Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige kamer Rekestnummer: FA RK 18-5546 Zaaknummer: C/09/557508 Datum beschikking: 10 mei 2019 Verbetering akte register burgerlijke stand, gerechtelijke vaststelling ouderschap, gezag, wijziging geslachtsnaam Beschikking op het op 27 juli 2018 ingekomen verzoek van de officier van justitie in het arrondissement Den Haag. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [Y] , hierna: de man/vader, en [X] , hierna: de moeder, hierna samen: de ouders, wonende te [woonplaats] , België, advocaat: mr. E.A.M. Brouwers- Bouwman te Wassenaar, de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats minderjarige] zetelend te [geboorteplaats minderjarige] , de ambtenaar. Procedure De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift van de officier van justitie; - de brief met bijlagen van 29 augustus 2018 van de officier van justitie. Op 25 oktober 2018 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de ambtenaar in de personen van de heer [naam] en mevrouw [naam] . De officier van justitie is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet ter terechtzitting verschenen. De rechtbank heeft de behandeling van het verzoek aangehouden en de man in de gelegenheid gesteld om een advocaat te zoeken en een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van zijn vaderschap over [minderjarige] in te dienen. De rechtbank heeft bepaald dat de verzoeken daarna gelijktijdig verder zullen worden behandeld. Vervolgens heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen: - het F2-formulier van 12 november 2018 waarin mr. Brouwers-Bouwman zich als advocaat voor de ouders stelt; - de referteverklaring tevens zelfstandig verzoekschrift van de zijde van de ouders van 14 november 2018; - het F9-formulier van 28 januari 2019 van de zijde van de ouders, met als bijlage een rapport van DNA Diagnostics Center met toelichting van 13 december 2018; - de brief van 28 maart 2019 van de zijde van de ambtenaar. Feiten - De ouders zijn met elkaar gehuwd op [huwelijksdatum] 2013 op het consulaat van Ecuador in [plaatsnaam] - Uit de moeder is het volgende thans nog minderjarige kind geboren: - [minderjarige] geboren op [geboortedag] 2014 te [geboorteplaats] . - Op de geboorteakte van [minderjarige] is de man als vader opgenomen. De man heeft tevens aangifte van de geboorte van [minderjarige] gedaan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [geboorteplaats minderjarige] - Uit een rapport van DNA-onderzoek blijkt met meer dan 99,999% zekerheid dat de man de biologische vader is van [minderjarige] . - De man heeft vanaf zijn geboorte uitsluitend de Nederlandse nationaliteit. - De moeder heeft de Ecuadoraanse nationaliteit. - Uit de Basisregistratie personen (brp) blijkt dat de man sinds zijn geboorte zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft gehad en dat hij sinds 15 november 2016 is geëmigreerd en in de Registratie Niet Ingezetenen (RNI) is ingeschreven met een verblijfplaats in België. - De moeder is nooit ingeschreven geweest in de Nederlandse brp. De moeder is sinds 5 februari 2018 ingeschreven in de RNI met een verblijfplaats in België. - Uit de brp blijkt dat [minderjarige] vanaf haar geboorte op [geboortedag] 2014 tot 15 november 2016 haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft gehad en dat zij sindsdien is geëmigreerd en in de RNI is ingeschreven met een verblijfplaats in België. Verzoek en verweer Het verzoek van de officier van justitie strekt tot verbetering van de geboorteakte met nummer [nr.] van het jaar 2014, ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [geboorteplaats minderjarige] op [een dag na de geboorte] 2014. De ouders refereren zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het verzoek tot verbetering van de geboorteakte. De ouders verzoeken tevens zelfstandig tot: gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man over [minderjarige] ; bepaling dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over [minderjarige] ; toekenning van de geslachtsnaam ‘ [geslachtsnaam Y] ’ aan [minderjarige] , een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens. Beoordeling Verbetering geboorteakte Rechtsmacht en toepasselijk recht Aangezien het verzoek is gedaan door de Nederlandse officier van justitie, heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht op grond van artikel 3 aanhef en onder a van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv). Aangezien het verzoek strekt tot verbetering van een Nederlandse akte, is Nederlands recht van toepassing op het verzoek. Inhoudelijke beoordeling Op grond van artikel 1:24, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan – voor zover hier van belang – de rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie verbetering gelasten van een akte die voorkomt in een register van de burgerlijke stand en die onvolledig is of een misslag bevat. De officier van justitie stelt dat de man ten onrechte als vader is vermeld op de geboorteakte van [minderjarige] en verzoekt om verbetering op dit punt. Bij het opmaken van de geboorteakte is de man op grond van artikel 1:199 aanhef en onder a BW aangemerkt als de (juridische) vader van [minderjarige] , omdat hij ten tijde van haar geboorte was getrouwd met de moeder. Dit huwelijk wordt naar Nederlands rechts echter niet erkend, omdat het huwelijk is gesloten op het consulaat van Ecuador in Nederland terwijl de man de Nederlandse nationaliteit bezit. Op grond van artikel 10:30 BW kan immers een huwelijk in Nederland slechts worden voltrokken door consulaire ambtenaren indien geen der partijen uitsluitend of mede Nederlandse nationaliteit bezit. Als gevolg van het niet rechtsgeldig zijn van het huwelijk, kan de vader naar Nederlands recht niet als de juridische vader van [minderjarige] worden beschouwd en stond [minderjarige] ten tijde van haar geboorte alleen in familierechtelijke betrekking tot de moeder. Als gevolg hiervan heeft [minderjarige] niet (via de vader) de Nederlandse nationaliteit verkregen, maar heeft zij enkel de Ecuadoraanse nationaliteit verkregen, op basis van de nationaliteit van haar moeder. Derhalve wordt de geslachtsnaam van [minderjarige] op grond van artikel 10:19 BW bepaald door het Ecuadoraans recht, inhoudende dat een kind als geslachtsnaam de eerste van de twee geslachtsnamen van beide ouders heeft, in dit geval dus ‘ [geslachtsnaam Y] [1e geslachtsnaam X] ’. Op grond van bovenstaande verzoekt de officier van justitie om de gegevens van de vader van de geboorteakte te verwijderen en om als geslachtsnaam op te nemen ‘ [geslachtsnaam Y] [1e geslachtsnaam X] ’. De rechtbank zal dit verzoek als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen. Gerechtelijke vaststelling vaderschap Rechtsmacht Op grond van artikel 1 lid 3 sub a van de EG-Verordening nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 (hierna: Brussel II-bis) is deze verordening niet van toepassing op de vaststelling van familierechtelijke betrekkingen, zoals hier aan de orde. Dit geldt ook voor het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 19 oktober 1996, Trb. 1997, 299 op grond van artikel 4 aanhef en onder a van dat verdrag. Gelet op het vorenstaande dient de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen, beantwoord te worden aan de hand van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Aangezien het verzoek geen betrekking heeft op ouderlijke verantwoordelijkheid maar op de vaststelling van familierechtelijke betrekkingen, acht de rechtbank artikel 5 Rv niet van toepassing. Uit artikel 3 aanhef en onder a Rv volgt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft indien de verzoeker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.