Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage ae Zaaknr.: 7608424 EJ VERZ 19-73651 4 oktober 2019 Beschikking van de kantonrechter op de verzoeken van: 1 [verzoekster] , wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen: [verzoekster] , gemachtigde: mr. R. van Manen, 2. [verzoeker], wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen: [verzoeker] , gemachtigde: [gemachtigde] , verzoekers ten aanzien van de hierna onder 9. bedoelde verzoeken, verweerders ten aanzien van de hierna onder 11. bedoelde verzoeken. en de tegenverzoeken van: 3Capital Support Bewind & Executele B.V., gevestigd te Den Haag, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van: [betrokkene 1] , wonende te [woonplaats 1] , hierna te noemen: [betrokkene 1] , verweerder ten aanzien van de hierna onder 9. bedoelde verzoeken, verzoeker ten aanzien van de hierna onder 11. bedoelde verzoeken, hierna te noemen: de bewindvoerder, gemachtigde: mr. L.E. Leunissen. Als belanghebbenden bij dit verzoek zijn aangemerkt: 4 [belanghebbende 1] , wonende te [woonplaats 2] , hierna te noemen: [belanghebbende 1] , 5. [belanghebbende 2], notaris, kantoorhoudende te Den Haag, in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflater] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , overleden op [datum overlijden] ; hierna te noemen: de executeur. Procedure 1De kantonrechter heeft kennis genomen van: het op 14 maart 2019 ingediende verzoekschrift van [verzoekster] en [verzoeker] (hierna: verzoekschrift I) en de daarbij overgelegde stukken; het op 26 juli 2019 ingediende verzoekschrift van de bewindvoerder (hierna: verzoekschrift II) en de daarbij overgelegde stukken;; de brieven van 28 maart en 5 september van [belanghebbende 1] de brief van 3 september 2019 van de bewindvoerder; de namens [betrokkene 1] toegezonden brief met bijlagen van 3 september 2019; de namens [verzoekster] toegezonden brieven met bijlagen van 6 en 10 september 2019; de namens [verzoeker] toegezonden brief van 12 september 2019. 2. De verzoeken zijn mondeling behandeld op de zitting van 13 september 2019. Van het verhandelde op de zitting is door de griffier aantekening gehouden. Ter zitting zijn verschenen: [verzoekster] en [verzoeker] , bijgestaan door mr. R. van Manen; [bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2] , namens de bewindvoerder, bijgestaan door mr. L.E. Leunissen; de executeur. Zowel mr. van Manen als mr. Leunissen hebben spreekaantekeningen in het geding gebracht. Feiten 3. [verzoekster] , [verzoeker] en [belanghebbende 1] zijn de kinderen van [betrokkene 1] en [erflater] (hierna: erflater). 4. Erflater heeft bij testament van 21 mei 2015 beschikt over zijn nalatenschap. In dat testament heeft hij [betrokkene 1] , zijn echtgenote, voor 1/100 gedeelte en zijn drie kinderen voor het restant van zijn nalatenschap, ieder voor een gelijk deel, benoemd tot zijn erfgenamen. Verder heeft erflater bepaald dat de wettelijke verdeling niet van toepassing is op zijn nalatenschap. Het testament bevat daarnaast onder meer de volgende bepalingen: “(…) HOOFDSTUK 4. EXECUTELE 1. Benoeming executeur Ik benoem mijn echtgenote tot executeur. (…) Als mijn echtgenote de functie van executeur niet kan of wil aanvaarden of haar taak niet volbrengt, benoem ik notaris [belanghebbende 2] , (…) in haar plaats of als haar opvolger tot executeur. (…) HOOFDSTUK 5. AFWIKELINGSBEWIND EN VERDELING 1. Last en afwikkelingsbewind Ik leg aan mijn echtgenote als executeur de last op in de zin van artikel 4:130 lid 2 en artikel 4:144 Burgerlijk Wetboek de nalatenschap te verdelen als was er een wettelijke verdeling als bedoeld in artikel 4:13 Burgerlijk Wetboek. De verdeling van de nalatenschap moet inhoudelijk overeenkomen met de wettelijke verdeling en plaatsvinden als hierna bepaald. Deze last rust ook op de gezamenlijke erfgenamen. Ik benoem mijn echtgenote naast executeur ook tot