Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer: 09/842273-18 Datum uitspraak: 25 maart 2019 Tegenspraak (Promisvonnis) De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [Verdachte] , geboren op [Geboortedatum] 1989 te [Geboorteplaats] ( [Geboorteland] ), verblijfadres: [Adres] te [Woonplaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 10 oktober 2018 (pro forma), 4 januari 2019 (pro forma) en 11 maart 2019 (inhoudelijke behandeling). De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.S. van der Harg en van hetgeen door verdachte en zijn raadsman mr. M.M.J. Nuijten naar voren is gebracht. 2De tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 05 juli 2018, in elk geval in of omstreeks de maand juli 2018 te Kwintsheul, gemeente Westland, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een Micro Uzi, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en/of een of meer pistolen (wapens categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie) en/of munitie, bestaande uit een grote hoeveelheid patronen, zijnde munitie van categorie II en/of III van de Wet Wapens en Munitie voorhanden heeft gehad. 3Bewijsoverwegingen 3.1 Inleiding De verdachte wordt verweten dat hij, samen met een ander, een automatisch wapen, meerdere pistolen en munitie voorhanden heeft gehad. 3.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het tenlastegelegde medeplegen en tot bewezenverklaring van het overige tenlastegelegde. 3.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft algehele vrijspraak bepleit nu de verdachte zich niet bewust is geweest van de aanwezigheid van de wapens in zijn woning. 3.4 De beoordeling van de tenlastelegging Aantreffen wapens Op 5 juli 2018 heeft de politie een melding ontvangen om naar een woning op het adres [Adres] in Kwintsheul te gaan. De melder (de vader van de verdachte) had aldaar een vuurwapen gevonden. Eenmaal bij de woning aangekomen trof de verbalisant in de berging van deze woning een zwarte zak aan met vuurwapens en lege patroonhouders, apart verpakt in zip-lock zakjes. In een sporttas die zich eveneens in de berging van de woning bevond heeft de verbalisant ook zip-lock zakjes aangetroffen met vuurwapens en munitie van verschillende afmetingen. Soorten wapens Een verbalisant van het team Forensische Opsporing heeft de zes aangetroffen wapens veiliggesteld en onderzocht. Hij heeft ten aanzien van de strafbaarstelling in de zin van de Wet wapens en munitie (hierna: WWM), de wapens als volgt geïdentificeerd: - een Micro Uzi, zijnde een automatisch vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II sub 2 van de WWM; - een pistool FN, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III sub 1 van de WWM; - een pistool CZ 75, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III sub 1 van de WWM; - een pistool CZ 75, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III sub 1 van de WWM; - een pistool Llama Danton, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III sub 1 van de WWM; - pistoolonderdelen: kast, slede en patroonmagazijn Smith & Wesson CS9, zijnde een vuurwapen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie III sub 1 van de WWM. Ten aanzien van de aangetroffen munitie is gebleken dat dit in totaal 151 kogelpatronen betroffen, zijnde munitie in de zin van artikel 2, tweede lid, categorie II en III van de WWM. Verklaring verdachte De verdachte heeft verklaard dat hij woont op het adres [Adres] in Kwintsheul en dat hij daar alleen woont. Hij heeft ontkend op de hoogte te zijn geweest van de wapens in de berging van zijn woning. Hij heeft verklaard de sporttas met wapens niet eerder gezien te hebben en dat het mogelijk is dat visite de wapens in zijn woning heeft achtergelaten. De verdachte heeft een keer een man en een vrouw na het uitgaan mee naar huis heeft genomen. De verdachte denkt gezien te hebben dat zij sporttassen bij zich hadden. De verdachte heeft nooit meer wat van deze mensen gehoord en kan ook geen personalia van hen verstrekken. Oordeel van de rechtbank Voor een veroordeling ter zake van het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van art. 26 van de WWM is volgens vaste jurisprudentie vereist dat sprake is geweest van een meerdere of mindere mate van bewustheid bij de verdachte omtrent de aanwezigheid van dat