vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/580444 / KG ZA 19-906 Vonnis in kort geding van 11 oktober 2019 in de zaak van VG COLOURS B.V., te De Lier, gemeente Westland, eiseres, advocaat mr. T.F.W. Overdijk te Amsterdam, tegen 1HE LICENTIES B.V.,
(27072019)is DSC01376 t/m 01398 - effecten van deze werkwijze op de bloem en het hart van de stengel/vertakking. De foto's zijn gekopieerd op een DVD+R VGjuli2019, welke onderdeel uitmaakt van dit procesverbaal (bijlage 1 - DVD+R VGjuli2019). Ten opzichte van eerdere constateringen die door mij zijn uitgevoerd heb ik vastgesteld dat de kern van de plant feitelijk veel harder en dikker is, waardoor deze moeilijker was door te snijden. Nadat de planten zijn doorgesneden heb ik geen uitholling van de planten kunnen vaststellen, anders dan hetgeen middels de conische boor is veroorzaakt. (…)” 2.10. Door octrooigemachtigden van het NLO, European Patent and Trademark Attorneys, is op 2 oktober 2019 aan VG Colours een vrijgaveadvies verstrekt (hierna: het vrijgaveadvies) ten aanzien van de hiervoor onder 2.8.3 beschreven kleuringswijze, waarin – onder meer – is opgenomen: “ Vraagstelling VG Colours B.V. wil een nieuwe werkwijze (in wat volgt ‘de werkwijze’) voor het kleuren van orchideepotplanten (in het bijzonder Phalaenopsis) toepassen in Nederland en wenst te weten of deze werkwijze al dan niet inbreuk maakt op octrooi NL 1040904 (…) zoals beperkt in stand gehouden na gedeeltelijke afstand, ten name van Hanson Uitgevers B.V. (met HE Licenties B.V. als licentienemer). (…) Nieuwe werkwijze VG Colours B.V. In een meest algemene uitvoeringsvorm omvat ‘de werkwijze’de volgende stappen: Het verschaffen van een orchideepotplant (een Phalaenopsis) met meer dan één steel; Het afsnijden van een steel (niet een zijtak, niet noodzakelijkerwijs een steel met een bloem er aan) zodat een steelstomp met een kopvlak wordt verkregen, waarbij de steelstomp nog aan de plant zit; Het inbrengen van kleurstof via het kopvlak van de steelstomp. (…) Valt ‘de werkwijze’ onder conclusie 1 van ‘het octrooi?’ (…) Wij zijn op basis van bovenstaande analyse van mening dat ‘de werkwijze’ niet letterlijk alle kenmerken van conclusie 1 van ‘het octrooi’ omvat. De werkwijze valt naar onze mening dan ook niet letterlijk onder de beschermingsomvang van conclusie 1 (en van afhankelijke conclusies 2-10) van ‘het octrooi’ uitgelegd in het licht van de beschrijving en de tekeningen. Wanneer een werkwijze (of product) niet letterlijk onder de beschermingsomvang van een octrooiconclusie valt kan er naar Nederlands recht onder bepaalde omstandigheden toch nog steeds sprake zijn van inbreuk, bijvoorbeeld onder de zogenaamde equivalentiedoctrine. (…) Beoordeling equivalentie Uitgaande van identieke planten als uitgangsmateriaal leveren ‘de werkwijze’ en conclusie 1 van ‘het octrooi’ dus behandelde planten op die op twee wezenlijke punten verschillen: behandelde planten verkregen met ‘de werkwijze’ missen ten minste een deel van een stam ten opzichte van behandelde planten verkregen via conclusie 1 van ‘het octrooi’; en behandelde planten verkregen met ‘de werkwijze’ missen een gat in de buitenwand van een stam ten opzichte van behandelde planten verkregen via conclusie 1 van ‘het octrooi’. De verschillende manier en het verschillende resultaat pleiten sterk tegen een succesvol beroep (door de octrooihouder) op equivalentie. Daarnaast wordt in ‘de werkwijze’ niet de ‘uitvindingsgedachte’ van ‘het octrooi’ gevolgd. Die uitvindingsgedachte omvat het gezichtspunt dat je nu juist géén stam hoeft op te offeren om een verbeterde/versnelde opname van een substantie te verkrijgen omdat het ‘relatief kleine’ gat in de buitenwand makkelijk af te sluiten is en omdat door het ‘relatief kleine’ gat de verzwakking van de stam binnen de perken gehouden kan worden (zodat de bloem kan blijven zitten). (…) Valt de plant verkregen via ‘de werkwijze’ onder conclusie 11 van ‘het octrooi’? (…) Wij zijn op basis van bovenstaande analyse van mening dat de plant verkregen via ‘de werkwijze’ niet letterlijk alle kenmerken van conclusie 11 van ‘het octrooi’ omvat. De plant verkregen via ‘de werkwijze’ valt naar onze mening dan ook niet letterlijk onder de beschermingsomvang van conclusie 11 (en van afhankelijke conclusies 12-15) van ‘het octrooi’, uitgelegd in het licht van de beschrijving en de tekeningen. (…) Conclusies Wij zijn van mening dat kans zeer klein is dat een Nederlandse rechter tot de conclusie zou komen dat ‘de werkwijze’ en een plant verkregen via ‘de werkwijze’ onder de beschermingsomvang van de conclusies van ‘het octrooi’ zouden vallen. Met andere woorden, wij zijn van mening dat de kans zeer klein is dat een Nederlandse rechter tot de conclusie zou komen dat uitvoeren van ‘de werkwijze’ door VG Colours B.V. in Nederland en het aanbieden of verkopen van een plant verkregen via ‘de werkwijze’ in Nederland tot inbreuk op ‘het octrooi’ zou