Rechtbank DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaaksgegevens: C/09/599893 / FA RK 20-6700 en C/09/599897 / JE RK 20-2228 Datum uitspraak: 8 oktober 2020 Beschikking van de kinderrechter Beëindiging ouderlijk gezag Nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp in de zaak naar aanleiding van het op 30 september 2020 ingekomen verzoekschrift van: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Haaglanden, hierna te noemen: de Raad, betreffende de minderjarigen: - [minderjarige 1] geboren op [geboortedag 1] 2007 te [geboorteplaats] , Griekenland,hierna te noemen: [minderjarige 1] ; bijgestaan door mr. L. Windhorst, advocaat te Den Haag; - [minderjarige 2] geboren op [geboortedag 2] 2008 te [geboorteplaats] , Griekenland, hierna te noemen: [minderjarige 2] ;bijgestaan door mr. B.J. de Bruijn, advocaat te Den Haag; - [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2010 te [geboorteplaats] , Griekenland,hierna te noemen: [minderjarige 3] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de man] , hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] bijgestaan door mr. F. Yildiz, advocaat te Den Haag, [de vrouw] hierna te noemen: de moeder, thans gedetineerd in de [verblijfplaats] , Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling. Het procesverloop De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift met bijlagen; de instemmingsverklaring d.d. 25 september 2020 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die [minderjarige 1] met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht; de instemmingsverklaring d.d. 28 september 2020 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die [minderjarige 2] met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht. Op 8 oktober 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij zijn in persoon verschenen: de advocaat van [minderjarige 2] de vader, bijgestaan door zijn advocaat; de moeder; de [tolk] tolk voor de ouders in de Turkse taal; mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad; de heer [vertegenwoordiger van de GI] namens de gecertificeerde instelling. De advocaat van [minderjarige 1] heeft voorafgaand aan de zitting kenbaar gemaakt dat zij als gevolg van de maatregelen tegen het coronavirus (COVID-19) niet fysiek ter zitting kan verschijnen. Zij heeft zodoende telefonisch deelgenomen aan de gehele zitting. Tijdens de zitting is [minderjarige 1] door de kinderrechter telefonisch gehoord. Ondanks meerdere pogingen is het niet gelukt om [minderjarige 2] telefonisch te horen ter zitting. In overleg met de advocaat is besloten dat hij de mening van [minderjarige 2] ter zitting naar voren brengt. Feiten Voor zover de kinderrechter uit de stukken kan afleiden is de moeder belast met het ouderlijk gezag over de kinderen en heeft de vader [minderjarige 2] en [minderjarige 1] erkend. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven feitelijk (apart) in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp; [minderjarige 3] verblijft feitelijk in een gezinshuis. Bij beschikking van 9 juli 2020 is de gecertificeerde instelling belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Bij beschikking van 29 juli 2020 is de gecertificeerde instelling belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige 3] . Bij beschikking van 29 juli 2020 zijn machtigingen verleend om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 3 augustus 2020 tot 9 oktober 2020. De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige 1] en [minderjarige 2] toe te voegen. Verzoek en verweer Het primaire verzoek strekt tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader en de moeder over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en tot het verlenen van machtigingen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. Het subsidiaire verzoek strekt tot ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar, tot het verlenen van machtigingen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden en tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 3] in een gezinsgerichte voorziening voor de duur van zes maanden. Aan de verzoeken ligt – samengevat – het volgende ten grondslag. Er zijn al geruime tijd ernstige zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de ouders. Ondanks de inzet van intensieve hulpverlening zijn deze zorgen eerder toe- dan afgenomen. Zo zijn er sterke vermoedens van seksuele uitbuiting en betrokkenheid bij mensenhandel en zijn de kinderen onttrokken aan het toezicht. De gebeurtenissen die de kinderen hebben meegemaakt in hun leven zijn schadelijk voor hun ontwikkeling. Daarbij laat [minderjarige 