RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/587245 / FA RK 20-208 Datum beschikking: 31 januari 2020 Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf Beschikking naar aanleiding van het op 21 januari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [de vrouw] hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedag] 1929, te [geboorteplaats] , thans verblijvende in de verpleeginrichting [verblijfplaats] , advocaat: mr. J.C. van Zundert te Delft. 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 21 januari
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 14 januari 2013; - een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 10 januari 2020; - een op 16 januari 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, mw. drs. L de Ridder, die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was; - een verklaring van de zorgaanbieder Florence van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 10 januari 2020; - een zorgplan van 10 januari 2020; 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 31 januari
- 1.3 Ter zitting waren de volgende personen aanwezig, die door de rechtbank de zijn gehoord: - cliënt, bijgestaan door haar advocaat; - de [waarnemend arts] ; - de [verpleegkundige] . 2Verweer De cliënt heeft ter zitting aangevoerd dat ze zich op het standpunt stelt dat ze enkel en alleen in de instelling verblijft vanwege haar man die ze niet in de steek wil laten. Ze wil hier liever niet blijven omdat er veel gestolen wordt. Cliënt heeft voorts aangevoerd dat ze geen eigen woning meer heeft. De advocaat heeft verklaard dat hij geen noodzaak ziet voor het opleggen van een dwangmaatregel. De cliënt toot geen verzet en kan vrijwillig in de verpleeginrichting verblijven. De arts heeft naar voren gebracht dat cliënt in het kader van een inbewaringstelling sinds een maand op de afdeling verblijft. De cliënt is in het verzorgingstehuis waar ze toen verbleef op het dak aangetroffen en bij de nooduitgang. Het ernstig nadeel is door het dwaalgedrag van de cliënt aanwezig. Voorts is gebleken dat de betrokkene zichzelf niet kan verzorgen. De arts heeft voorts naar voren gebracht dat de cliënt in het begin erg onrustig was en zich leek te verzetten, maar dat daar nu eigenlijk geen sprake meer van is. De verpleegkundige heeft verklaard dat de betrokkene meestal beleefd en rustig is. Zij doet geen verbale, noch fysieke uitingen dat ze weg wil. 3Beoordeling 3.1 Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Alzheimer. 3.2 Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstige verwaarlozing; - de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. 3.3 De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 3.4 Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 3.5 Gebleken is dat cliënt zich niet verzet tegen een vrijwillige opname en verblijf. Hoewel de cliënt tijdens de zitting aangeeft dat ze liever niet in het verzorgingstehuis blijft, omdat er zou worden gestolen, blijkt uit de verklaringen van de arts en de verpleegkundige dat de betrokkene geen enkel verzet vertoont tegen haar verblijf in de verpleeginrichting. De rechtbank ziet hier in aanleiding tot afwijzing van het verzoek. 4Beslissing De rechtbank: wijst af het verzoek. Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Peters, rechter, bijgestaan door A.E. Babulall-Balkaran als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 januari
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.