← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2019:12139

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.22849 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam] , verzoekster mede ten behoeve van haar minderjarige kind [naam 2] (gemachtigde: mr. C.G. Matze), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. C.W.M. van Breda). Procesverloop Bij besluit van 26 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.22848, plaatsgevonden op 23 oktober

  1. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Madu. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
  2. Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd ter voorkoming van overdracht aan Italië, zolang geen uitspraak is gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.
  3. Verzoekster stelt de Nigeriaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] . Haar dochter [naam 2] is op [geboortedatum 2] geboren.
  4. De dochter van verzoekster is prematuur geboren en er waren complicaties bij de bevalling. Verzoekster heeft dit met medische stukken onderbouwd. Daarnaast is er sprake van bijzondere familieomstandigheden. Mede daardoor lopen verzoekster en haar dochter risico op vrouwenbesnijdenis. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat verzoekster en haar dochter moeten worden aangemerkt als ‘bijzonder kwetsbare’ asielzoekers, als bedoeld in het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaak Tarakhel.
  5. Onlangs heeft het EHRM een aantal interim measures getroffen:  M.T. tegen Nederland van 6 september 2019 (no. 46595/19);  V.A. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48062/19):  F.O. tegen Nederland van 16 september 2019 (no. 48125/19);  A.S. tegen Nederland van 17 september 2019 (no. 48397/19), en  S.O. tegen Nederland van 24 september 2019 (no. 49569/19).
  6. Uit de door het EHRM gestelde vragen kan worden afgeleid dat aan de orde is of bijzonder kwetsbare vreemdelingen zonder individuele garanties aan Italië kunnen worden overgedragen op grond van de Dublinverordening. In de zaak M.T. tegen Nederland heeft verweerder de vragen op 20 september 2019 beantwoord. Niettemin heeft het EHRM de interim measure in die zaak verlengd.
  7. Dit betekent dat niet kan worden uitgesloten dat verweerder individuele garanties voor verzoekster en haar dochter aan Italië moet vragen met betrekking tot opvang- en andere voorzieningen, alvorens tot overdracht kan worden overgegaan.
  8. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het bestreden besluit en bepaalt dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist.
  9. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.024 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 512 en een wegingsfactor 1). Beslissing De voorzieningenrechter:  treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst en dat verzoekster niet mag worden overgedragen aan Italië totdat is beslist op het beroep;  veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 1.024 (duizendvierentwintig euro). Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Het arrest van 4 november 2014 in de zaak Tarakhel tegen Zwitserland, nr. 29217/12, ECLI:CE:ECHR:2014:1104JUD002921712

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.