leiden. (…)” 2.11. VG Colours heeft (spoed)appel ingediend van de gewezen vonnissen in de bodemprocedure bij het gerechtshof Den Haag. Zij heeft bij de appeldagvaarding van 16 september 2019 tevens een incident ex artikel 351 Rv aanhangig gemaakt tot schorsing van tenuitvoerlegging van voornoemd eindvonnis. De zaak staat op de rol van 29 oktober 2019 voor het antwoord in het incident van HE Licenties, waarna op 2 december 2019 de mondelinge behandeling van het incident zal plaatsvinden. HE licenties na de bodemprocedure 2.12. Op 27 juni 2019 heeft de octrooigemachtigde van HE Licenties met een deurwaarder VG Colours verzocht om toegang tot het bedrijf om te kunnen controleren of het eindvonnis werd nageleefd. VG Colours heeft hen de toegang geweigerd. 2.13. Op 2 juli 2019, 5 juli 2019, 31 juli 2019, 13 augustus 2019 en 18 augustus 2019 heeft de octrooigemachtigde van HE Licenties op verschillende locaties blauwgekleurde orchideeplanten gekocht afkomstig van VG Colours, welke orchideeën hij heeft bekeken, opengesneden en gefotografeerd. De deurwaarder heeft daarvan processen-verbaal van bevindingen opgemaakt. 2.13.1. Een deel van de gekochte planten, in elk geval die planten die zijn beschreven in de processen-verbaal van 2 en 5 juli 2019, was gekleurd volgens de hiervoor onder 2.8.1 omschreven kleuringswijze. Zo is in het proces-verbaal van bevindingen van 2 juli 2019 - onder meer - opgenomen: “(…) op verzoek van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HE Licenties B.V. (…); Heb ik, (…), toegevoegd gerechtsdeurwaarder (…); In vervolg op het vonnis d.d. 19 juni 2019, (…); Mij, in vertegenwoordigheid van de door HE Licenties B.V. ingeschakelde octrooigemachtigde (…), omstreeks 15:45 uur begeven naar de Intratuin Zevenhuizen (…). Aldaar heb ik geconstateerd dat de heer (…) een viertal orchidee planten heeft aangeschaft die samen verpakt zaten in één doos (foto 1). Van de aankoopbon is een foto aan dit proces-verbaal gehecht (foto 2). (…) Op het laatstgenoemd adres is de doos in mijn bijzijn geopend (foto 3), waarin vier orchidee planten met blauw kleurige bloemen zaten. In de plastic potjes waarin de planten zich bevinden zit een blauw met wit kaartje gestoken met in het zwart het logo van VG Colours, verder zit er een prijssticker van de Intratuin geplakt op de plastic potjes waarop de naam “Phala Royal Blue” staat (foto 4). Aan de onderkant van de stelen is een langwerpige beschadiging zichtbaar (foto 5). In het midden van die beschadiging is een transparante substantie zichtbaar. De heer (…) verklaarden aan mij dat die substantie een hars is. Bij een van de stelen heb ik geconstateerd dat er bijna geen hars aanwezig is en een ronde opening zichtbaar is in het midden van de beschadiging (foto 6). Van een van de orchidee planten heeft de heer (…) een stuk van de steel geknipt, te weten het stuk van onder de beschadiging op de steel tot boven die beschadiging (foto 7). Vervolgens is het stuk steel in de lengterichting doorgesneden. Aan de binnenkant is door de dwarsdoorsnede aan de zijde van de beschadiging een ronde zichtbaar die uitmondt in een holte die groter is, in de lengterichting van de steel, dan de opening in de steel (foto 8). (…)” Het proces-verbaal bevat - onder meer - de volgende foto’s: 2.13.2. Het andere deel van de gekochte planten was gekleurd volgens de hiervoor onder 2.8.2 omschreven kleuringswijze. Zo is in het proces-verbaal van bevindingen van 13 augustus 2019 - onder meer - opgenomen: “(…) op verzoek van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HE Licenties B.V. (…); Heb ik, (…), toegevoegd gerechtsdeurwaarder (…); In vervolg op het vonnis d.d. 19 juni 2019, (…); Mij, in vertegenwoordigheid van de door HE Licenties B.V. ingeschakelde octrooigemachtigde zijnde de heer (…), omstreeks 12:30 uur begeven naar de firma [X] (…) te Zevenhuizen. Aldaar heb ik geconstateerd dat de heer (…) één orchidee plant heeft aangeschaft (foto 1). Van de aankoopbon is een foto aan dit proces-verbaal gehecht (foto 2). (…) Op het laatstgenoemd adres heb ik geconstateerd dat om het plastic potje waarin de plant zich bevindt een blauwe wikkel zit met in het logo van VG Colours (foto 3). Aan de onderkant van de stelen, bijna tegen de stam van de planten aan, is een beschadiging zichtbaar. In het midden van die beschadiging is een transparante substantie zichtbaar (foto 4). De heer (…) verklaarden aan mij dat die substantie een hars is. Van de orchidee plant heeft de heer (…) twee stukken van de steel geknipt, te weten de stukken van onder de beschadiging op de steel tot boven die beschadiging (foto 5). Vervolgens zijn die stukken steel in de lengterichting doorgesneden. Aan de binnenkant is door de dwarsdoorsnede aan de zijde van de beschadiging een opening zichtbaar die uitmondt in een holte die groter is, in de lengterichting van de steel, dan de opening in de steel (foto 6 en 7). (…)” Het proces-verbaal bevat - onder meer - de volgende foto’s: 2.14. Op of omstreeks 17 juli 2019 heeft HE Licenties ten laste van VG Colours derdenbeslagen (onder klanten van VG Colours) laten leggen voor de betaling van de kostenveroordeling in de bodemprocedure en voor de vordering tot vergoeding van de schade nader op te maken bij staat. Volgens verklaringen van deze derden heeft dit beslag geen doel getroffen. 