Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/585081 / JE RK 19-3068 Datum uitspraak: 22 januari 2020 Beschikking van de kinderrechter Verlenging ondertoezichtstelling in de zaak naar aanleiding van het op 11 december 2019 ingekomen verzoekschrift van: Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden (hierna te noemen: de gecertificeerde instelling), betreffende: - [minderjarige 1]geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] , - [minderjarige 2] geboren op [geboortedag 2] 2011 te [geboorteplaats] hierna te noemen: [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de man] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] , en [de vrouw] hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] . Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: - het verzoekschrift, met bijlagen. Op 22 januari 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn verschenen: - [vertegenwoordiger van de GI] , namens de gecertificeerde instelling; - de vader; - de moeder. Feiten Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden. De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hun hoofdverblijf bij de moeder. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 januari 2019 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van 29 januari 2019 tot 29 januari
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 juni 2019 de zorgregeling gewijzigd met ingang van 1 september
- Verzoek Het verzoek strekt tot verlenging van de ondertoezichtstelling voor de periode van één jaar. De ouders hebben ingestemd met het verzochte, althans hebben zich niet tegen toewijzing daarvan verzet. Beoordeling De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter terechtzitting naar voren is gekomen, van oordeel dat de in artikel 1:255, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek genoemde gronden voor ondertoezichtstelling nog aanwezig zijn en dat het noodzakelijk is de ondertoezichtstelling te verlengen als verzocht. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden in hun sociaal-emotionele ontwikkeling bedreigd. Er is sprake van langdurige en complexe echtscheidingsproblematiek bij de ouders. Dit levert veel spanningen en gedoe op, bijvoorbeeld rondom de zorgregeling en de bijbehorende overdrachtsmomenten. Het lukt de ouders tot nu toe niet om tot een constructieve communicatie te komen en op alle punten afspraken te maken. Zij blijven elkaar wantrouwen en staan afwijzend tegenover elkaar. Dit heeft zijn weerslag op [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en is schadelijk voor ze. Ouders zijn op zich welwillend om de situatie te verbeteren en het is gedurende de ondertoezichtstelling met behulp van de jeugdbeschermer gelukt om enkele nadere afspraken te maken. De buikpijnklachten van [minderjarige 2] zijn bijvoorbeeld verminderd, mede omdat de vader nu meer het belang van consequente medische behandeling inziet. Het is positief dat deze afspraak in de praktijk wordt nagekomen. Alle betrokkenen zijn het er echter over eens dat de situatie het afgelopen jaar onvoldoende is verbeterd. De hulpverlening heeft nog geen resultaten opgeleverd. Recentelijk is Impegno gestart, maar ook dit verloopt (nog) niet soepel. De vader blijft voorts volgens de jeugdbeschermer te veel handelen in zijn eigen belang en onvoldoende in het belang van de kinderen. Ook stelt de vader zich volgens de jeugdbeschermer onvoldoende coöperatief op. Het negatieve patroon dient te worden doorbroken en de ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] moet in hun belang moet worden weggenomen. Dat zal de ouders niet onder eigen verantwoordelijkheid gaan lukken. Het is overigens gelet op de huidige resultaten momenteel de vraag of dit met de hulpverlening in het kader van de ondertoezichtstelling wel zal gaan lukken. Mogelijk moeten er ingrijpende maatregelen worden genomen, zoals een wijziging in het co-ouderschap. Dit dient het komende jaar te worden bezien. Alles afwegende komt de kinderrechter tot een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de verzochte duur. Derhalve zal als volgt worden beslist. Beslissing De kinderrechter: verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van 29 januari 2020 tot 29 januari 2021 met behoud van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden als gecertificeerde instelling die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling; verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2020 door mr. E.C.M. Bouman, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. R. Westerhof als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof Den Haag.