← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:11375

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL20.16593 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [Naam], eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. R. Bom), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden). Procesverloop Bij besluit van 7 september 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het onderzoek ter zitting heeft, samen met de behandeling van de zaak met nummer NL20.16594, plaatsgevonden op 14 oktober

  1. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaand bericht niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
  2. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1984 en de Jemenitische nationaliteit te bezitten.
  3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet
  4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat uit het Eurodac-systeem blijkt dat eiser al door de autoriteiten van Griekenland in het bezit is gesteld van internationale bescherming.
  5. Op wat eiser daartegen aanvoert wordt hierna ingegaan. De rechtbank oordeelt als volgt.
  6. Eiser betwist niet dat hij al internationale bescherming heeft in Griekenland. Hij stelt echter dat verweerder ten onrechte heeft overwogen dat hij aldaar gebruik kan maken van zijn klachtrecht, omdat er daarvoor in de praktijk geen mogelijkheden zijn.
  7. De rechtbank volgt eiser niet in deze stelling. Eiser heeft deze stelling namelijk onvoldoende onderbouwd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij het gestelde uitblijven van medische behandeling aan zijn oog en de gestelde bedreigingen en mishandelingen die hij in Griekenland zou hebben meegemaakt niet aan de orde kan stellen bij de Griekse autoriteiten. Eiser heeft verklaard dat de Griekse politie zijn aangiftes niet in behandeling zou hebben genomen. Echter is niet gestaafd dat deze aangiftes daadwerkelijk zijn gedaan. Bovendien is niet aannemelijk gemaakt dat het niet mogelijk zou zijn om in Griekenland bij hogere autoriteiten op te komen tegen het niet adequaat reageren op aangiftes.
  8. Eiser stelt dat er diverse publicaties zijn die verslag doen van misstanden binnen de opvang en bescherming van asielzoekers. Onduidelijk blijft echter op welke publicaties wordt gedoeld. Bovendien zouden deze publicaties eiser niet kunnen baten. Hij is immers geen asielzoeker meer, maar een begunstigde van internationale bescherming.
  9. Het beroep is ongegrond.
  10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid vanmr. A.S. Hamans, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.