gedaan om internationale bescherming. Eiser heeft zijn aanvraag in Zwitserland niet afgewacht. Zijn verzoek in Duitsland is afgewezen, waarna eiser is doorgereisd naar Nederland. Duitsland is op 5 maart 2018 akkoord gegaan met terugname van eiser. Verweerder heeft op grond hiervan terecht geconcludeerd dat Duitsland de verantwoordelijke lidstaat is.
  4. Volgens eiser heeft verweerder ten onrechte geen registertolk in de Mandingo taal gebruikt tijdens het aanmeldgehoor. Volgens eiser is niet gebleken van vereiste spoed of van andere gegronde redenen hiervoor. In het rapport van het aanmeldgehoor Dublin is evenwel aangegeven dat in de Mandingo-taal geen registertolk beschikbaar is voor de IND. Voor zover het bestreden besluit verwarring wekt door te vermelden dat er niet tijdig een registertolk beschikbaar was, is dit in het verweerschrift voldoende opgehelderd met de mededeling dat er ten tijde van het aanmeldgehoor geen registertolken waren die zich beschikbaar stellen voor de IND. Gelet hierop kon niet van verweerder worden gevergd om te wachten op het beschikbaar komen van een registertolk. Verweerder heeft dan ook voldoende onderbouwd waarom geen registertolk is gebruikt.
  5. Eiser stelt verder dat hij als LHBT’-er in Duitsland niet dezelfde bescherming kan krijgen als in Nederland. Zijn asielaanvraag is in Duitsland afgewezen en hij heeft daarbij geen toereikende rechtsbijstand gehad. Verweerder had volgens hem onderzoek moeten doen naar het verloop van de asielprocedure in Duitsland en naar de mogelijkheid van een nieuwe asielaanvraag in Duitsland. Eiser vreest nu indirecte réfoulement.
  6. Zoals verweerder al heeft gemotiveerd in het bestreden besluit, moet ervan uit worden gegaan dat Duitsland het huidige verzoek om internationale bescherming van eiser zal behandelen met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen. Dit geldt temeer nu Duitsland heeft ingestemd met de terugname van eiser. Aangenomen moet daarom worden dat eiser niet in strijd met artikel 3 EVRM of 4 Handvest EU zal worden teruggestuurd naar Eritrea en dat hij overeenkomstig de bepalingen van de Procedurerichtlijn in aanmerking komt juridische bijstand. Voor zover eiser meent dat Duitsland tekortschiet in de nakoming van zijn internationaalrechtelijke verplichtingen jegens eiser, moet eiser hierover in Duitsland klagen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem niet mogelijk of zinloos is.
  7. Het beroep is ongegrond.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van S.A.K. Kurvink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei
  9. Het proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.