Rechtbank DEN HAAG Meervoudige Kamer 6x Rekestnummer: FA RK 17-7861 Zaaknummer: C/09/541216 Datum beschikking: 7 februari 2019 Scheiding Beschikking op het op 12 oktober 2017 ingekomen verzoek van: [X] de vrouw, wonende op een geheim adres, advocaat: mr. A.S. Bakker te Utrecht. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [Y] , de man, wonende te [woonplaats] , België, advocaat: mr. C.S.F. de Nijs te ’s-Gravenhage (voorheen: mr. E.M.T. van Ruitenbeek-de Bekker te ’s-Gravenhage). Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift; het verweerschrift tevens verzoekschrift; - de brief van 12 maart 2018, met bijlage, van de zijde van de man; - het formulier “Verdelen en verrekenen” van de zijde van de vrouw; - de brief van 28 november 2018, met bijlagen, van de zijde van de man, tevens houdende een vermeerdering van het zelfstandig verzoek; - het verweerschrift op vermeerdering zelfstandig verzoek, met bijlage; - een F9-formulier van 30 november 2018, met bijlagen, van de zijde van de vrouw. Op 10 december 2018 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten. Beide partijen hebben pleitnotities overgelegd. Verzoek en verweer Het verzoek zoals dat thans luidt strekt tot echtscheiding, met een nevenvoorzieningen tot: - (zo begrijpt de rechtbank), afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, conform het voorstel van de vrouw, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De man voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Tevens heeft de man zelfstandig verzocht om het huwelijk van partijen nietig te verklaren en voor recht te verklaren dat de vrouw uit hoofde van de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden niets meer toekomt, dan wel een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht. De man heeft zijn zelfstandig verzoek aangevuld met een verzoek de vrouw te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 47.944,27 aan de man, uit hoofde van artikel 4 van de tussen partijen gesloten huwelijkse voorwaarden opgenomen vergoedingsrechten, dan wel een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht. De vrouw voert verweer tegen de door de man gedane zelfstandige verzoeken, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Feiten - Partijen zijn gehuwd op [huwelijksdag] 2017 te [huwelijksplaats] . - De man heeft de Belgische nationaliteit. - Partijen zijn gehuwd onder huwelijkse voorwaarden, kort gezegd inhoudende algehele uitsluiting van elke gemeenschap van goederen (artikel 1) met een finaal verrekenbeding bij echtscheiding, scheiding van tafel en bed (artikel 10) of bij het einde van het huwelijk door overlijden (artikel 11). Beoordeling Rechtsmacht en toepasselijk recht ten aanzien van het verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk De vrouw heeft haar gewone verblijfplaats in Nederland, zodat op grond van artikel 3 lid 1 onder 3 van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 huwelijkszaken en ouderlijke verantwoordelijkheid (Br II-bis) de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. De rechtbank is van oordeel dat de vraag of een huwelijk nietig kan worden verklaard, alsmede wie de nietigheid kan inroepen, is onderworpen aan het rechtsstelsel dat van toepassing is op de vraag of het huwelijk rechtsgeldig tot stand is gekomen. Omdat het huwelijk in Nederland is gesloten, is Nederlands recht van toepassing. Nietigverklaring In het dossier bevindt zich een afschrift van de huwelijksakte op grond waarvan de rechtbank vaststelt dat er sprake is van een rechtsgeldig huwelijk in Nederland (artikel 1:78 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De man voert primair aan dat er sprake is van dwang als bedoeld in artikel 1:71, lid 1 BW en dat het huwelijk op die grond nietig moet worden verklaard. Ontvankelijkheid Ingevolge artikel 1:71, lid 3, BW, vervalt de bevoegdheid van de echtgenoot om de nietigverklaring wegens dwang te verzoeken, wanneer de echtgenoten drie jaar hebben samengewoond zonder dwang gericht op instandhouding van het huwelijk, zonder dat dat verzoek is gedaan. Nu de man zijn verzoek binnen deze termijn van drie jaar heeft gedaan is hij ontvankelijk in zijn verzoek. Inhoudelijke beoordeling Artikel 1:71, lid 1, BW bepaalt dat de echtgenoot de nietigverklaring van zijn huwelijk kan verzoeken wanneer hij dit onder invloed van dwang heeft gesloten. De man dient derhalve aan te tonen dat de vrouw hem heeft gedwongen tot het aangaan van een huwelijk met haar. Gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen is de rechtbank van oordeel dat uit niets is gebleken dat de man onder invloed van dwang het huwelijk met de vrouw heeft gesloten. Voorafgaand aan het huwelijk heeft de man zich door een notaris laten informeren over de gevolgen verbonden aan het sluiten van het huwelijk. Deze notaris heeft de man, zoals hij zelf aangeeft, daarop gewezen. De man heeft ter zitting verklaard dat hem dat op dat moment niet interesseerde. Hij was verliefd en voelde zich eenzaam na het overlijden van zijn eerste echtgenote, met wie hij 55 jaar getrouwd was geweest. Hij wilde weer met iemand samenleven en vond het sluiten van een huwelijk met de vrouw daartoe de geëigende weg. Nu van enige dwang niet is gebleken wijst de rechtbank het verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk af. Echtscheiding Rechtsmacht en toepasselijk recht ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding Blijkens de basisregistratie persoonsgegevens (brp) heeft de vrouw de Nederlandse nationaliteit en is haar gewone verblijfplaats sedert ten minste zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek in Nederland. De Nederlandse rechter komt derhalve op grond van artikel 3 lid 1 sub a onder 6 Br II-bis rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het BW Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen. Inhoudelijke beoordeling De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk van partijen duurzaam ontwricht is, op grond waarvan zij echtscheiding verzoekt. De gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk is niet bestreden en staat dus in rechte vast, zodat het daarop steunende niet weersproken verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is. Afwikkeling huwelijks voorwaarden Partijen zijn op [huwelijksdag] 2017 te [huwelijksplaats] met elkaar gehuwd. Daaraan voorafgaand hebben zij, op 21 juli 2017, huwelijkse voorwaarden gesloten. De huwelijkse voorwaarden houden onder meer het volgende in: Uitsluiting Artikel 1 De echtgenoten sluiten elke gemeenschap van goederen uit. Vergoedingsrechten Artikel 4
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.