vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team Insolventies – enkelvoudige kamer rekestnummer: C/09/571371 / FT RK 19/532 uitspraakdatum: 11 juni 2019 [verzoeker], wonende te [adres], [postcode en woonplaats], verzoeker, heeft op 3 april 2019 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoekschrift is op 28 mei 2019 behandeld. Verzoeker is gehoord. Mede verscheen zijn partner mevrouw [A]. De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting verklaard, is het volgende gebleken. Verzoeker is gehuwd buiten gemeenschap van goederen en heeft twee kinderen van 6 en 8 jaar. Verzoeker heeft van 2006 tot 2015 een eenmanszaak gedreven, [X], en werkt thans in loondienst. De totale schuldenlast van verzoeker bedraagt € 39.850,38. De partner van verzoeker maakt geen aanspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling Een eerder verzoekschrift tot toelating tot de schuldsanering is op 10 juni 2016 door de rechtbank afgewezen. Het verzoekschrift is destijds afgewezen omdat er sprake was van een gerechtelijke procedure inzake een vordering die was opgestart door een schuldeiser. De betreffende vordering was niet opgenomen op de schuldenlijst en niet meegenomen in het minnelijk traject. Bij vonnis van 12 oktober 2016 is verzoeker door de rechtbank veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 1.875,00 en proceskosten. Dit bedrag is door de voormalig compagnon van verzoeker voldaan en is de schuld daarmee afgelost. Verzoeker werd destijds bijgestaan door schuldbemiddelingsinstantie Zuidweg & Partners B.V.. Na het afwijzingsvonnis van 10 juni 2016 heeft verzoeker zich opnieuw tot Zuidweg & Partners gewend ten behoeve van het uitvoeren van een nieuw minnelijk traject. De overgelegde rapportage van de schuldbemiddelaar vermeldt dat de schuldeisers van verzoeker op 26 juni 2017 zijn verzocht de hoogte van hun vordering door te geven. Op 1 september 2017 is een saneringsvoorstel aan de schuldeisers voorgelegd, op 27 september 2017 is een rappel verstuurd. Het minnelijk traject is op 15 november 2017 afgerond. De schuldeisers die hebben ingestemd vertegenwoordigen minder dan de helft van de totale schuldenlast, waardoor het minnelijk traject als mislukt wordt beschouwd. Zodoende verzoekt verzoeker de rechtbank thans om de schuldsaneringsregeling over hem uit te spreken. Desgevraagd heeft verzoeker aangegeven dat het zo lang heeft geduurd voordat het verzoekschrift bij de rechtbank is ingediend omdat hij van Zuidweg & Partners moest wachten totdat iemand van Zuidweg & Partners bevoegd was de verklaringen van het verzoekschrift te ondertekenen. Voorts geeft verzoeker aan dat Zuidweg & Partners hadden aangegeven dat het niet nodig te vinden om mede ter zitting te verschijnen. Ook bij de behandeling van zijn vorige verzoekschrift vonden zij het niet nodig hem ter zitting bij te staan. Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij Zuidweg & Partners heeft ingehuurd om een correct en compleet verzoekschrift WSNP op te laten maken en dat hij hiervoor de laatste jaren een hoop inspanningen heeft verricht. Gebleken is dat het recente verzoekschrift tot toepassing van de schuldsaneringsregeling niet ziet op een recent doorlopen minnelijk traject. Doordat het minnelijk traject een jaar en negen maanden geleden is afgerond (15 november 2017), is het aanbod aan de schuldeisers mogelijk gebaseerd op een onjuist percentage. Verzoeker dient opnieuw een minnelijk traject te doorlopen. Zodoende is er geen sprake van een correct afgerond minnelijk traject. Het verzoek kan niet in behandeling worden genomen omdat het niet aan de wettelijke vereisten voldoet. De verzoeker zal niet-ontvankelijk verklaard worden in het onderhavige verzoek. BESLISSING De rechtbank: - verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek. Gewezen door mr. D. Nobel, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2019 in tegenwoordigheid van A. van Groningen Schinkel, griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.