2.15. Op 7 augustus 2019 heeft HE Licenties bewijsbeslag laten leggen onder VG Colours, [B.V. I] (het bedrijf dat de kleuring van de orchideeën voor VG Colours verricht) en Logico B.V. (het bedrijf dat is betrokken bij de verhandeling van de orchideeën van VG Colours). HE Licenties heeft vervolgens een kortgedingprocedure aangespannen met een inzagevordering ex artikel 843a Rv. De mondelinge behandeling daarvan staat gepland op 1 november 2019. 2.16. Tussen 12 september en 23 september 2019 hebben advocaten mr. O. van Haperen en mr. N. Disveld verschillende sommatiebrieven gestuurd onder andere aan klanten van VG Colours en [B.V. I]. De inhoud van de brieven is steeds vergelijkbaar. Als voorbeeld wordt hieronder een deel van de brief gericht aan Celdomy B.V. weergegeven: “ HE Licenties B.V. - inbreuken Geachte Directie, Middels dit schrijven vraag ik uw aandacht voor het onderstaande. Deze brief bevat zowel een sommatie als een aansprakelijkstelling. In de bijlagen bij deze brief treft u o.a. een tweetal vonnissen aan (Bijlage 1 en 2). Het betreft hier zowel een tussenvonnis als een recent eindvonnis dat betrekking heeft op een product dat u (hoogstwaarschijnlijk) de afgelopen heeft verhandeld: De Phalaenopsis Royal Blue afkomstig van het bedrijf VG Colours B.V. U heeft dit product in de afgelopen jaren dan hetzij rechtstreeks afgenomen van VG Colours B.V., dan wel door tussenkomst van (groeps)vennootschappen zoals Logica B.V. of (recentelijk) VG Orchids B.V. Zoals u in deze vonnissen kunt lezen zijn diverse van deze inbreukmakende planten aangekocht bij (onder meer) Intratuin. Daarnaast zijn veel van deze orchideeën door producent VG Colours B.V. al of niet door tussenkomst van bijvoorbeeld de firma Logico of de Veiling Royal Flora Holland geëxporteerd. Hier zijn expediteurs zoals u bij betrokken geweest die aldus de Phaleanopsis Royal Blue hebben ingekocht / verkocht / geëxporteerd. Deze orchidee is immers al sinds 2015 een vaste verschijning in de collecties van winkels in binnen- en buitenland. Inmiddels heeft de bodemrechter bepaald (zie hiervoor bijgaand eindvonnis van 19 juni 2019) dat deze planten inbreuk maken op de octrooirechten van Hanson Uitgevers B.V. waar cliënte een exclusieve licentie afneemt. Een afschrift van dit octrooi is aangehecht aan deze brief als Bijlage 3. Dit alles heeft een tweetal gevolgen. I. Sommatie Op basis van het bovenstaande sommeer ik u om onmiddellijk na ontvangst van dit schrijven iedere inbreuk op het octrooi van cliënte te staken en gestaakt te houden en mij zulks per omgaande te bevestigen. Dit betekent concreet dat het aankopen, verkopen, te koop aanbieden, transporteren en op voorraad houden van een plant die aan de kernmerken van het octrooi (Bijlage 3) voldoet per onmiddellijk dient te stoppen. (…) II. Aansprakelijkstelling Indien uw onderneming in de periode vanaf de dag dat het octrooi werd verleend tot op heden inbreukmakende planten heeft aangekocht, verkocht, verhandeld, bemiddeld, vervoerd dan wel op voorraad heeft gehouden, heeft u hiermee onrechtmatig jegens cliënte gehandeld waardoor ook schade is ontstaan. Dit is evenzeer het geval indien u na ontvangst van deze brief er (toch) zou toe besluiten om deze handelingen voort te zetten dan wel te gaan uitvoeren. In al deze gevallen bent u aansprakelijk en heeft mijn cliënte namelijk recht op schadevergoeding. De Rijksoctrooiwet geeft cliënte daarbij de keuze om hetzij haar eigen schade te vorderen, dan wel de afdracht te eisen van de met de verkoop van de inbreukmakende producten door de inbreukmaker genoten winst. Daarnaast heeft cliënte op basis van artikel 1019h Rv recht op vergoeding van alle kosten, waaronder advocaat- en beslagkosten die zij maakt ter handhaving van haar rechten. (…) Tot slot (…) Op basis van al het bovenstaande houdt cliënte u aansprakelijk voor alle geleden en nog te lijden schade indien u in het verleden de Phaleanopsys Royal Blue heeft verhandeld dan wel daarbij anderszins bij betrokken bent geweest en sommeer ik u thans om: Mij binnen vijf werkdagen te bevestigen dat uw onderneming iedere (verdere) inbreuk op het octrooi van Hanson Uitgevers zal staken en gestaakt zullen houden. (…)” 2.17. Bij brief van 24 september 2019 heeft (de advocaat van) HE Licenties aan (de advocaat van) VG Colours - onder meer - het volgende gemeld: “(…) HE Licenties heeft vijf dagen na betekening van het vonnis vastgesteld danwel laten vaststellen dat VG Colours zich niet houdt aan het inbreukverbod. Immers, door de deurwaarder in het bijzijn van de octrooigemachtigde de heer M. van der Velden, zijn diverse blauwe Royal Blue Phalaenopsis orchideeën afkomstig van VG Colours aangekocht bij diverse firma’s. Dit volgt uit het feit dat de orchideeën aangeduid worden met de naam “Phal(
