REchtbank DEN Haag Bestuursrecht zaaknummer: SGR 18/4909 uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2018 op het verzoek om een voorlopige voorziening tussen Roei- en Zeilvereniging ‘Gouda’, Watersportvereniging ‘Jachtclub Reeuwijk’, [A.] , [B.] en [C.] , [D.] en [E.] , [F.] , [G.] en [H.] , te Reeuwijk, verzoekers (gemachtigde: [gemachtigde] ), en het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk, verweerder (gemachtigden: [gemachtigde] ). Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Exploitatiemaatschappij Elfhoeven B.V. (Elfhoeven), te Reeuwijk (gemachtigde: [gemachtigde] ), vergunninghoudster. Procesverloop Bij besluit van 6 juli 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan Elfhoeven een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een hotel-restaurant, bedrijfswoning en milieustalling aan de Burgemeester Lucasselaan 1, 3 en 5 in Reeuwijk en het aanleggen van een inrit/uitweg. Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2018. Namens verzoekers zijn verschenen [I.] , [J.] , [K.] , bijgestaan door [gemachtigde] , kantoorgenote van hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Derde-partij heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en [L.] en [M.] . Overwegingen 1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. 2. Ter zitting is gebleken dat Elfhoeven al is aangevangen met de bouwwerkzaamheden in het kader van de verleende omgevingsvergunning, zodat daarmee het spoedeisend belang is gegeven. 3. Elfhoeven heeft op 19 juni 2018 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het bouwplan Villapark Elfhoeven. 4. Bij het bestreden besluit heeft verweerder ingevolge artikel 2.1, lid 1a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een hotel-restaurant, bedrijfswoning en milieustalling aan de Burgemeester Lucasselaan 1, 3 en 5 in Reeuwijk en de activiteit inrit/uitweg op grond van artikel 2.2. lid 1e, van de Wabo. Aan het bestreden besluit heeft verweerder ten grondslag gelegd dat het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan. De inrit/uitweg voldoet aan de van toepassing zijnde Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk (APV). Voorts heeft verweerder aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat voor de aangevraagde activiteit ‘aanleggen’ ingevolge artikel 2.1, lid 1b, van de Wabo, geen omgevingsvergunning is vereist. 5.1. Verzoekers voeren - samengevat - aan dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan en dat verweerder de afwijkingsprocedure had moeten volgen. Daartoe voeren zij allereerst aan dat de vloeroppervlakte van het hotel-restaurant met een bedrijfswoning (appartement) en de bouw van een tweetal facilitaire ruimten (voor onder andere opslag/milieustalling) ertoe leidt dat de horecafunctie ter plaatse zwaarder is dan het bestemmingsplan toelaat. De aangevraagde horecagelegenheid valt volgens verzoekers onder categorie 1c en niet onder categorie 1b van de bij het bestemmingsplan behorende Staat van Horeca-activiteiten. Verzoekers verwijzen naar de toelichting bij de Staat van Horeca-activiteiten, waarin is aangegeven dat voor categorie 1c een onderscheid is gemaakt in oppervlakte om de verkeersaantrekkende werking van deze horeca-activiteiten in de categorisering op te nemen. Hierbij wordt volgens verzoekers uitgegaan van het vloeroppervlak van de betreffende horeca-activiteiten, waarmee wordt gedoeld op de totale bebouwde ruimte (inclusief opslag- en overige dienstruimten) en de totale onbebouwde ruimte inclusief terras voor zover deze binnen de horecabestemming is gelegen. De vloeroppervlakte van het restaurant/bedrijfswoning/hotel en de facilitaire ruimten moeten volgens verzoekers bij elkaar worden opgeteld. Tezamen hebben deze functies een bruto vloeroppervlakte van meer dan 400 m², namelijk 1.063 m² (hoofdgebouw, bestaande uit twee verdiepingen, en de aangebouwde facilitaire ruimte) en 36 m² voor de separate facilitaire ruimte (‘milieuopslag’), derhalve in totaal 1.099 m². Daar moet de buitenruimte (483 m²) volgens verzoekers nog bij worden opgeteld, aangezien deze in zijn geheel binnen de bestemming Recreatie-Verblijfsrecreatie is gelegen en daarmee valt binnen de horecabestemming die ingevolge artikel 12.1 van de planregels ter plaatse is toegelaten. Het vloeroppervlak is daarmee in totaal 1.582 m² en is volgens verzoekers bijna vier keer zo groot als het maximaal toegelaten vloeroppervlak van 400 m² dat geldt voor een categorie 1b-bedrijf. Ook als alleen wordt uitgegaan van de begane grond wordt de grens van 400 m² volgens verzoekers overschreden. De footprint van het hoofdgebouw met aangebouwde facilitaire ruimte bedraagt reeds 503 m² en 84 m²= 587 m². Op grond van het gemeentelijke beleid dient de oppervlakte van de buitenruimte (483 m²) daar nog bij te worden opgeteld (totaal 1.070 m²), zodat hier ook sprake is van een overschrijding van 670 m² van wat op grond van de Staat van Horeca-activiteiten onder categorie 1b valt. Daar komt het vrijstaande bijgebouw (36 m²) nog bij. 5.2. Verzoekers voeren voorts aan dat de vergunning in strijd is met de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk (APV). Zij betogen dat door het verlenen van een vergunning voor een sterk verkeersaantrekkende functie, zoals het hotel-restaurant dat hier aan de orde is, dat aan het einde van de Notaris d’Aumerielaan is gelegen, het verkeer op deze smalle weg zeer zal toenemen. Omdat het verkeer elkaar op een groot deel van de Notaris d’Aumerielaan over een grote lengte niet kan passeren, zullen daardoor volgens verzoekers onherroepelijk verkeersgevaarlijke situaties ontstaan. 