vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/552187 / KG ZA 18-419 Vonnis in kort geding van 25 juli 2018 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid XPLORYS HOLDING B.V., gevestigd te Broek op Langedijk, eiseres, advocaten mr. L.K. Rutgers en mr. M.J. Odink te Amsterdam, tegen de rechtspersoon naar vreemd recht 3 E TEKSTIL PAZARLAMA SANAYI TICARET LIMITED SIRKETI, gevestigd te Avcilar/Istanbul, Turkije, gedaagde, niet verschenen. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 8 mei 2018, met producties 1 tot en met 13; het op 9 juli 2018 ter griffie ingekomen proceskostenoverzicht; de mondelinge behandeling van 11 juli 2018, de aldaar getoonde stukken en door mr. Rutgers voorgedragen pleitnota; de na de zitting op 11 juli 2018 ter griffie ingekomen e-mail van mr. Rutgers met daarbij afschriften van door mr. Rutgers op de mondelinge behandeling getoonde stukken; het bericht namens de voorzieningenrechter van 13 juli 2018 waarbij eiseres in de gelegenheid is gesteld te verduidelijken op welke wijze de proceskosten aan gedaagde kenbaar zijn gemaakt; de op 16 juli 2018 ter griffie ingekomen brief met drie bijlagen van mr. Odink. 1.2. Tegen gedaagde is ter zitting op de voet van artikel 15 lid 3 Haags Betekeningsverdrag verstek verleend. Daaraan lag het volgende ten grondslag. 1.3. Het Haags Betekeningsverdrag is van toepassing omdat zowel Turkije als Nederland daarbij partij zijn. Eiseres heeft het voor gedaagde bestemde dagvaardingsexploot, inclusief de producties, op 8 mei 2018 betekend aan het parket van de ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de rechtbank Den Haag, met achterlating van twee afschriften van het exploot en de Turkse vertaling ervan. Daarnaast is een afschrift van dat dagvaardingsexploot, inclusief de producties, met een Turkse vertaling gezonden aan de woonplaats van gedaagde, volgens het verzendbewijs per aangetekende post, al waar het blijkens het bewijs van aflevering op 14 mei 2018 is bezorgd. 1.4. Niet is gebleken dat de dagvaarding overeenkomstig artikel 15 lid 1 (en 2) Haags Betekeningsverdrag is betekend of in persoon aan gedaagde is afgegeven. Op grond van artikel 15 lid 3 Haags Betekeningsverdrag kan de voorzieningenrechter echter in een kort geding verstek tegen een in het buitenland woonachtige gedaagde verlenen zonder dat in spoedeisende gevallen behoeft te blijken dat aan de voorwaarden van artikel 15 lid 1 Haags Betekeningsverdrag is voldaan. Wel zal – met inachtneming van de vereiste spoed – zoveel mogelijk overeenkomstig de doelstelling van het Haags Betekeningsverdrag, gewaarborgd moeten zijn dat een uitgebracht exploot degene voor wie het is bestemd daadwerkelijk heeft bereikt en – indien het zoals hier om een dagvaarding gaat – zo tijdig dat deze nog de mogelijkheid heeft verweer te voeren. 1.5. Gelet op het door eiseres gestelde inbreukmakend handelen, is het spoedeisend karakter van het door eiseres gevorderde voldoende aannemelijk geworden. Verder is voldoende aannemelijk geworden dat gedaagde van de terechtzitting op de hoogte was en dat zij de dagvaarding tijdig heeft ontvangen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is telefonisch contact geweest met mevrouw [naam] (hierna: [naam]). [naam] heeft aangegeven werkzaam te zijn op/bij/als de “Dept. General Manager” van gedaagde en bovendien heeft zij op 25 mei 2018 gereageerd op een mail van eiseres naar info@babyjem.com.tr, vermeld op de website www.babyjem.com.tr als contact emailadres en met hetzelfde faxnummer alsmede de bedrijfsnaam van gedaagde. [naam] heeft verder verklaard dat een afschrift van het dagvaardingsexploot van 8 mei 2018, inclusief een Turkse vertaling daarvan, is ontvangen en dat zij van de bijzonderheden van de terechtzitting (datum, tijdstip en plaats) op de hoogte was. Gevraagd waarom er niemand aanwezig was, heeft mw. [naam] tijdens het telefoongesprek aangegeven daartoe geen aanleiding te zien. Het voorgaande, in combinatie met de onder punt 1.3 bedoelde verzend- en bezorgbevestiging, maakt dat voldoende gewaarborgd is te achten dat de dagvaarding gedaagde heeft bereikt en dat zij daarvan tijdig kennis heeft kunnen nemen. 1.6. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. 2De beoordeling 2.1. Voor de feiten en het gevorderde wordt verwezen naar het gestelde in de aangehechte kopie van de dagvaarding. 2.2. De voorzieningenrechter is, nu gedaagde niet in een lidstaat van de EU is gevestigd terwijl eiseres in Nederland is gevestigd, voor zover eiseres haar vordering primair heeft gebaseerd op inbreuk op de in de dagvaarding vermelde Gemeenschapsmodel op de voet van de artikelen 80, 81 en 82 lid 2 GModVo bevoegd tot kennisname van het geschil. De bevoegdheid strekt zich uit over de gehele Europese Unie. 2.3. Voor zover eiseres haar vordering subsidiair op auteursrechtinbreuk (in Nederland) en meer subsidiair op slaafse nabootsing (in Nederland) heeft gebaseerd, is de voorzieningenrechter internationaal en relatief bevoegd nu die vorderingen verknocht moeten worden geacht met de gestelde inbreuk op het ingeroepen Gemeenschapsmodel en voorts gelet op artikel 6 Rv. 2.4. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen. 2.5. Nu op basis van de primaire grondslag (Gemeenschapsmodelrecht) een verbod zal worden opgelegd, blijft een beoordeling van de overige grondslagen achterwege. 2.6. Ter voorkoming van executieproblemen zal de termijn waarbinnen gedaagde de inbreukmakende handelingen moet staken, worden bepaald op 24 uur na betekening van dit vonnis. 2.7. De op te leggen dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd. 2.8. Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Eiseres vordert een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv. De opgave van eiseres sluit op in totaal € 11.150,14 exclusief BTW. 2.9. Gelet op de eisen van een goede procesorde worden de proceskosten in een verstekprocedure slechts overeenkomstig het bepaalde in artikel 1019h Rv begroot, indien zij bij dagvaarding reeds zijn opgegeven en gespecificeerd dan wel, indien zij pas na dagvaarding worden opgegeven en gespecificeerd, aan de niet-verschenen gedaagde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.