RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: NL19.6409 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser], eiser, V-nummer [V-nummer] (gemachtigde: mr. T.M. van der Wal), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Singh). Procesverloop Bij besluit van 19 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL19.6410, plaatsgevonden op 16 april
- Eiser en gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
- De rechtbank ziet zich eerst ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep. Hierover overweegt de rechtbank als volgt.
- Verweerder heeft in het voornemen opgenomen dat eiser blijkens informatie afkomstig van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers en de AVIM op 15 februari 2019 is gemeld als met onbekende bestemming vertrokken. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting verklaard dat er een inhoudelijke beslissing is genomen in het bestreden besluit omdat eiser wel een zienswijze heeft ingediend.
- Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:579) volgt dat indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft er in beginsel vanuit dient te worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
- De gemachtigde van eiser heeft in de gronden van beroep hierover niets aangevoerd en is niet ter zitting verschenen om dit verder toe te lichten. Door de gemachtigde van eiser is dus niet betwist dat eiser geen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
- Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een inhoudelijke beoordeling van het beroep en geen rechtens te beschermen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde beroep.
- Het beroep is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter, in aanwezigheid van mr. A.E. Maas, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: griffier rechter Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.