Rechtbank den haag Strafrecht Meervoudige kamer VI-zaaknummer : 99/000363-23Parketnummer : 09/817595-17 BESLISSING OP DE VORDERING TOT HET ACHTERWEGE LATEN VAN DE VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING De veroordeelde; de opgelegde straf Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 2 augustus 2016 (parketnummer 09/817895-15) is [Veroordeelde] , geboren op [geboortedag] 1965 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Nieuwegein te Nieuwegein veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan de tenuitvoerlegging met ingang van 17 augustus 2016 is gestart. De veroordeelde komt, gelet op art. 15 van het Wetboek van Strafrecht, daardoor op 31 juli 2018 in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling. In dat geval zou het strafrestant, en de v.i.-proeftijd, 609 dagen bedragen. De vordering De schriftelijke vordering van de officier van justitie d.d. 18 juni 2018, strekt ertoe dat de rechtbank deze voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege laat wegens: - ernstige misdragingen; de veroordeelde heeft tijdens de tenuitvoerlegging van zijn straf meermalen een disciplinaire straf gekregen en - het niet kunnen realiseren van V.I.-voorwaarden om recidive te beperken, omdat de reclassering geen passend plan van aanpak kan opstellen door veroordeeldes weigering met de reclassering te praten over een eventueel toezicht. Er zijn veel zorgen omtrent het middelengebruik door betrokkene en rondom de huisvesting. De ontvankelijkheid van de vordering Het openbaar ministerie is ontvankelijk in zijn vordering, nu de vordering op 18 juni 2018 is ontvangen op de griffie van de rechtbank en de grond bevat waarop zij berust. De behandeling ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter openbare terechtzitting van 30 juli 2018. De veroordeelde is ter terechtzitting verschenen, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling De veroordeelde heeft zich ter terechtzitting niet verzet tegen het gevorderde achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij heeft verklaard dat hij geen begeleiding of hulpverlening wil, maar dat hij zijn straf wil uitzitten. De raadsman heeft zich ter terechtzitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De beoordeling Onder de regeling voorwaardelijke invrijheidstelling geldt als uitgangspunt dat een veroordeelde, indien is voldaan aan de voorwaarden van artikel 15 Sr, voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld na het ondergaan van het in deze bepaling omschreven deel van de vrijheidsstraf. Krachtens artikel 15d, eerste lid aanhef en onder d, Sr (voor zover hier relevant) kan de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege blijven indien de veroordeelde zich niet bereid verklaart de voorwaarden na te leven. De rechtbank stelt op grond van het V.I.-adviesrapport d.d. 25 mei 2018 vast dat de veroordeelde meerdere keren en bij voorbaat te kennen heeft gegeven dat hij niet bereid is om zich te houden aan de eventuele bijzondere voorwaarden van zijn voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij weigert dan ook mee te werken aan het opstellen van een V.I.-advies. De veroordeelde heeft dit ter terechtzitting van 30 juli 2018 bevestigd: hij heeft verklaard dat hij de resterende gevangenisstraf wil uitzitten. De rechtbank is gezien het omvangrijke strafblad van de veroordeelde van oordeel dat het gevaar voor herhaling groot is. Omdat de veroordeelde zich (bij voorbaat) niet bereid verklaart de V.I.-voorwaarden na te leven die gesteld worden om het recidiverisico voor misdrijven te beperken is de rechtbank van oordeel dat de vordering van de officier van justitie dient te worden toegewezen. Beslissing De rechtbank wijst de vordering tot het achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling toe. Deze beslissing is gegeven door mr. M.T. Renckens, voorzitter, mr. W.G. de Boer, rechter, mr. E.A. Lensink, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Zelst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 30 juli 2018.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.