- a)Royal Blue” op het label en een blauw/wit kaartje bevatten met daarop het zwart/witte logo van VG Colours. Uit de processen-verbaal van de deurwaarder blijkt dat VG Colours zich niet houdt aan het inbreukverbod door vooralsnog Phalaenopsis Royal Blue orchideeën te vervaardigen, in het verkeer te brengen, te verhandelen, daarvoor aan te bieden en/of in voorraad te hebben. De betreffende orchideeën zoals gefotografeerd in de processen-verbaal maken in ieder geval inbreuk op conclusie 11 van NL 904. Deze constatering is vastgelegd in vijf processen-verbaal die als bijlage aan deze brief zijn gehecht in Bijlage 2 tot en met Bijlage 6. Het gaat dan om constateringen van inbreuk op onderstaande data: 2 juli 2019; 5 juli 2019; 31 juli 2019; 13 augustus 2019, en; 18 augustus 2019. Overeenkomstig rechtsoverweging 5.3 in het dictum van bovengenoemd vonnis zijn door bovengenoemd handelen van VG Colours dwangsommen verbeurt van € 20.000,- per dag dat het inbreukverbod (r.o. 5.2) niet is nageleefd. (…) Bevel tot betaling Op basis van het bovenstaande wordt hierbij een bevel tot betaling gedaan van de verbeurde dwangsommen met een totaalbedrag van 5 (dagen) x € 20.000,- zijnde een totaalbedrag van € 100.000,-. (…)” 3Het geschil 3.1. VG Colours vordert samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, HE Licenties zal bevelen de verdere tenuitvoerlegging van het eindvonnis te staken, dan wel op te schorten; Hanson Uitgevers zal bevelen het doen van uitlatingen aan derden die inhouden dat VG Colours inbreuk maakt op NL 904 te staken; alles met nevenvorderingen (opgave en rectificatie) en versterkt met een dwangsom, inclusief een volledige proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv. 3.2. Ter onderbouwing van haar vordering genoemd in 3.1. onder
- a)voert VG Colours het volgende aan. 3.2.1. Het eindvonnis is onjuist omdat het is gebaseerd op een zeer onvolledige beoordeling van de relevante geschilpunten in deze zaak. De gedeeltelijke afstand van het octrooi op een laat moment in de bodemprocedure heeft geleid tot een ten dele vertekend debat, waarbij VG Colours is geconfronteerd met een zeer beperkende opstelling van de rechtbank. Enkele belangrijke argumenten en feiten die VG Colours had aangevoerd c.q. wilde aanvoeren, zijn door de rechtbank tardief geoordeeld. De volgende zeer relevante verweren zijn hierdoor niet aan de orde geweest: het verweer dat het gat in de steel, nadat de opening aan de buitenzijde met wax wordt afgedicht, niet meer toegankelijk is (niet-inbreukverweer); anticipaties van planten (orchideeën) met vergrote binnenholte als volgens het octrooi door anderen dan VG Colours (met name planten van Joflor/Jovaplant); het nietigheidsverweer gebaseerd op de zogenoemde ‘Orchid Weevil’ (‘Orchidophilus atterimus’) (niet-nieuwheidsargument); nietigheidsargumenten die neerkomen op gebrek aan inventiviteit / gebrek aan effect over het geclaimde bereik op grond van de publicaties NL 581 en TW 265. 3.2.2. Het eindvonnis berust verder op een aantal misslagen van de rechtbank, nu de rechtbank heeft verzuimd acht te slaan op twee door VG Colours gevoerde niet-inbreukverweren, namelijk dat VG Colours met de door haar toegepaste werkwijze geen vergroot gat in de zin van NL 904 creëert en dat geen sprake kan zijn van inbreuk omdat zij geen invloed heeft op het natuurlijk proces waarbij na kleuring het vergrote gat ontstaat. 3.2.3. De tenuitvoerlegging van het eindvonnis moet ook worden gestaakt omdat VG Colours na het eindvonnis veranderingen heeft doorgevoerd in het door haar toegepaste kleuringsprocedé waardoor zij geen inbreuk meer maakt op het octrooi. VG Colours heeft haar orchideeën na afloop van de termijn van vijf dagen na betekening van het eindvonnis niet meer op de onder 2.8.1 beschreven wijze gekleurd. Daarbij komt dat bij de op die wijze gekleurde orchideeën de opening in de steel (door de snee) zodanig is vergroot dat het (definitieve) gat dat ontstaat aan de binnenzijde parallel aan de langsrichting van de stam geen grotere dimensie heeft dan de maximale dimensie van die opening. Bij de werkwijze als omschreven onder 2.8.2 ontstaat helemaal geen gat als bedoeld in conclusie 11 van het octrooi, althans dat gat is er niet op het moment dat de planten door VG Colours worden verhandeld. De planten die zijn gekleurd op de manier volgens 2.8.3 voldoen op geen enkele manier aan conclusie 11 van het octrooi. 3.2.4. Verder is HE Licenties er vooral op uit om met het eindvonnis VG Colours te dwingen zo snel mogelijk grote sommen geld aan haar te betalen. De octrooigemachtigde van HE Licenties heeft daartoe in de week na het vonnis een intimiderend bezoek gebracht aan VG Colours, Hanson Uitgevers heeft berichten over beweerdelijke inbreuken in de markt verspreid en HE Licenties heeft enige weken na het vonnis onder een grote hoeveelheid klanten van VG Colours en andere derden executoriale derdenbeslagen gelegd. 3.3. Aan haar vordering genoemd in 3.1 onder