1] getraumatiseerd gedrag zien, onder andere in de vorm van zelfbeschadiging, vanwege ingrijpende ervaringen waarbij zij slachtoffer is geweest van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Naast de vermoedens van seksuele uitbuiting heeft [minderjarige 1] ook een nare ervaring gehad binnen de jeugdinstelling waar zij verbleef. Om [minderjarige 1] te beschermen tegen zichzelf en anderen is voortzetting van de gesloten plaatsing noodzakelijk. Zij geeft zelf aan dat zij geen contact wenst met ouders en dat zij in de gesloten setting wil verblijven omdat zij zich anders niet veilig genoeg voelt. [minderjarige 2] laat gedrag zien dat niet past bij zijn leeftijd. Hij heeft van de ouders niet de structuur, kaders en grenzen geboden gekregen die hij nodig heeft en niet de ruimte om zich sociaal-emotioneel te ontwikkelen. Hij gedraagt zich verantwoordelijk en dominant. De gesloten plaatsing van [minderjarige 2] is noodzakelijk om te voorkomen dat hij door de ouders wordt onttrokken aan de hulp die hij nodig heeft. Er zal worden onderzocht of [minderjarige 2] kan doorstromen naar een gezinsomgeving of open groep. Over [minderjarige 3] zijn er grote zorgen dat haar hetzelfde kan overkomen als [minderjarige 1] op het gebied van seksuele uitbuiting. Deze zorgen zijn versterkt nadat de moeder met [minderjarige 3] naar Griekenland is gegaan en haar daar heeft achtergelaten op een (voor de hulpverlening) onbekende plek. Concluderend is het primaire standpunt dat de ouders niet in staat zijn om binnen aanvaardbare termijn de opvoeding van de kinderen te dragen en hun veiligheid te waarborgen. Daarom dient het ouderlijk gezag te worden beëindigd. Subsidiair zijn de zorgen over de opvoedsituatie bij de ouders dusdanig groot dat ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk is. De gecertificeerde instelling onderschrijft de zorgen en de verzoeken van de Raad. Het lukt de ouders niet om een stabiele en veilige omgeving te bieden, met name omdat zij de zorgen niet erkennen en buiten zichzelf neerleggen. Het opgroeiperspectief van de kinderen ligt nu niet meer bij de ouders. Om de veiligheid van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te kunnen waarborgen, mede gelet op het onttrekkingsgevaar, zijn de gesloten plaatsingen noodzakelijk. Voor [minderjarige 2] zal worden gezocht naar een passende en perspectief biedende vervolgplek. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat zij in de gesloten accommodatie wil blijven. Haar advocaat heeft aangevoerd dat [minderjarige 1] duidelijkheid, rust en veiligheid ervaart en daarom langer wil blijven. Zodoende refereert de advocaat zich aan het oordeel van de kinderrechter. De advocaat van [minderjarige 2] heeft aangevoerd dat [minderjarige 2] niet in de gesloten accommodatie wil blijven, maar liever naar een open plek wil of naar huis (de vader). Hij verwijt zichzelf dat hij gesloten is geplaatst en vindt het moeilijk om daarmee om te gaan. Hij zou graag meer contact met de ouders willen. De advocaat refereert zich eveneens aan het oordeel van de kinderrechter. Door en namens de vader is verweer gevoerd. Hij stelt allereerst dat hij samen met de moeder met het gezag over de kinderen is belast.Hij betwist dat er sprake is geweest van ontvoering of onttrekking aan toezicht, gezag en hulpverlening. De kinderen zijn in verband met vakantie met toestemming van de gecertificeerde instelling naar het buitenland gegaan. Er is ook onvoldoende onderbouwing voor seksuele uitbuiting of mensenhandel. Volgens de vader komt het trauma van [minderjarige 1] voort uit het seksueel misbruik in de jeugdinstelling. Daar is [minderjarige 1] onvoldoende veilig geweest. Hij erkent dat [minderjarige 1] daar hulp voor nodig heeft, maar pleit voor beëindiging van de uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] omdat hij voor hen kan zorgen. De beëindiging van het gezag is een te vergaande maatregel, nu niet onomstotelijk is bewezen dat de ouders in de toekomst niet in staat zijn om de kinderen te bieden wat zij nodig hebben. De advocaat concludeert tot afwijzing van het verzoek tot gezagsbeëindiging en uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] . De vader heeft geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling van alle kinderen en machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1] . De moeder heeft aangegeven dat [minderjarige 3] bij de grootmoeder in Griekenland verbleef. Verder heeft zij zich aangesloten bij het standpunt van de vader. Beoordeling Beëindiging ouderlijk gezag De kinderrechter overweegt dat zij op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.