vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/528398 / HA ZA 17-273 Vonnis in incident van 15 mei 2019 in de zaak van 1. de rechtspersoon naar vreemd recht BACARDI AND COMPANY LIMITED, te Valduz, Liechtenstein 2. BACARDI-MARTINI B.V., te Gouda, eiseressen in de hoofdzaak en in de incidenten ex art. 223 Rv en art. 843a Rv, verweersters in het vrijwaringsincident, advocaat mr. N.W. Mulder te Amsterdam tegen 1F. LOENDERSLOOT INTERNATIONALE EXPEDITIE B.V., te Roosendaal, gedaagde in de hoofdzaak en in de incidenten ex art. 223 Rv en art. 843a Rv, advocaat mr. H. Lebbing, 2. FLINT LOGISTICS B.V., te Roosendaal, gedaagde in de hoofdzaak en in de incidenten ex art. 223 Rv en art. 843a Rv, advocaat mr. H. Lebbing, 3. FLINT WAREHOUSING B.V., te Roosendaal, gedaagde in de hoofdzaak en in de incidenten ex art. 223 Rv en art. 843a Rv, advocaat mr. H. Lebbing, 4. LLOGS B.V., te Roosendaal, gedaagde in de hoofdzaak en in de incidenten ex art. 223 Rv en art. 843a Rv, advocaat mr. H. Lebbing, 5. PURE HANDLING B.V., te Rotterdam, gedaagde in de hoofdzaak en in de incidenten ex art. 223 Rv en art. 843a Rv, eiseres in het vrijwaringsincident, advocaat mr. R.M.T. van den Bosch te Rotterdam en 6. [gedaagde sub 6] te [plaats] ( [land] ) gedaagde in de hoofdzaak en in de incidenten ex art. 223 Rv en art. 843a Rv, advocaat mr. H. Lebbing, Eiseressen in de hoofdzaak zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Bacardi c.s. (in vrouwelijk enkelvoud) en afzonderlijk als Bacardi Limited en Bacardi Nederland. Gedaagde sub 5 in de hoofdzaak, eiseres in het onderhavige vrijwaringsincident (hierna ook: het incident), wordt hierna ook aangeduid als Pure Handling. Gedaagden 1 tot en met 4 en 6 zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als Loendersloot c.s. Gedaagden sub 1 tot en met 4 zullen ook worden aangeduid als de Loendersloot-groep en gedaagde sub 6 zal ook worden aangeduid als [gedaagde sub 6] . De zaak is voor Bacardi c.s. op de zitting behandeld door mrs. E.F.M. Hendriksen en R.D. Verweij, advocaten te Amsterdam, en voor Pure Handling door mrs. S.N.J. Putter en M.A. Feenstra, advocaten te Rotterdam. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure, voor zover van belang, blijkt uit: - de dagvaarding van 26 januari 2017 tevens houdende incidentele vorderingen tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv en incidentele vordering tot afschrift van bescheiden ex artikel 843a Rv; de akte overlegging producties EP1 tot en met EP50 van Bacardi c.s.; de incidentele conclusie van Pure Handling van 12 december 2018 strekkende tot vrijwaring ex art. 210 Rv; de conclusie van antwoord in het incident strekkende tot oproeping in vrijwaring ex artikel 210 Rv en (voorwaardelijk) pleidooiverzoek van 16 januari 2019; de rolbeslissing van 13 maart 2019 waarbij pleidooi in het door Pure Handling opgeworpen vrijwaringsincident is bepaald op 9 april 2019; het faxbericht van Bacardi c.s. van 5 april 2019 met een aanvullend proceskosten-overzicht; het faxbericht van Pure Handling van 8 april 2019 (om 10:27 uur) met een proceskosten-overzicht; de tijdens de pleidooizitting van 9 april 2019 door beide partijen gehanteerde pleitaantekeningen, met dien verstande dat randnummers 4.26 en 4.27 van de pleitnota van mr. Putter zijn doorgehaald omdat deze niet zijn gepleit. 1.2. Vonnis in het incident is nader bepaald op heden. 