- b)legt VG Colours ten grondslag dat sprake is van onrechtmatig wapperen door Hanson Uitgevers. Hanson Uitgevers heeft in de week van 16 september 2019 talloze brieven gestuurd aan klanten van VG Colours en waarschijnlijk ook aan derden, waarin is opgenomen dat VG Colours inbreuk maakt op het octrooi. VG Colours wordt hierdoor in diskrediet gebracht met enorme schade tot gevolg, terwijl die brieven zijn gebaseerd op een onjuist eindvonnis en geen bewijs aanwezig is voor de daarin gestelde inbreuk. 3.4. HE Licenties c.s. voert verweer. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling
- a)Executiegeschil Beoordelingskader 4.1. Het geschil tussen partijen over de vordering van VG Colours onder
- a)heeft te gelden als een executiegeschil ex artikel 438 Rv. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de partij aan wie een vordering bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is toegewezen, bevoegd is dat vonnis ten uitvoer te leggen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat in een executiegeschil geen inhoudelijke bezwaren tegen de uitspraak kunnen worden aangevoerd, behalve bezwaren die nopen tot het oordeel dat sprake is van misbruik van bevoegdheid. Alleen als de executant (hier: HE Licenties) geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij executie kan de tenuitvoerlegging van het vonnis worden verboden. Dat zal het geval kunnen zijn als het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of als de executie op grond van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk een noodtoestand zal doen ontstaan voor de geëxecuteerde (hier: VG Colours), waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.Executie mist ook basis indien de geëxecuteerde – anders dan de executant kennelijk meent – voldoet aan het vonnis, in welk geval ook reden kan bestaan een vordering tot staking van de executie toe te wijzen. Klaarblijkelijke juridische of feitelijke misslag? 4.2. Het betoog van VG Colours dat sprake is van een klaarblijkelijke misslag omdat de rechtbank een aantal verweren van VG Colours om procedurele redenen als te laat gevoerd heeft aangemerkt en dus niet inhoudelijk heeft beoordeeld, slaagt niet. Deze procesrechtelijke beslissing heeft de rechtbank per door VG Colours gevoerd verweer onderbouwd (vergelijk met betrekking tot de onder 3.2.1 genoemde verweren, het tussenvonnis van 21 februari 2018, r.o. 4.28 en 4.29 respectievelijk het tussenvonnis van 1 augustus 2018, r.o. 2.10, r.o. 2.7 en r.o. 2.8 en 2.9). Met haar stelling dat deze procesrechtelijke beslissing ‘aanvechtbaar’ is (zie de pleitaantekeningen van VG Colours, nummer 3.1 onder b), erkent VG Colours in wezen zelf al dat van een klaarblijkelijke misslag geen sprake is. VG Colours heeft ook niet aangevoerd dat, en zo ja, waarom, die processuele beslissing van de rechtbank onjuist is geweest. De directe consequentie van die beslissing is dat de rechtbank niet is gekomen tot een inhoudelijke beoordeling van de te laat gevoerde verweren. Dat de eindbeslissing mogelijk anders was uitgevallen als de verweren wel inhoudelijk door de rechtbank zouden zijn beoordeeld, kan daarom niet leiden tot het oordeel dat sprake is van een klaarblijkelijke misslag. De vraag wat het oordeel zal zijn als die verweren wel inhoudelijk worden beoordeeld, is bij uitstek een vraag die in hoger beroep aan de orde zal zijn. 4.3. Ook de stelling dat de rechtbank gevoerde inbreukverweren buiten beschouwing heeft gelaten, kan niet tot toewijzing van de vordering leiden, alleen al nu uit het debat tussen partijen volgt dat op zijn minst voor discussie vatbaar is of de rechtbank dit inderdaad heeft gedaan. VG Colours stelt de onder 3.2.2 genoemde niet-inbreukverweren gevoerd te hebben, als gevolg waarvan de overweging van de rechtbank in het tussenvonnis van 21 februari 2018 in r.o. 4.28 (zie onder 2.5) niet juist zou zijn, maar HE Licenties betwist dat en betoogt dat VG Colours – zoals ook volgt uit de overwegingen van de rechtbank – deze argumenten in de bodemprocedure enkel heeft genoemd in het kader van haar verweer dat sprake was van openbaar voorgebruik. VG Colours heeft via de door haar overgelegde appeldagvaarding wel gewezen op randnummers in de conclusie van antwoord in de bodemprocedure waar ze deze argumenten zou hebben gevoerd, maar heeft nagelaten die randnummers of conclusie ook over te leggen. Dat betekent dat niet gezegd kan worden dat het eindvonnis berust op een klaarblijkelijke misslag, zodanig dat HE Licenties misbruik maakt van haar bevoegdheid door dit vonnis desondanks te executeren. Inbreuk op andere manier gekleurde orchideeën? Snee in buitenste oppervlak steel 