wapen of die munitie. De rechtbank stelt bij de beoordeling van het bewijs voorop dat als uitgangspunt heeft te gelden dat, behoudens bijzondere feiten en omstandigheden, de bewoner van een woning geacht wordt bekend te zijn met de spullen die zich in de woning en daar bijbehorende berging bevinden en geacht wordt daarover te kunnen beschikken. In het geval dat een verdachte stelt niet bekend te zijn met de spullen in zijn woning mag van hem hieromtrent een redelijke verklaring worden gevergd. Vaststaat dat de verdachte ten tijde van het aantreffen van de wapens en munitie in de woning, de enige bewoner van die woning was. Tegenover de politie heeft de verdachte verklaard dat hij en zijn ouders de enigen zijn die een sleutel van zijn woning hebben en dat de verdachte zelf enkele keren per week in de berging komt. In de berging stonden onder meer een wasmachine, droger, vaatwasser en kapstok. De buitendeur van de berging zat altijd op slot. De verdachte heeft verder verklaard dat hij bijna nooit visite kreeg. De verdachte heeft op geen enkele wijze concrete en/of verifieerbare feiten en omstandigheden aangevoerd die zijn verklaring, dat hij niets wist van de wapens en munitie in zijn berging, aannemelijk maken. De door de verdachte gegeven verklaring dat andere, onbekend gebleven personen de wapens mogelijk bij de verdachte hebben achtergelaten levert geen redelijke verklaring op als hiervoor bedoeld, nu dit slechts een mogelijkheid betreft die op geen enkele wijze is onderbouwd. Bovendien acht de rechtbank het door de verdachte geschetste mogelijke scenario, inhoudende dat deze personen zich in het uitgaansleven zouden hebben begeven met een sporttas met wapens en deze tas, al dan niet per ongeluk, zouden achterlaten bij de verdachte om de tas vervolgens niet op te komen halen, hoogst ongeloofwaardig. De rechtbank is bij gebreke van een redelijke verklaring van de verdachte van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte op de hoogte was van de wapens en munitie in de berging van zijn woning en dat hij daarmee genoemde wapens en munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank spreekt de verdachte wel vrij van het tenlastegelegde medeplegen, nu niet vast is komen te staan dat de verdachte dit feit tezamen met een ander heeft gepleegd. 3.5 De bewezenverklaring De rechtbank verklaart ten aanzien van de verdachte bewezen dat: hij op 5 juli 2018 te Kwintsheul een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie, te weten een Micro Uzi, zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren en pistolen (wapens categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie) en munitie, bestaande uit een grote hoeveelheid patronen, zijnde munitie van categorie II en III van de Wet Wapens en Munitie voorhanden heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad. 4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. 5De strafbaarheid van de verdachte De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering. Voorts heeft de officier van justitie de opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd. 6.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht om de verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur van de reeds in voorarrest doorgebrachte tijd, met daarbij een voorwaardelijk strafdeel en bijzondere voorwaarden. De raadsman heeft voorgesteld daarbij eventueel een forse taakstraf op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking. De verdachte heeft in zijn woning een automatisch vuurwapen, pistolen en bijbehorende munitie voorhanden gehad. Het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens met munitie is maatschappelijk onaanvaardbaar vanwege de grote dreiging die daarvan uitgaat voor anderen. Dergelijke wapens kunnen gebruikt worden voor allerlei (levens)bedreigende activiteiten. Het voorhanden hebben daarvan vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens. De rechtbank houdt er daarbij rekening mee dat in dit geval sprake was van een fors aantal wapens en munitie, waaronder een automatisch vuurwapen, en de verdachte over de aanwezigheid daarvan in zijn woning geen openheid van zaken heeft gegeven. De rechtbank heeft rekening gehouden met het strafblad van de verdachte , gedateerd 14 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.