2. Het geschil in de hoofdzaak en de bij dagvaarding ingestelde incidentele vorderingen 2.1. Bacardi c.s. vordert in de hoofdzaak, verkort weergegeven en voor zover hier van belang: gedaagden sub 1 tot en met 5 te bevelen elke inbreuk op de in de dagvaarding vermelde merken te staken en gestaakt te houden; gedaagden sub 1 tot en met 5 te bevelen het leveren van diensten waarmee derden inbreuk maken op de in de dagvaarding vermelde merkrechten van Bacardi c.s. te staken en gestaakt te houden; gedaagden (sub 1 tot en met 6) te veroordelen om opgave te doen van de in de dagvaarding vermelde informatie met overlegging van de daar vermelde bescheiden; gedaagden (sub 1 tot en met 6) hoofdelijk te veroordelen de ten gevolge van hun inbreukmakende c.q. onrechtmatige handelen (in groepsverband) genoten nettowinst af te dragen aan Bacardi c.s.; te verklaren voor recht dat gedaagden (sub 1 tot en met 6) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle schade die Bacardi c.s. heeft geleden en nog lijdt en die het gevolg is van hun inbreukmakende c.q. onrechtmatige handelen, zo nodig nader op te maken bij staat; gedaagden sub 1 tot en met 5 te veroordelen tot afgifte van de door hen gehouden voorraad inbreukmakende producten; een en ander zo mogelijk op straffe van verbeurte van een dwangsom en met veroordeling van gedaagden sub 1 tot en met 6 in de proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv (wat betreft gedaagden 1 t/m 4 hoofdelijk). Zij vordert tevens om het voorgaande (deels) bij wijze van voorlopige voorziening toe te wijzen. Bij dagvaarding is eveneens een incidentele vordering tot exhibitie ex artikel 843a Rv ingesteld. 2.2. Aan haar vorderingen legt Bacardi c.s. – samengevat – de volgende stellingen ten grondslag. 2.2.1. Bacardi Limited is houdster van een aantal in de dagvaarding vermelde Uniemerken en Benelux-merken ingeschreven voor onder meer alcoholhoudende dranken (hierna: de Bacardi-merken). Bacardi Nederland is licentiehoudster van deze merken en distributeur van Bacardi-producten in de Benelux. 2.2.2. Gedaagden zijn betrokken bij de grootschalige inbreuk op de Bacardi-merken. Gedaagden sub 1 tot en met 4 maken deel uit van de Loendersloot-groep en houden zich individueel en in onderling verband bezig met het invoeren en uitvoeren van grote partijen Bacardi-producten die niet door of met toestemming van Bacardi c.s. in de Europees Economische Ruimte in de handel zijn gebracht. Gedaagde 6 handelt onrechtmatig omdat hij als directeur feitelijk het inbreukmakend handelen binnen de Loendersloot-groep uitzet en bepaalt. Pure Handling is nauw betrokken bij de Loendersloot-groep en zij houdt zich samen met de andere gedaagden, althans op hun verzoek, bezig met het decoderen van Bacardi-producten, dat wil zeggen het verwijderen van de oorspronkelijke productcodes van Bacardi-producten. Daarnaast verlenen de Loendersloot-groep en Pure Handling op commerciële schaal diensten die door derden worden gebruikt om inbreuk te maken op de Bacardi-merken. 2.2.3. Met deze activiteiten maken gedaagden zelfstandig en in groepsverband inbreuk op de exclusieve rechten van Bacardi c.s. op basis van artikel 9 lid 1 jo. lid 2 sub a en lid 3 UMVoen artikel 2.20 lid 1 sub a en lid 2 BVIE en/of handelen zij onrechtmatig jegens Bacardi c.s. in de zin van artikel 6:162 BW in verbinding met artikel 6:166 BW. 3. Het geschil in het vrijwaringsincident 3.1. Pure Handling vordert dat de rechtbank haar, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, toestaat om L.B. 11 BV (hierna: LB11), en één of meerdere anonieme contractspartijen van Pure Handling (hierna: de Anonieme Gebruikers) in vrijwaring op te roepen. Pure Handling verzoekt de rechtbank om de dagvaardingstermijn op zes weken na de datum van dit vonnis te stellen voor de in Nederland gevestigde waarborg(en). Voor zover het een waarborg betreft die buiten Nederland is gevestigd, verzoekt Pure Handling haar een termijn van drie maanden te gunnen. Daarnaast verzoekt Pure Handling de hoofdzaak te verwijzen naar een roldatum gelegen zes weken na de datum voor het aanbrengen van de dagvaardingen in de vrijwaringsprocedure(s), voor het nemen van een conclusie van antwoord door gedaagden. Tot slot vordert Pure Handling dat Bacardi c.s. hoofdelijk in de kosten van het incident wordt veroordeeld. 