← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2018:7413

Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 18-4159 Zaaknummer: C/09/554548 Datum beschikking: 14 juni 2018 P- nummer: 1015600 Rechterlijke machtiging op eigen verzoek Beschikking op het op 8 juni 2018 ingekomen verzoek van: de officier van justitie in het arrondissement Den Haag met betrekking tot: [betrokkene] , de betrokkene, geboren op [geboortedag] 1978, advocaat: mr. B. van Nimwegen te Zeist, verblijvende in het psychiatrisch ziekenhuis [verblijfadres] te [woonplaats] . Procedure Bij het verzoekschrift zijn de volgende stukken – voor zover van belang – overgelegd: de op 6 juni 2018 ondertekende en met redenen omklede verklaring van L. Schalk, psychiater. een op 6 juni 2018 door L. Schalk, behandelaar van de betrokkene, en de betrokkene ondertekend behandelingsplan. De rechtbank heeft de betrokkene op 14 juni 2018 gehoord. De betrokkene werd bijgestaan door haar advocaat. Verder zijn ter terechtzitting verschenen: - de behandelend psychiater, L. Schalk, - de begeleidster, [A] . Feiten De betrokkene verblijft vrijwillig in het psychiatrisch ziekenhuis. Verzoek en verweer Het verzoek strekt tot het verlenen van een rechterlijke machtiging op eigen verzoek voor de duur van één jaar van de betrokkene. Door en namens de betrokkene is ter zitting gepersisteerd bij het verzoek. Beoordeling Op het verzoek zijn van toepassing de artikelen 32, 33 en 34 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat het goed is dat de betrokkene behandeld wordt, maar hij acht een gedwongen opname niet noodzakelijk. De advocaat heeft naar voren gebracht dat de betrokkene nu in een slechte fase zit en zij het nodig vindt om alles uit handen te geven door middel van een rechterlijke machtiging op eigen verzoek. De betrokkene refereert zich aan de beslissing van de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de geneeskundige verklaring voldoende vast staat dat bij de betrokkene sprake is van een stoornis van de geestvermogens als bedoeld in de Wet Bopz, te weten een persoonlijkheidsstoornis. De rechtbank is voorts van oordeel dat uit de inhoud van overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting voldoende is gebleken dat het vereiste gevaar zich voordoet. De betrokkene levert (vooral door haar ziekte) een gevaar op voor zichzelf en een of meer anderen. De rechtbank is ten slotte van oordeel dat het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. De rechtbank overweegt daartoe dat de betrokkene nu graag in behandeling is bij het [verblijfadres] , maar er zijn kennelijk momenten dat zij daar anders over denkt. De betrokkene vreest kennelijk vooral dat zij op die moeilijke momenten door suïcidale gedachten zichzelf van het leven zal beroven. Om zich en anderen daartegen te beschermen wenst de betrokkene een rechterlijke machtiging. De rechtbank acht, gelet op vorenstaande, een machtiging in het belang van de betrokkene om haar en anderen op de moeilijke momenten te beschermen tegen het evidente gevaar van zelfdoding. In het behandelingsplan is tevens opgenomen dat de opname van de betrokkene zal geschieden in het psychiatrisch ziekenhuis [verblijfadres] te [woonplaats] . Beslissing De rechtbank: verleent een rechterlijke machtiging op eigen verzoek tot verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis van: [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1978, tot en met 14 juni 2019. (machtiging voortgezet verblijf gaat in op de dag na de datum van de beschikking, voor de duur van ten hoogste een jaar, twee jaren (art. 19) of vijf jaren (art. 17 lid4), zie Termijnennotitie) Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wien, rechter, bijgestaan door J.A. van Soest als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.