RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/7267 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 september 2019 in de zaak tussen [verzoeker] (V-nummer [V-nummer] ), geboren op [geboortedatum] 1971, van Libanese nationaliteit, verzoeker (gemachtigde: mr. M. Krikke), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. L.M.F. Verhaegh). Procesverloop Bij brief van 18 september 2019 heeft verweerder aan verzoeker meegedeeld dat hij op 1 oktober 2019 om 11.45 uur zal uitreizen naar Toulouse, Frankrijk met vlucht [..] . Verzoeker heeft daartegen op 24 september 2019 bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Partijen hebben stukken ingediend en zijn (telefonisch) in de gelegenheid gesteld om op dat wat zij over een weer naar voren hebben gebracht te reageren. De voorzieningenrechter heeft op 30 september 2019 het onderzoek gesloten. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Overwegingen
- De voorzieningenrechter ziet aanleiding toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- Verzoeker voert aan dat sprake is van spoedeisend belang, omdat hij in bewaring kan worden gesteld als hij niet meewerkt aan vertrek. Verder voert verzoeker aan dat de overdrachtstermijn is verstreken, zodat hij niet meer kan worden overgedragen aan Frankrijk. Als de overdrachtstermijn niet is verstreken, dan heeft verweerder volgens verzoeker de Franse autoriteiten te laat op de hoogte gesteld van de opschorting van die overdrachtstermijn, zodat ook daarom de overdracht niet meer kan plaatsvinden.
- Verweerder heeft als reactie op het standpunt van verzoeker verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 6 mei 2019, waarin de voorzieningenrechter zich onbevoegd heeft verklaard. Verder vraagt verweerder zich af of er sprake is van spoedeisend belang, omdat er geen sprake is van gedwongen uitzetting. Verweerder merkt ook nog op dat naar zijn oordeel de uiterste overdrachtstermijn niet verstreken is, omdat sprake is van opschortende werking.
- De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De voorzieningenrechter is net als de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, in zijn uitspraak van 6 mei 2019 van oordeel dat in dit geval geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Immers, er is geen sprake van een beschikking die gelijk te stellen is met een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig, als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet
- De brief van verweerder van 18 september 2019 is in feite niet meer dan een uitnodiging om op 1 oktober 2019 om 11.45 uur naar Toulouse te vliegen. In de toelichting die verweerder op 30 september 2019 per e-mail heeft gegeven, wordt door verweerder bevestigd dat als verzoeker niet wenst mee te werken aan de overdracht er voor verweerder geen mogelijkheid tot dwang bestaat om de geplande overdracht dan te laten plaatsvinden. De zorg van verzoeker dat het weigeren om met deze geplande vlucht te vertrekken, leidt tot inbewaringstelling - omdat hij niet meewerkt aan zijn vertrekplicht - is geen rechtstreeks gevolg van de brief van 18 september
- Deze brief heeft dan ook geen rechtsgevolgen voor verzoeker en is daarmee geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Het bezwaar van verzoeker tegen de brief van 18 september 2019 heeft daarom naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter geen redelijke kans van slagen.
- Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Sneevliet, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.S. Smits, griffier, op 30 september
- griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. AWB 19/3465 (niet gepubliceerd, maar door verweerder overgelegd in deze procedure)