← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2019:3837

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL19.4410 V-nummer: [nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser, (gemachtigde: mr. W.A. Berghuis), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 26 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gebleven. Overwegingen

  1. Eiser is geboren op [geboortedatum] en bezit de Egyptische nationaliteit. Hij heeft op 17 januari 2019 een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de autoriteiten van Duitsland op grond van de Dublinverordening gevraagd eiser terug te nemen. De Duitse autoriteiten hebben met dit verzoek ingestemd.
  2. Verweerder heeft vervolgens de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling ervan.
  3. Eiser heeft hiertegen aangevoerd dat verweerder ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om zijn asielaanvraag op grond van artikel 17 van de Dublinverordening in behandeling te nemen. Hij stelt dat hij in Duitsland geen eerlijke asielprocedure heeft gehad. Eiser heeft daar twee maanden in detentie verbleven en is gedwongen een asielverzoek in te dienen. Voor hem was het niet mogelijk te klagen bij de (hogere) autoriteiten, omdat hij niet werd bijgestaan door een advocaat. Eiser stelt ook dat niet is gekeken naar zijn individuele verhaal, maar uitsluitend naar de situatie in zijn land van herkomst. Eiser heeft psychische klachten en bij overdracht zullen deze toenemen.
  4. Artikel 17 van de Dublinverordening geeft een discretionaire bevoegdheid op grond waarvan verweerder een asielaanvraag onverplicht in behandeling kan nemen. De rechtbank dient deze beoordeling terughoudend te toetsen. Op grond van wat eiser heeft aangevoerd heeft verweerder in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om de asielaanvraag aan zich te trekken. Eiser heeft zijn gestelde ervaringen in Duitsland niet onderbouwd. Evenmin heeft hij recent gedateerde medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij psychische problemen heeft en hiervoor specialistische behandeling behoeft. Met het claimakkoord heeft Duitsland gegarandeerd dat het asielverzoek van eiser in Duitsland in behandeling zal worden genomen en dat hij adequaat zal worden opgevangen. Bij voorkomende problemen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen in Duitsland dient eiser hierover te klagen bij de (hogere) Duitse autoriteiten. Met de enkele stelling dat hij niet is bijgestaan door een advocaat heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat dit voor hem onmogelijk is.
  5. Het beroep is ongegrond.
  6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. C. van Boven-Hartogh, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Paulus, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. Verordening (EU) nr. 604/2013.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.