Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 18/7429 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 mei 2019 in de zaak tussen [eiser], wonende te [plaats], eiser en de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van verweerder van 25 mei 2018 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei
- Eiser is verschenen, bijgestaan door [A]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B]. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Overwegingen
- Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Deze termijn vangt ingevolge artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan op de dag na die van dagtekening van een uitspraak op bezwaar, tenzij de dag van dagtekening is gelegen vóór de dag van de bekendmaking.
- Artikel 6:9, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Het tweede lid bepaalt dat een beroepschrift bij verzending per post tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
- De dagtekening van de bestreden uitspraak op bezwaar is 25 mei
- Verweerder heeft op verzoek van eiser op 31 juli 2018 een kopie van de uitspraak op bezwaar aan hem verstrekt omdat eiser aangaf de uitspraak niet te hebben ontvangen. Indien de, voor eiser gunstiger, datum van het kopie wordt aangehouden als dagtekening van de uitspraak op bezwaar, eindigde de termijn voor het indienen van het beroepschrift op 11 september
- Het beroepschrift, gedagtekend 5 november 2018, is door de rechtbank ontvangen op 9 november 2018 en is gelet op artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb, derhalve niet tijdig ingediend.
- Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft bij een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
- Er zijn geen feiten en omstandigheden gesteld of gebleken die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken.
- Gelet op wat hiervoor is overwogen is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. de Hek, rechter, in aanwezigheid van H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 mei
- griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.