4.4. Uit de gevoerde discussie tijdens de mondelinge behandeling volgt dat partijen het niet eens zijn over de vraag of de orchideeën die zijn gekleurd op de in 2.8.1 omschreven wijze inbreuk maken op conclusie 11 van het octrooi, en met name over de vraag of de door VG Colours toegebrachte snee een opening is via welke het gat toegankelijk is in de zin van die conclusie. Hoewel om die reden zou kunnen worden gezegd dat de op deze wijze gekleurde orchideeën geen orchideeën zijn waarvan in ernst kan worden betwijfeld dat zij een inbreuk, als door de rechtbank bevolen, opleveren, bestaat voor deze orchideeën toch geen aanleiding om het gevorderde executieverbod toe te wijzen, nu er geen concrete, reële dreiging van verdere executie bestaat. 4.5. VG Colours heeft immers gesteld dat zij enkel in de periode na het eindvonnis tot de inwerkingtreding van het verbod op de voornoemde wijze orchideeën heeft gekleurd. Dat kan verklaren dat HE Licenties op 2 en 5 juli 2019 (nog) op die wijze gekleurde orchideeën in de markt heeft aangetroffen. Aangezien VG Colours deze methode van kleuring nu niet meer gebruikt, bestaat geen reden te veronderstellen dat op deze wijze gekleurde orchideeën in de markt zullen worden aangetroffen en HE Licenties daarvoor opnieuw dwangsommen zal aanzeggen. 4.6. Evenmin is sprake van een concrete, reële dreiging dat HE Licenties met betrekking tot de voor deze orchideeën al aangezegde dwangsommen (zie 2.17) verdere executiemaatregelen zal treffen. Immers, ter zitting is gebleken dat HE Licenties voor het bedrag van de aan VG Colours aangezegde dwangsommen een beroep doet dan wel heeft gedaan op verrekening met de door haar aan VG Colours verschuldigde proceskosten in verband met de kortgedingprocedure (vergelijk onder 2.4), zodat verdere maatregelen ten behoeve van de voldoening van die aangezegde dwangsommen nu niet aan de orde zullen zijn. Gelet hierop heeft VG Colours voor wat betreft de orchideeën waarvan tijdens het kleuringsproces de stam is ingekerfd, geen belang bij haar vordering tot het staken of schorsen van de executie. Boren en injecteren in de voet van de steel 4.7. Ten aanzien van de orchideeën gekleurd op de wijze als omschreven onder 2.8.2 heeft HE Licenties dwangsommen aangezegd op basis van de bevindingen van de octrooigemachtigde en de deurwaarder, zoals weergegeven in het proces-verbaal van 13 augustus 2019 (zie onder 2.13.2). In dit proces-verbaal is door de deurwaarder als waarneming vastgelegd na het doorsnijden van de steel van de desbetreffende orchidee in lengterichting: “Aan de binnenkant is door de dwarsdoorsnede aan de zijde van de beschadiging een opening zichtbaar die uitmondt in een holte de groter is, in de lengterichting van de steel, dan de opening in de steel.” Met deze constatering van de deurwaarder moet voorlopig worden aangenomen dat VG Colours met de op deze wijze gekleurde orchideeën inbreukmakend handelt. VG Colours heeft onvoldoende aangevoerd om aan te kunnen nemen dat zij met de op deze wijze gekleurde orchideeën voldoet aan het bij het eindvonnis opgelegde verbod. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt. 4.8. Volgens VG Colours zijn de bij de bevindingen van de deurwaarder gevoegde foto’s onduidelijk. Dat is echter geen reden om aan de verklaring van de deurwaarder in het proces-verbaal voorbij te gaan. Het gaat om een ambtsedige verklaring waaraan ook bewijswaarde toekomt zonder dat foto’s de verklaring onderbouwen. VG Colours is zich ook van deze bewijswaarde bewust. Immers, in het kader van het door VG Colours overgelegde proces-verbaal van 25-27 juli 2019 (zie onder 2.9), waarbij foto’s horen die niet voor de voorzieningenrechter toegankelijk zijn, heeft VG Colours zelf ook gesteld dat de verklaring van de onafhankelijke deurwaarder – zonder foto’s – voldoende is. 4.9. Bovendien staat vast dat het met een injectie in de voet van de steel langer duurt voordat de orchidee is gekleurd dan met een injectie van de kleurvloeistof hoger in de stam. In het laatste geval is het proces volgens HE Licenties voltooid na ongeveer drie of vier dagen (en volgens HE Licenties zou dit in de bodemprocedure ook onbestreden tussen partijen vast staan), zodat het bij het proces met de injectie lager in de steel om meer dagen zou moeten gaan. VG Colours heeft dit niet bestreden. Dat betekent dat het door VG Colours overgelegde proces-verbaal van 25-27 juli 2019 (vergelijk wederom onder 2.9), waarin slechts is bekeken of het gat op dag 2 en 3 na het injecteren van de kleurstof is ontstaan, de mogelijkheid openlaat dat dit gat (conform conclusie 11 van het octrooi) na dag 3 alsnog ontstaat. Nu de deurwaarder in het proces-verbaal van 13 augustus 2019 (zie wederom onder 2.13.2) heeft geconstateerd dat een dergelijk gat in de door hem onderzochte orchideeën wel degelijk aanwezig was, moet er voor nu vanuit worden gegaan dat in elk geval op enig moment na het (doen) kleuren door VG Colours van de orchideeën, de orchideeën voldoen aan alle deelkenmerken van conclusie 11 van het octrooi. 