RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: AWB 19/7832 uitspraak van de voorzieningenrechter in vreemdelingenzaken van 14 oktober 2019 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [naam] , verzoekster, gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis, en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder, gemachtigde: mr. R. Jonkman. Procesverloop Verzoekster heeft op 14 oktober 2019 administratief beroep ingesteld tegen de toegangsweigering tot Nederland van 13 oktober
- Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt dat zij niet wordt uitgezet en dat haar alsnog de toegang wordt verleend. Omdat onverwijlde spoed dat vereist, is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen
- Verzoekster is geboren op [geboortedatum] en heeft de Colombiaanse nationaliteit. Op 13 oktober 2019 is zij vanuit Colombia aangekomen op luchthaven Schiphol. Verweerder heeft verzoekster de toegang tot Nederland geweigerd op grond van artikel 14, gelezen in samenhang met artikel 6, van de Schengengrenscode (SGC).Voor verzoekster is een vlucht geboekt naar Bogota die zal vertrekken op 14 oktober 2019 om 13:00 uur. (KL 757 PTY/BOG)
- Verweerder heeft zich bij de toegangsweigering op het standpunt gesteld dat verzoekster niet in bezit is van passende documentatie waaruit het doel en de omstandigheden van haar verblijf blijkt, daarnaast is verzoekster niet in het bezit van toereikende bestaansmiddelen voor de duur en de vorm van het verblijf, of voor de terugkeer naar het land van herkomst of doorreis.
- Op wat verzoekster hiertegen heeft ingebracht, wordt hierna ingegaan.
- De voorzieningenrechter dient te beoordelen of het administratief beroep een redelijke kans van slagen heeft.
- Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat verzoekster haar doel van het voorgenomen verblijf en de verblijfsomstandigheden niet heeft aangetoond. Verzoekster heeft een reservering van een hostel in Barcelona overgelegd, en gesteld dat zij met een vriendin in Parijs wil verblijven. Dat deze vriendin in Bordeaux woont, sluit niet uit dat zij samen Parijs zullen bezoeken. Gelet op de aard van de reis die verzoekster voornemens is te maken (‘backpacken’ tussen verschillende steden en accommodaties), heeft verweerder niet mogen tegenwerpen dat zij niet al haar verblijfsadressen van tevoren heeft geboekt. Dat verzoekster voornemens is om in Barcelona de studeerfaciliteiten te ontdekken, doet ook niet af aan het gestelde verblijfsdoel. Dat verzoekster overweegt in de toekomst te gaan studeren in Barcelona doet er niet aan af dat zij nu de stad wil bezoeken met toeristische doeleinden.
- Verder heeft verweerder tegengeworpen dat verzoekster niet voldoende bestaansmiddelen heeft voor de duur en de vorm van het verblijf, of voor de terugkeer naar het land van herkomst of doorreis. Verzoekster heeft dit punt ten eerste voldoende weerlegd door op te merken dat zij een retourticket heeft gekocht en dat zij geen verdere middelen nodig heeft om terug te keren. Ten tweede heeft verzoekster gesteld dat haar partner € 2000,- op haar rekening heeft gestort, en dat zij spoedig een salarisstorting zal ontvangen. De voorzieningenrechter acht dit niet onaannemelijk. Gelet op de korte termijn die aan verzoekster is gegeven en de tijd die een bankstorting kan kosten, kan van verzoekster niet worden verwacht dat zij meteen over deze middelen beschikt.
- Gelet op het voorgaande heeft het administratief beroep tegen de toegangsweigering een redelijke kans van slagen. Het verzoek wordt daarom toegewezen.
- De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Het bedrag van deze kosten stelt de voorzieningenrechter vast op € 512,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 512,- en wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter: - treft de voorlopige voorziening, die ertoe strekt dat verzoekster niet wordt uitgezet en dat haar alsnog toegang wordt verleend. - veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 512,-. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W.H. Mentink, griffier. De griffier heeft de beslissing op 14 oktober 2019 om 12:36 uur telefonisch bekend gemaakt aan de gemachtigde van verweerder en om 12:37 uur aan de gemachtigde van verzoekster. Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.