afwikkelingsbewindvoerder. Op basis van artikel 4:171 Burgerlijk Wetboek ken ik mijn echtgenote in deze hoedanigheid de zelfstandige bevoegdheid toe om, als vertegenwoordiger van mijn erfgenamen, de nalatenschap met inachtneming van het hierna bepaalde te verdelen bij notariële akte. (…) 3. Verdere bepalingen bewind Voor het bewind gelden de volgende bepalingen: (…) - Als mijn echtgenote de taak als afwikkelingsbewindvoerder niet aanvaardt, vervalt dit bewind; (…) 4. Opeisbaarheid vorderingen De geldvorderingen op mijn echtgenote met de rente daarover zijn onmiddellijk opeisbaar in de hierna volgende gevallen, tenzij de afwikkelingsbewindvoerder anders bepaalt of mijn echtgenote en de overige erfgenamen anders overeenkomen: (…) Als mijn echtgenote onder curatele wordt gesteld of haar vermogen onder bewind wordt gesteld verzoek ik aan de (kanton)rechter naar aanleiding van een daartoe strekkend gezamenlijk verzoek van de gerechtigden tot de geldvorderingen, te bepalen dat deze geldvorderingen vermeerderd met de hierna bedoelde rente opeisbaar worden, voor zover door bedoelde uitkering de verzorging van mijn echtgenote niet in gevaar komt. (…) 8. Einde afwikkelingsbewind Het afwikkelingsbewind van mijn echtgenote eindigt na voltooiing van de verdeling, maar uiterlijk twee jaar na mijn overlijden. (…) HOOFDSTUK 6. LEGATEN 1. Keuzelegaat goederen aan mijn echtgenoten tegen vergoeding van de waarde aan mijn erfgenamen Als mijn echtgenote van de haar in hoofdstuk 5 gegeven bevoegdheid om de nalatenschap te verdelen geen gebruik maakt, legateer ik aan mijn echtgenote in vol eigendom: die registergoederen die onder de Wet inkomstenbelasting 2001 zijn aan te merken als eigen woning, die zij kiest, onder de verplichting de waarde van de gekozen goederen te vergoeden aan mijn erfgenamen; de aandelen en certificaten van aandelen in besloten vennootschappen, die zijn aan te merken als aanmerkelijk belang aandelen als bedoeld in de Wet inkomstenbelasting 2001, die zij kiest, onder de verplichting de waarde van de gekozen goederen te vergoeden aan mijn erfgenamen; de overige bestanddelen van mijn vermogen die zij kiest, onder de verplichting de waarde van de gekozen goederen te vergoeden aan mijn erfgenamen. (…) Met betrekking tot de vordering tot vergoeding bepaal ik, behoudens het hiervoor bepaalde, het volgende: a. De vordering tot vergoeding is pas opeisnaar op de momenten als bedoeld in hoofdstuk 5 onder 4 (‘Opeisbaarheid vorderingen’). (…)”. 5. Bij beschikking van 23 mei 2017 zijn de goederen van [betrokkene 1] onder bewind gesteld en is Capital Support Bewind & Executele B.V. benoemd als haar bewindvoerder. 6Erflater is overleden op [datum overlijden] . 7. Vanwege het bewind was [betrokkene 1] niet in staat de benoeming tot executeur te aanvaarden. [belanghebbende 2] heeft de benoeming tot executeur aanvaard. 8. De bewindvoerder heeft namens [betrokkene 1] aanspraak gemaakt op de volledige eigendom van alle bestanddelen van de nalatenschap van erflater en heeft het afvullegaat aanvaard. Geschil 9. [verzoekster] en [verzoeker] verzoeken de kantonrechter op grond van hoofdstuk 5, onderdeel 4, van het testament te bepalen dat de geldvorderingen opeisbaar zijn. Zij voeren daartoe aan dat het vermogen van [betrokkene 1] onder bewind is gesteld en dat de uitkering van de geldvorderingen van de kinderen de verzorging van [betrokkene 1] niet in de weg zal staan. Voor zover [belanghebbende 1] niet instemt met dit verzoek, verzoeken zij de kantonrechter hen vervangende toestemming te verlenen en alsnog te bepalen dat de geldvorderingen van alle drie de kinderen opeisbaar zijn. 10. De bewindvoerder, [betrokkene 1] en [belanghebbende 1] voeren verweer tegen deze verzoeken. Op dat verweer wordt – voor zover relevant – onder het kopje ‘Beoordeling’ ingegaan. 11. De bewindvoerder verzoekt de kantonrechter
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.