← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:10391

RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/599961 / FA RK 20-6735 Datum beschikking: 01 oktober 2020 Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Beschikking naar aanleiding van het op 28 september 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [de vrouw] hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in de accommodatie [verblijfplaats] advocaat: mr. A.A. van Harmelen te 's-Gravenhage. Procesverloop Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 september

  1. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beschikking van de burgemeester van de gemeente Alphen aan den Rijn van 25 september 2020; - de op 25 september 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was; - een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 10 juli
  2. De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 01 oktober
  3. Bij die gelegenheid zijn op grond van artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid de navolgende personen gelijktijdig telefonisch gehoord door de rechtbank omdat het houden van een fysieke zitting vanwege de geldende veiligheidsmaatregelen met betrekking tot het coronavirus niet mogelijk was: - de cliënt - de [arts 2] de [gedragsdeskundige] en de [begeleider] ; - de advocaat. Standpunten ter zitting Cliënt heeft meegedeeld vrijwillig in de accommodatie te zullen blijven. Wanneer de deur open wordt gezet dan zal zij niet weglopen en zichzelf iets aan doen. Cliënt is van mening dat PTSS de enige juiste diagnose is. De advocaat heeft namens cliënt gepleit voor afwijzing van het verzoek. De raadsvrouw heeft daarvoor het navolgende aangevoerd. Bij cliënt lijkt er sprake te zijn van een combinatie van een verstandelijke handicap en een psychiatrische stoornis. Zowel uit de stukken als de verklaring ter zitting blijkt niet duidelijk dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voortvloeit uit alleen de verstandelijke handicap maar meer uit de combinatie met de psychiatrische stoornis. Om die reden kan niet worden volstaan met alleen de medische verklaring van de arts maar is ook een verklaring van een psychiater vereist. Omdat de verklaring van een psychiater ontbreekt kan het verzoek niet worden toegewezen. Subsidiair heeft de advocaat verzocht om afwijzing van het verzoek omdat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ontbreekt. De arts heeft meegedeeld dat cliënt nog zeer kort in de accommodatie verblijft, dat zij nog erg moet wennen en dat er nog onderzocht wordt hoe cliënt het beste kan worden begeleid. Recent was de dreiging van suïcidaliteit bij cliënt dusdanig hoog en heeft zij veel agressie opgeroepen bij medebewoners dat een inbewaringstelling is aangevraagd. Inmiddels zijn er heldere afspraken gemaakt en zijn aan cliënt meer beperkingen opgelegd die een goed effect hebben en cliënt meer duidelijkheid geven. Deze stijgende lijn is echter nog zo pril dat voortzetting van de inbewaringstelling nodig is om in te kunnen grijpen wanneer aan cliënt meer ontregeld raakt. De arts is van mening dat de verstandelijke beperking en het autisme bij cliënt op de voorgrond staan. PTSS zou een rol kunnen spelen maar dat moet nog worden onderzocht. Cliënt is lang onder behandeling geweest van de GGZ maar dit heeft niet geleid tot het gewenste resultaat. Beoordeling Op 25 september 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Alphen aan den Rijn ten behoeve van cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven. Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van cliënt als gevolg van (een combinatie van) haar verstandelijke handicap en een daarmee gepaard gaande psychische stoornis, dit ernstig nadeel veroorzaakt. Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; - de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. De medische verklaring is opgesteld door een arts voor verstandelijk gehandicapten. Uit de overgelegde stukken blijkt echter dat cliënt lijdt aan een verstandelijke handicap en dat deze gepaard met een psychiatrische stoornis, te weten autisme, PTSS en ADHD. Cliënt is ook eerder opgenomen met een machtiging op grond van de Wvggz. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad vloeit voort dat wanneer naast een verstandelijke beperking sprake is van psychiatrische problematiek een medische verklaring van een psychiater vereist is. Deze ontbreekt in de onderhavige zaak. Gelet op het voorgaande wijst de rechtbank het verzoek af. Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 01 oktober
  4. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 oktober
  5. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.