RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL18.24366 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] eiser (gemachtigde: mr. G.A.P. Avontuur), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. H. Talsma). Procesverloop Bij besluit van 17 december 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Italië daarvoor verantwoordelijk is. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit beroep. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL18.24367, plaatsgevonden op 7 februari
- Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen
- Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Ghanese nationaliteit te bezitten.
- Niet in geschil is dat de autoriteiten van Italië in beginsel verantwoordelijk zijn voor de behandeling van eisers asielaanvraag. Zij hebben op 11 november 2018 een terugnameverzoek geaccordeerd op grond van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening (EU) Nr. 604/2013 (Dublinverordening).
- Eiser voert aan dat in Italië sprake is van systematische tekortkomingen in de opvangvoorzieningen voor asielzoekers, zodat verweerder ten onrechte de behandeling van zijn asielaanvraag niet aan zich heeft getrokken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening. De rechtbank volgt eiser niet in deze stelling.
- In de eerste plaats verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 19 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4131) waarin is geoordeeld dat ten aanzien van Italië nog steeds dient te worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, ook na de maatregelen die door de Italiaanse regering zijn afgekondigd in het zogenoemde Salvini-decreet.
- Eiser beroept zich op het nieuwsbericht 'New Italian law adds to unofficial clampdown on aid to asylum seekers' van IRIN News van 7 december
- Dit is echter al door de Afdeling meegewogen zoals blijkt uit de bijlage van voornoemde uitspraak.
- Verder beroept eiser zich op het rapport ‘Mutual Trust Is Still Not Enough’ van DRC en SFH/OSAR van 12 december
- Dit betreft een voortgangsrapportage over de situatie van een dertiental kwetsbare asielzoekers. Reeds nu eiser geen kwetsbare asielzoeker is, werpt dit rapport geen nieuw licht op de zaak.
- Ook beroept eiser zich op het nieuwsbericht 'Italy's asylum reception system crumbles’ van Devex van 12 december
- Dit bericht geeft naar het oordeel van de rechtbank geen wezenlijk ander beeld dan de stukken die bij voornoemde uitspraak van de Afdeling zijn betrokken.
- Tot slot heeft eiser zich ter aanvulling nog beroepen op de nieuwsberichten ‘Italy evicts more than 500 people from refugee centre’ van The Guardian van 23 januari 2019 en ‘Italy’s second biggest reception centre for asylum seekers closed amid protests’ van Euronews van 24 januari
- Hieruit kan worden afgeleid dat er een hervestiging van asielzoekers heeft plaatsgevonden, die grotendeels naar andere opvanglocaties zijn vervoerd. Voor zover uit deze berichten blijkt dat sprake is van het op straat zetten van asielzoekers, gaat het om informatie die reeds bekend was vanwege het Salvini-decreet.
- De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om eisers asielaanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 van de Dublinverordening.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, op 7 februari
- Dit proces-verbaal is digitaal ondertekend en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.