RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage es Rolnr.: 6615765 / RL EXPL 18-2129 26 juli 2018 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: [eiseres] , wonende te [woonplaats] ,eisende partij,gemachtigde: mr. S. van der Eijk, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (meer speciaal het Ministerie van Justitie en Veiligheid), zetelend te Den Haag,gedaagde partij,gemachtigde: [gemachtigde] . Partijen worden hierna [eiseres] en de Staat genoemd. 1Procedure 1.1 De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de inleidende dagvaarding van 16 januari 2018; de conclusie van antwoord; de in het geding gebrachte producties. 1.2 Op 9 mei 2018 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen [eiseres] in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde, en voor de Staat is zijn gemachtigde verschenen. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Vervolgens is de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op vandaag. 2Feiten 2.1 [eiseres] was eigenaresse van een personenauto van het merk [merk] voorzien van het kenteken [kenteken] (hierna: de auto). 2.2 Op 23 juni 2017 is de auto buiten gebruik gesteld. Op het moment van buitengebruikstelling werd de auto gebruikt door de zoon van [eiseres] , [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ). De buitengebruikstelling hield verband met een (of meer) aan [betrokkene] opgelegde en onbetaald gebleven administratieve sanctie(s). 2.3 Bij emailbericht van 12 juli 2017 is door de politie aan [betrokkene] bericht: “Hierbij ontvangt u de brief, die wij ook per post naar u verstuurd hebben. Zoals in de brief vermeld staat, kunt u na betaling van het volledige bedrag (inclusief sleep- en stallingskosten) , uw auto weer ophalen in Zwolle.” Bij dit bericht is een brief van de politie (eenheid Oost-Nederland) aan [betrokkene] gevoegd waarin is opgenomen dat de auto is afgesleept voor een openstaande vordering van het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB), dat na 28 dagen de auto zou worden verkocht en dat weer over de auto kon worden beschikt na betaling van alle openstaande kosten. [betrokkene] heeft op dit bericht dezelfde dag gereageerd. Daarbij heeft hij bericht dat hij deze brief niet eerder had ontvangen. 2.4 Bij emailbericht van 13 juli 2017 aan de politie, heeft de gemachtigde van [eiseres] , kennelijk naar aanleiding van de ontvangst van het hiervoor genoemde emailbericht met bijlage, namens [eiseres] (en [betrokkene] ) bezwaar gemaakt tegen de inbeslagname van de auto en verzocht om ervoor zorg te dagen dat de auto zo spoedig mogelijk en kosteloos aan [eiseres] zou worden geretourneerd. Ook heeft de gemachtigde geschreven dat in geval van verkoop van de auto, de politie aansprakelijk zou worden gehouden voor de schade van [eiseres] en [betrokkene] . Telefonisch is door de politie aan de gemachtigde bericht dat niet aan het verzoek zou worden voldaan. 2.5 De auto is op 22 augustus 2017 door Domeinen Roerende Zaken (hierna: DRZ) vernietigd. 3Vordering, grondslag en verweer 3.1 [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: a. voor recht verklaart dat er geen wettelijke grondslag bestond voor het buiten gebruik stellen van de auto op 23 juni 2017; b. voor recht verklaart dat de Staat jegens [eiseres] aansprakelijk is voor de gevolgen van het onrechtmatig handelen bestaande uit het buiten gebruik stellen van de auto en het vernietigen daarvan; c. de Staat veroordeelt tot betaling aan [eiseres] van: primair € 5.000,00, subsidiair een schadevergoeding ter hoogte van de door haar geleden schade, in goede justitie te bepalen; d. bepaalt dat de Staat aan [eiseres] binnen veertien dagen een vrijwaringsbewijs dient te verstrekken ter zake van (de vernietiging van) de auto, op straffe van verbeurte van een dwangsom; e. de Staat veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over het onder c. gevorderde; f. de Staat veroordeelt in de proceskosten, daaronder begrepen de nakosten. 3.2 [eiseres] legt aan deze vordering, zakelijk samengevat, het volgende ten grondslag. De Staat heeft onrechtmatig jegens haar gehandeld door de auto in beslag te nemen, buiten gebruik te stellen en vervolgens te vernietigen. De inbeslagname is een ongerechtvaardigde inbreuk op [eiseres] ’s eigendomsrecht. [eiseres] is op geen enkel moment geïnformeerd over inbeslagname, verkoop of vernietiging van de auto. De vermeende schuld van [betrokkene] staat niet in verhouding tot het vernietigen van de auto. Vernietiging van de auto was disproportioneel gezien de omstandigheden van [eiseres] . 3.3 De Staat voert gemotiveerd verweer en concludeert primair tot afwijzing van het gevorderde en veroordeling van [eiseres] in de proceskosten en subsidiair tot toekenning van een vergoeding van maximaal € 150,00. 3.4 Hierna zal – voor zover van belang – worden ingegaan op de stellingen en weren van partijen. 4Beoordeling 4.1 Het gaat hier erom of de Staat door de buitengebruikstelling en vernietiging van de auto onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. 4.2 Hoewel [eiseres] het heeft over “vermeende” openstaande boetes van [betrokkene] , heeft zij niet, althans onvoldoende onderbouwd, betwist dat aan [betrokkene] verkeersboetes zijn opgelegd die niet door hem zijn betaald. Evenmin is door haar betwist dat de reden van de inbeslagname van de auto is gelegen in het onbetaald blijven van die aan [betrokkene] opgelegde boete(s). 4.3 [eiseres] stelt dat de buitengebruikstelling van de auto, waarvan het kenteken op haar naam stond, jegens haar onrechtmatig is. Zij voert aan dat [betrokkene] ten tijde van de inbeslagname niet de beschikkingsmacht had over de auto. Dat is voor buitengebruikstelling op grond van artikel 28b Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) vereist indien de buiten gebruik te stellen auto niet op naam staat van degene aan wie de verkeersboetes zijn opgelegd. De Staat heeft aangevoerd dat de vereiste beschikkingsmacht wel aanwezig was. 4.4 De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 28b Wahv kan de officier van justitie het voertuig waarmee de met een boete bestrafte gedragingen verricht zijn, buiten gebruik stellen. Indien dat voertuig niet wordt aangetroffen, kan de officier van justitie een soortgelijk voertuig buiten gebruik stellen, indien degene aan wie de boete is opgelegd daarover vermag te beschikken. De Staat heeft er terecht op gewezen dat met “vermag te beschikken” bedoeld wordt “het ten gebruike onder zich hebben.” Daarbij maakt het niet uit of die voertuigen op naam van een ander staan of aan een ander toebehoren (HR 10 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU8172). 4.5 De vraag die moet worden beantwoord is dus of [betrokkene] , als zijnde degene aan wie de betreffende boete(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.