← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:11373

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.17174 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam 1] , eiseres, V-nummer: [V-nummer], mede namens haar minderjarige kinderen [Naam 2], [Naam 3] en [Naam 4] (gemachtigde: mr. J.J.J. Jansen), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden). Procesverloop Bij besluit van 18 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.17175, plaatsgevonden op 14 oktober

  1. Eiseres en haar kinderen zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Shikh Salo. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
  2. Eiseres stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1989 en de Syrische nationaliteit te bezitten.
  3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet
  4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit het Eurodac-systeem is gebleken dat aan eiseres al internationale bescherming is verleend door de autoriteiten van Duitsland.
  5. Op wat eiseres daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan. De rechtbank oordeelt als volgt.
  6. Eiseres voert aan dat verweerder zich er onvoldoende van heeft vergewist dat zij daadwerkelijk nog internationale bescherming heeft in Duitsland door enkel te verwijzen naar de registratie in het Eurodac-systeem.
  7. Deze stelling volgt de rechtbank niet. Op grond van vaste jurisprudentie mag verweerder uitgaan van een registratie van een andere lidstaat in het Eurodac-systeem mits deze voldoende actueel en voldoende duidelijk is. Aan beide voorwaarden is in dit geval voldaan. Verweerder heeft het Eurodac-systeem op 1 augustus 2020 geraadpleegd en het bestreden besluit dateert van 18 september
  8. Uit het resultaat van de raadpleging blijkt onomwonden dat aan eiseres internationale bescherming is verleend. Ook overigens getuigt het overleggen door eiseres van een Duits verblijfsdocument daarvan.
  9. Verder voert eiseres aan dat zij in Duitsland opnieuw het risico loopt om te worden blootgesteld aan bedreigingen, terwijl de autoriteiten van Duitsland haar onvoldoende bescherming zullen bieden. Ter onderbouwing van deze stelling heeft eiseres vertaalde chatberichten overgelegd die er volgens haar van getuigen dat zij is bedreigd.
  10. Met het verlenen van internationale bescherming aan eiseres hebben de Duitse autoriteiten het op zich genomen om eiseres te behoeden voor eventuele bedreigingen. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dient ervan uit te worden gegaan dat zij dit ook daadwerkelijk zullen doen. Eiseres heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Haar stelling dat een eerdere aangifte in Duitsland niet in behandeling is genomen is niet gestaafd en bovendien is niet gebleken dat het niet mogelijk zou zijn om daarover bij hogere autoriteiten te klagen.
  11. Ten slotte voert eiseres aan dat zijzelf en haar dochter [Naam 2] lijden aan psychische klachten. Ter onderbouwing van deze stelling heeft eiseres foto’s van afspraakbevestigingen bij het Gezondheidscentrum asielzoekers overgelegd, onderdeel POH-GGZ (praktijkondersteuner huisarts-geestelijke gezondheidszorg).
  12. Dat eiseres en haar dochter deze afspraken hebben gemaakt, onderbouwt nog niet dat zij daadwerkelijk psychische klachten hebben. Bovendien is echter niet aannemelijk gemaakt dat het in Duitsland niet mogelijk zou zijn om toegang te verkrijgen tot de noodzakelijke psychische zorg.
  13. Het beroep is ongegrond.
  14. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.S. Hamans, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.