RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.12478 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser (gemachtigde: mr. N. van Luijk), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 3 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Slovenië daarvoor verantwoordelijk is. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.12479, plaatsgevonden op 26 juli
- Partijen zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Marokkaanse nationaliteit. Verweerder heeft zijn asielaanvraag niet in behandeling genomen omdat uit een Eurodac-registratie is gebleken dat hij een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend in Slovenië op 7 februari
- De Sloveense autoriteiten hebben verweerders verzoek om eiser terug te nemen op grond van artikel 18, eerste lid, onder b, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening) geaccordeerd op 29 mei
- De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat verweerder niet heeft mogen uitgaan van de Eurodac-registratie, gelet op de uniciteit van de controle en registratie in het Eurodac-systeem. Eiser heeft zijn verklaring dat hij geen asielaanvraag in Slovenië heeft ingediend, maar slechts zijn vingerafdrukken heeft afgegeven om te worden geregistreerd op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt. Slovenië heeft met het claimakkoord van 29 mei 2018 bovendien bevestigd dat eiser daar asiel heeft gevraagd.
- Voor zover eiser stelt dat in Slovenië sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen, oordeelt de rechtbank dat ook deze stelling niet is onderbouwd.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. M.Ch. Grazell, griffier, op 26 juli
- Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.