4.10. Voor zover VG Colours met haar stelling dat op het moment dat de orchideeën het bedrijf van VG Colours verlaten daarin (nog) geen gat is ontstaan als bedoeld in conclusie 11 van het octrooi, heeft bedoeld te betogen dat ze geen inbreuk maakt, wordt dit standpunt voorshands verworpen. Als al juist, maakt VG Colours voorlopig oordelend dan immers wel indirect inbreuk, omdat in een later stadium dat gat alsnog ontstaat. Dat dat niet het gevolg zou zijn van haar handelen, omdat denkbaar is dat op enig moment na verhandeling door VG Colours door een andere oorzaak dan de kleuring een gat ontstaat, bijvoorbeeld omdat de orchideeën te weinig water krijgen of zich langere tijd in een droge omgeving bevinden, verwerpt de voorzieningenrechter. Dat het door de deurwaarder aangetroffen gat in de steel van de orchideeën (zie wederom onder 2.13.2) het gevolg zou zijn van te droge omstandigheden in het desbetreffende tuincentrum en niet van de door VG Colours gehanteerde kleuringswijze, heeft VG Colours in deze procedure namelijk niet onderbouwd. 4.11. Het voorgaande betekent dat er voorshands van uitgegaan moet worden dat de orchideeën die zijn gekleurd door injectie in de voet van de steel als inbreukmakend moeten worden beschouwd, zodat de vordering tot het staken dan wel schorsen van de executie door HE Licenties ook niet vanwege de op deze wijze gekleurde orchideeën zal worden toegewezen. Injecteren kleurstof in afgeknipte top 4.12. Ten slotte is VG Colours na het eindvonnis overgegaan op de wijze van kleuren als omschreven onder 2.8.3. Onder verwijzing naar het vrijgaveadvies (zie onder 2.10), heeft VG Colours gesteld dat de onderhavige orchideeën geen inbreuk maken op conclusie 11 van het octrooi en dat in die zin geen sprake is van handelen door VG Colours in strijd met het eindvonnis. 4.13. Dit door VG Colours ingenomen standpunt is door HE Licenties niet bestreden en vast staat dat HE Licenties in de markt ook geen orchideeën heeft aangetroffen die op deze wijze zijn gekleurd. De door HE Licenties aangezegde dwangsommen zien dan ook niet op deze orchideeën. Nu niet is gesteld of gebleken dat HE Licenties voor wat betreft de orchideeën die zijn gekleurd door injectie in de afgeknipte top het eindvonnis heeft geëxecuteerd of zal executeren, bestaat geen reden om een verbod op of schorsing van (verdere) executie voor deze orchideeën op te leggen. De daarvoor benodigde concrete, reële dreiging van executie ontbreekt. Buitenproportionele (onrechtmatige) executie? 4.14. VG Colours stelt dat HE Licenties tot een grote hoeveelheid volstrekt willekeurige executiemaatregelen is overgegaan. Zoals HE Licenties echter terecht heeft opgemerkt, heeft VG Colours in dat kader ook (vermeend) handelen of juist niet-handelen van HE Licenties genoemd dat niet als de tenuitvoerlegging van het eindvonnis is aan te merken. De voorzieningenrechter constateert dat HE Licenties het eindvonnis tot nu toe heeft doen executeren door: op 17 juli 2019 derdenbeslagen te laten leggen onder klanten van VG Colours voor de in het eindvonnis toegewezen proceskosten van € 20.000,- en de schadevergoeding nader op te maken bij staat (zie 2.14); op 24 september 2019 dwangsommen aan te zeggen voor een totaalbedrag van (5 × € 20.000,- =) € 100.000,-, naar aanleiding van de hiervoor besproken, op vijf momenten in de markt aangetroffen en volgens HE Licenties op basis van het eindvonnis inbreukmakende orchideeën (zie 2.17). 4.15. Bij de vraag of HE Licenties door deze executiemaatregelen te treffen, haar bevoegdheid buitenproportioneel heeft gebruikt en dus onrechtmatig heeft gehandeld, geldt het volgende uitgangspunt. HE Licenties heeft als executant belang bij handhaving van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het eindvonnis. De uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft in het algemeen tot doel de executant niet langer te laten wachten op dat wat hem op basis van het vonnis toekomt en in dit geval specifiek om HE Licenties de mogelijkheid te bieden haar octrooirechten tegen verdere inbreuken te handhaven. Niet valt in te zien dat en waarom de voornoemde twee maatregelen, waarvan één volgens de verklaringen van de klanten van VG Colours zelfs geen doel heeft getroffen, en die direct op het vonnis zijn terug te voeren, als buitenproportioneel zouden moeten worden aangemerkt. 