6. Verweerder heeft zich in zijn verweerschrift op het standpunt gesteld dat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder verwijst daarbij naar het voorheen geldende bestemmingsplan ‘Plassen, Natuur- en Weidegebieden 2e partiele herziening’, waarin op grond van artikel 19, derde lid, sub n, van de planregels op de onderhavige locatie gebouwen voor een hotel en (onderstreping verweerder) een restaurant mochten worden gebouwd met een maximale oppervlakte van 506 m² (exclusief bedrijfswoning, de bij de bedrijfswoning behorende bijgebouwen en de gebouwen als bedoeld onder sub p van dit artikel), een goothoogte van ten hoogste 4,75 m en een bouwhoogte van ten hoogste 8,50 meter. Uit de toelichting op dit bestemmingsplan blijkt ook dat een hotel en (onderstreping verweerder) een restaurant waren toegestaan. Ook het huidige bestemmingsplan ‘Plassengebied’ maakt, zo blijkt uit artikel 12, eerste lid onder a, van de planregels ter plaatse onder meer een hotel en (onderstreping verweerder) een restaurant mogelijk. Voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan is horecacategorisering ingevoerd; omdat het voorgaande bestemmingsplan geen enkele beperking ten aanzien van het type horeca kende is deze categorisering in het bestemmingsplan opgenomen. Volgens verweerder heeft de aanvraag betrekking op een afzonderlijk hotel en een afzonderlijk restaurant en zijn het hotel en het restaurant blijkens de bij de aanvraag behorende tekeningen weliswaar in hetzelfde gebouw gesitueerd maar fysiek van elkaar gescheiden. Zowel het hotel als het restaurant hebben volgens verweerder elk een vloeroppervlakte van minder dan 400 m²; daarmee vallen zij onder categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten. De buitenruimte bij het gebouw hoeft volgens verweerder niet bij de oppervlaktebepaling te worden betrokken, omdat deze niet wordt gebruikt ten dienste van de horeca. 7.1. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan Plassengebied. Aan de gronden waarop het bouwplan betrekking heeft, zijn de bestemmingen ‘Recreatie-Verblijfsrecreatie’ en ‘Waarde-archeologie-4’ gegeven. Ingevolge artikel 12.1 van de planregels zijn de voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden bestemd voor: een hotel en restaurant in ten hoogste categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten; recreatiewoningen; een ondergrondse parkeerkelder met bovengrondse voorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'oever': het behoud en/of herstel van natuurvriendelijke oevers met de daarbij behorende landschaps- en natuurwaarden; ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': 20 recreatiewoningen; ter plaatse van de aanduiding 'aanlegsteiger': 46 ligplaatsen; bedrijfswoningen en de daarbij behorende voorzieningen zoals erven, (onderheide) terrassen en zwembaden; bijbehorende voorzieningen zoals parkeervoorzieningen, milieustalling, stalling ten behoeve van terreinonderhoud, aanlegsteigers en ontsluitingswegen. Op grond van artikel 12.2 (Bouwregels) aanhef en onder f, mag op deze gronden worden gebouwd en gelden de volgende regels: - gebouwen ten behoeve van hotel en restaurant: inhoud 506 m²; - corridor tussen hotel en restaurant: inhoud 65 m²; - bedrijfswoning: inhoud 600 m²; - overige bedrijfsgebouwen: inhoud 120 m². Volgens de Staat van Horeca-activiteiten wordt onder categorie I ‘lichte horeca ’verstaan: Horecabedrijven die, gelet op hun activiteiten en de aard van de omgeving, overwegend overdag en ’s avonds zijn geopend. Dit hoofdzakelijk voor de verstrekking van etenswaren, maaltijden en dranken al dan niet in combinatie met het tegen vergoeding verstrekken van logies. Hierdoor veroorzaken zij slechts beperkte hinder voor omwonenden. Binnen deze categorie worden onder meer de volgende subcategorieën onderscheiden: 1b. ‘overige lichte horeca: - hotel-restaurant; 1c. bedrijven met een relatief grote verkeersaantrekkende werking Horeca bedrijven zoals o.a.: - bedrijven genoemd onder 1a en 1b met een vloeroppervlak van meer dan 400 m². Op grond van de toelichting op de Staat van Horeca-activiteiten gelden, in aanvulling op de gegevens uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ ruimtelijk relevante criteria: (…) de mate waarin een bedrijfstype naar verwachting bezoekers en in het bijzonder bezoekers per auto en/of brommers (scooters) aantrekt. Hierbij is voor categorie 1 een onderscheid gemaakt in oppervlakte om de verkeersaantrekkende werking van deze horeca-activiteiten in de categorisering op te nemen. Hierbij wordt uitgegaan van het vloeroppervlak van de betreffende horeca-activiteiten.Achter deze zin is een voetnoot genummerd ‘1’ geplaatst, welke luidt: Dat wil zeggen de totale bebouwde ruimte (inclusief opslag- en overige dienstruimten) en de totale onbebouwde ruimte inclusief terras voor zover deze binnen de horecabestemming is gelegen. Op grond van de toelichting bij de Staat van Horeca-activiteiten wordt de horecacategorie namelijk bepaald door het vloeroppervlak van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.