Rechtbank DEN Haag – ECLI:NL:RBDHA:2018:6951
RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummers: AWB 16/23576, AWB 16/23558 en AWB 16/23581 [V-nummers] uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 16 maart 2018 in de zaken tussen 1. [eiser]geboren op [geboortedatum 1] 1957, eiser, 2. [eiseres 1]geboren op [geboortedatum 6] 1970, eiseres 1, mede namens haar minderjarige kinderen [naam 1], geboren op [geboortedatum 3] 2009 en [naam 2], geboren op [geboortedatum 4] 2011, en 3. [eiseres 2]geboren op [geboortedatum 5] 1930, eiseres 2, allen naar gesteld van Syrische nationaliteit, samen te noemen: eisers (gemachtigde mr. A.W. Eikelboom), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde mr. J. van Raak).
Procesverloop Bij besluiten van 14 oktober 2016 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van eisers van 9 juli 2014 tot verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 kennelijk ongegrond verklaard op grond van artikel 31 in samenhang met artikel 30b, onder c, van de Vw 2000. Op 14 oktober 2016 heeft de rechtbank de beroepschriften van eisers ontvangen.
Het onderzoek ter zitting, waar onderhavige zaken gelijktijdig maar niet gevoegd zijn behandeld, heeft plaatsgevonden op 2 november 2016. Partijen zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, teneinde eisers in de gelegenheid te stellen de door hen ingeschakelde contra-expert nader te laten reageren.
Het onderzoek ter zitting is hervat op 29 juni 2017. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn eerder genoemde gemachtigde. Ook was ter zitting aanwezig H. Ahmad als tolk in de Kurmandji taal. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst om verweerder te laten uitzoeken of mogelijkheden waren om onderzoek te doen naar een aantal door eisers overgelegde identiteitsverklaringen. Na ontvangst van de reacties van beide partijen heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen 1. Eisers hebben het volgende asielrelaas ten grondslag gelegd aan hun aanvragen. Eisers stellen dat zij staatloos zijn. Ze zijn afkomstig uit [plaats] in Syrië en behoren tot de Assyrische bevolkingsgroep. Ze hebben Syrië moeten verlaten als gevolg van de oorlog en omdat zij als christenen werden achtergesteld. Eiser moest meevechten met milities. Toen hij dat weigerde is hij mishandeld. Het huis van eisers, alsmede huizen van andere christenen in hun dorp, is in brand gestoken.
2.1 Verweerder heeft de aanvragen van eisers kennelijk ongegrond verklaard omdat uit taalkundig onderzoek, verricht door Bureau Land en Taal (thans: Team onderzoek en Expertise Land en Taal, hierna: TOELT), is gebleken dat eisers eenduidig niet zijn te herleiden tot de spraakgemeenschap van [plaats] in Syrië. Nu de gestelde herkomst en ook de Syrische nationaliteit niet geloofwaardig wordt geacht, hecht verweerder ook geen geloof aan de verklaringen over de problemen die eisers stellen te hebben ondervonden of vrezen te zullen ondervinden in Syrië.
2.2 Eisers hebben gewezen op de contra-expertise die zij hebben laten verrichten en betogen in het licht daarvan dat zij wel degelijk afkomstig zijn uit [plaats] in Syrië.
5.1 De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de contra-expert over de vereiste expertise beschikt om als deskundige te worden aangemerkt. Hoewel TOELT eerder in de procedure kanttekeningen heeft geplaatst bij de expertise van de door eisers ingeschakelde deskundige, blijkt uit de laatste reacties van TOELT van 21 juni 2017 dat zij de expertise van deze deskundige erkennen.
5.2 Hoewel aan verweerder moet worden toegegeven dat de contra-expertises van eiseressen 1 en 2 geen eenduidige conclusies bevatten met betrekking tot hun afkomst, is dat anders voor de contra-expertise van eiser. De contra-expert is overtuigd van de gestelde afkomst van eiser uit Noord-Syrië. Nu de aannemelijkheid van de afkomst van eiser mede bepalend is voor de aannemelijkheid van de afkomst van zijn familieleden, acht de rechtbank deze contra-expertise van belang voor alle zaken.
5.3 Naar het oordeel van de rechtbank biedt de contra-expertise van eiser voldoende concrete aanknopingspunten om te twijfelen aan de juistheid en de volledigheid van de taalanalyse van TOELT. De contra-expert onderbouwt waarom naar zijn mening eiser afkomstig is uit Syrië. Hij wijst erop dat het Kurmandji van eiser veel Arabische woorden bevat, wat typisch is voor het Kurmandji dat in Syrië gesproken wordt. Ook meent de expert dat het gebruik van bepaalde Arabische woorden erop wijst dat hij afkomstig is uit [plaats] , zoals ook door eiser is gesteld. TOELT is in de reactie van 31 mei 2016 op deze contra-expertise ingegaan op deze argumenten. TOELT geeft aan dat Arabische leenwoorden in alle varianten van het Kurmandji voorkomen.
Daarmee heeft TOELT echter niet weerlegd dat de specifiek door de contra-expert genoemde woorden typisch zijn voor het Kurmandji zoals dat wordt gesproken in Syrië in het algemeen en [plaats] in het bijzonder. TOELT wijst er weliswaar op dat twee van deze woorden voorkomen in het Kurmandji -Turkse woordenboek van Izoli, maar de contra-expert heeft hier onderbouwd op gereageerd met de opmerking dat het betreffende woordenboek achterhaald is en dat hij gebruik maakt van het recentere en in bredere kring gebruikte woordenboek van Zana Farqini. De contra-expertise biedt zodanige aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de taalanalyse van TOELT dat de rechtbank geen aanleiding ziet om op grond van artikel 8:60 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zelf een deskundige aan te stellen.
Beslissing De rechtbank,
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, rechter, in aanwezigheid van mr. C.A.C. Schaap, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2018. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.