3.2. Pure Handling legt aan deze vordering het volgende ten grondslag. Pure Handling exploiteert een decodeerfaciliteit, waar de derden (merk)waren (laten) decoderen. Voor het geval dat de rechtbank enige vordering van Bacardi c.s. jegens Pure Handling toewijst, heeft Pure Handling er recht op en belang bij om de derden als waarborg aan te spreken. Om te voorkomen dat Bacardi c.s. bij bekendheid met de identiteit van de derden rechtsmaatregelen tegen die derden neemt, wenst Pure Handling de identiteit van die derden zo lang mogelijk (dat wil zeggen tot aan het moment van een eventuele dagvaarding) geheim te houden. Deze derden zijn echter wel voldoende bepaalbaar, omdat zij directe contractspartijen van Pure Handling zijn. 3.3. Bacardi c.s. voert verweer en concludeert primair tot niet ontvankelijk-verklaring van Pure Handling in haar vordering tot oproeping in vrijwaring, dan wel tot afwijzing van deze vorderingen subsidiair tot splitsing van de hoofdzaak en de vrijwaringszaken, in beide gevallen met veroordeling van Pure Handling in de kosten van dit incident op de voet van art. 1019h Rv. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in het vrijwaringsincident 4.1. De rechtbank stelt voorop dat een vordering tot oproeping van een derde in vrijwaring in beginsel toewijsbaar is, indien voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat men krachtens een rechtsverhouding met die derde recht en belang heeft om de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop van de hoofdzaak geheel of gedeeltelijk op die derde te verhalen, dit in een zoveel mogelijk tegelijkertijd met de hoofdzaak te behandelen vrijwaringszaak. Het is niet vereist dat het bestaan van de gestelde rechtsverhouding vaststaat. De vraag of deze rechtsverhouding vaststaat en daadwerkelijk grond vormt voor regres, dient in de vrijwaringsprocedure te worden beantwoord. 4.2. De beslissing over toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring wordt mede bepaald door overwegingen van doelmatigheid. Indien sprake is van een in beginsel toewijsbare incidenteel gevorderde oproeping in vrijwaring, dient de rechter dan ook over te gaan tot een onderzoek van de belangen van partijen en de eisen van een doelmatige procesvoering om te kunnen beoordelen of de oproeping in vrijwaring in de omstandigheden van het geval op haar plaats is en meer in het bijzonder of bij gezamenlijke behandeling van de hoofdzaak en de vrijwaringszaak wellicht onredelijke of onnodige vertraging van het geding te verwachten is. De rechter dient daarbij de tegengestelde belangen van incidenteel eiser en incidenteel verweerder af te wegen. 4.3. Bacardi c.s. betwist in de eerste plaats dat Pure Handling voldoende gemotiveerd en concreet heeft gesteld dat zij een regresrecht heeft op LB11 en op de Anonieme Gebruikers. Vrijwaring Anonieme Gebruikers 4.4. Ten aanzien van de Anonieme Gebruikers treft dit verweer doel. Het niet concretiseren van de Anonieme Gebruikers leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat Pure Handling de rechtsverhouding met hen onvoldoende concreet heeft gesteld, zodat de vordering ten aanzien van deze gestelde waarborgen reeds op die grond moet worden afgewezen. De identificatie van de in vrijwaring op te roepen (rechts)perso(o)n(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.