4.16. VG Colours stelt weliswaar dat de consequenties van het optreden van HE Licenties voor haar enorm zijn (de continuïteit van haar bedrijf en 60 medewerkers is in gevaar, 75% van de klanten heeft bestellingen geannuleerd en/of aangegeven geen gekleurde orchideeën meer van VG Colours te zullen afnemen), maar VG Colours rekent die consequenties (vooral) toe aan de volgens haar namens Hanson Uitgevers in de week van 16 september 2019 aan klanten en derden gestuurde brieven (zie onder 2.16). Nu is gesteld noch gebleken dat die brieven onder de tenuitvoerlegging van het eindvonnis vallen, kunnen die niet leiden tot de conclusie dat HE Licenties haar bevoegdheid tot executie zodanig gebruikt dat verdere tenuitvoerlegging van het vonnis onaanvaardbaar is. 4.17. Dat VG Colours ten slotte een enorm hoog restitutierisico draagt omdat HE Licenties een ‘lege huls’ zou zijn, is onvoldoende onderbouwd. De door VG Colours overgelegde jaarrekeningen van HE Licenties bieden onvoldoende aanleiding om voorshands aan te nemen dat HE Licenties niet in staat zou zijn om, bij een eventuele vernietiging van het eindvonnis, aan haar financiële verplichtingen te voldoen. VG Colours heeft ook niet gevorderd dat de voorzieningenrechter zal bepalen dat de executie slechts tegen zekerheidstelling mag worden voortgezet. Gelet hierop kan niet worden aangenomen dat het restitutierisico zodanig is dat het belang van VG Colours bij het staken of schorsen van de executie zwaarder weegt dan het belang van HE Licenties bij de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van het vonnis. Conclusie 4.18. Gezien het voorgaande liggen de vordering genoemd in 3.1. onder
- a)en de daarop gebaseerde nevenvorderingen voor afwijzing gereed.
- b)Wapperverbod 4.19. Bij de beoordeling of sprake is van onrechtmatig wapperen, waarop VG Colours de vordering onder
- b)heeft gebaseerd, heeft als uitgangspunt te gelden dat het verzenden van een sommatiebrief of een andere waarschuwing door de rechthebbende van een intellectueel eigendomsrecht teneinde inbreuk op dat recht te voorkomen of tegen te gaan, in beginsel niet onrechtmatig is, ook niet als die sommatie of waarschuwing aan (potentiële) afnemers van de beweerdelijk inbreukmaker is gericht. Onder omstandigheden kan dit evenwel anders zijn. In ieder geval is dat zo indien de rechthebbende niet te goeder trouw is, bijvoorbeeld omdat hij wist dat de aangeschreven partij geen inbreuk maakt op het ingeroepen recht althans zulks in redelijkheid niet heeft kunnen menen. Ook is daarvan sprake als hij weet, dan wel dient te beseffen, dat een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat zijn recht geen stand zal houden in een procedure. De rechthebbende handelt dan immers tegen beter (hebben moeten) weten in, hetgeen onzorgvuldig is. Of hiervan sprake is moet steeds beoordeeld worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval. 4.20. In de onderhavige procedure is door VG Colours niet gemotiveerd waarom HE Licenties dient te beseffen dat er een serieuze, niet te verwaarlozen kans bestaat dat het octrooi geen stand zal houden en dat valt met het eindvonnis voorshands ook niet in te zien. Dat betekent dat het sturen van de onder 2.16 genoemde brieven aan derden waarin zij haar octrooirecht jegens deze derden (waaronder klanten van VG Colours) handhaaft, jegens VG Colours niet als onrechtmatig valt aan te merken. Voor zover in deze brieven wordt gerefereerd aan inbreukmakend handelen bestaande uit de verhandeling van orchideeën die met de na het eindvonnis gebruikte kleuringsmethode van ‘inkerving’ dan wel ‘injectie in de voet van de stam’ zijn behandeld, zoals VG Colours stelt, is evenmin sprake van onrechtmatig wapperen. Partijen twisten erover of die handelingen als inbreukmakend moeten worden aangemerkt en op het moment van het sturen van die brieven had geen rechter zich nog over die vraag gebogen. Waarom HE licenties met die brieven dan toch ‘tegen beter weten in‘ handelde, valt niet in te zien. 4.21. Het voorgaande betekent dat ook de vordering genoemd in 3.1 onder
- b)en de daarop gebaseerde nevenvorderingen zullen worden afgewezen. Proceskosten 4.22. VG Colours zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. HE Licenties c.s. heeft een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 1019h Rv gevorderd en opgegeven dat haar advocaatkosten € 20.023,50 bedragen. De onderhavige zaak is een zaak betreffende de handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv. De gevorderde advocaatkosten van HE Licenties zijn niet bestreden en komen de voorzieningenrechter redelijk en evenredig voor. Vermeerderd met het griffierecht van € 639,-, sluit de begroting van de proceskosten daarom op een bedrag van € 20.662,50. 5De beslissing De voorzieningenrechter - wijst de vorderingen af, - veroordeelt VG Colours in de proceskosten, aan de zijde van HE Licenties c.s. tot op heden begroot op € 20.662,50; - verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Knijff en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2019. Partijen zijn het erover eens dat de steel hetzelfde is als de stam Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering Hoge Raad 22 april 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4575 Hoge Raad 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8183 Hoge Raad 29 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU6098 (CFS Bakel / Stork)