Rechtbank DEN HAAG Strafrecht Parketnummer: 09/143738-20 Raadkamernummer: 20/2676 Beslissing van de rechtbank Den Haag, meervoudige raadkamer in strafzaken, op de vordering ex artikel 324 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) in de zaak van: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, op dit moment gedetineerd in Penitentiaire Inrichting (P.I.) Alphen aan den Rijn, locatie Eijkenlaan. De procedure Op 11 september 2020 heeft in de strafzaak van de verdachte en zijn [medeverdachte] (09/143735-20) een pro-forma zitting plaatsgevonden. Het onderzoek is op die zitting voor onbepaalde tijd, maar voor niet langer dan drie maanden, aangehouden met 2 december 2020 als vermoedelijke datum voor de inhoudelijke behandeling. Ter terechtzitting is besproken dat in het onderzoek een Blu-Ray disc met bestanden (videobeelden met geluid) aan de verdediging is overhandigd, maar dat de verdediging niet over apparatuur beschikt om deze disc af te spelen. Vanwege de grootte van het bestand, 202 GB, is opslag op een cd-rom of een USB stick geen optie. In het proces-verbaal van de terechtzitting is opgenomen dat de rechtbank de officier van justitie verzoekt een Blu-Ray speler ter beschikking te stellen (van de verdediging). In het uiteindelijke “dictum” staat de zinsnede “verstaat” dat de officier van justitie een Blu-Ray speler ter beschikking zal stellen (aan de verdediging). De vordering ex artikel 324 Sv van de officier van justitie, gedateerd 6 oktober 2020, is ingekomen ter griffie van deze rechtbank op genoemde datum. De rechtbank heeft de vordering op 20 oktober 2020 in raadkamer behandeld, in aanwezigheid van: de gemachtigde raadsman mr. W.S. Korteling, namens de verdachte; de officier van justitie, mr. R. Klee De vordering De officier van justitie heeft in de vordering uiteengezet dat het openbaar ministerie (OM) zich, na intern overleg met het Bureau Rechercheofficier van het parket, op het standpunt stelt dat het zorg dient te dragen voor zodanige verstrekking van processtukken aan de verdediging, zoals gegevensdragers met (camera)beelden, dat het voor de procespartijen redelijkerwijs mogelijk moet zijn om daarvan kennis te nemen. Volgens het OM heeft het aan genoemde verplichting voldaan met het verstrekken van de beelden op een Blu-Ray disc. Zoals eerder ter terechtzitting opgemerkt, was het gelet op de omvang van het bestand voor de politie niet mogelijk om de beelden op andere wijze te verstrekken. Het OM beschikt niet over Blu-Ray spelers die aan de verdediging kunnen worden verstrekt en daar komt bij dat het Wetboek van Strafvordering volgens het OM geen juridische grondslag biedt voor de verplichting om dergelijke spelers aan de verdediging te verstrekken. Het OM stelt zich op het standpunt dat het voor de verdediging redelijkerwijs mogelijk is om kennis te nemen van de verstrekte beelden, nu een Blu-Ray speler zelfstandig kan worden aangeschaft. Daarnaast kan de verdediging – zoals reeds ter terechtzitting door de officier van justitie in overweging is gegeven – de beelden op afspraak op het politiebureau of op het parket komen bekijken of de beelden door de politie op een eigen laptop of externe harde schijf (met voldoende opslagcapaciteit) laten zetten. Nu de inhoudelijke behandeling gepland staat op 2 december 2020, heeft de officier van justitie ex artikel 324 Sv verzocht het onderzoek tussentijds te heropenen om de eerdere beslissingen op het genoemde punt te herroepen en alsnog te beslissen zoals hierboven aangegeven. Bij de behandeling in raadkamer heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de vordering. Er bestaat onduidelijkheid over de uitleg van de opdracht aan het OM in het proces-verbaal van de terechtzitting van 11 september
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.