Rechtbank DEN HAAG Enkelvoudige Kamer Rekestnummer: FA RK 20-1274 Zaaknummer: C/09/589436 Datum beschikking: 11 december 2020 Gezag en verdeling van de zorg- en opvoedingstaken c.q. omgang Beschikking op het op 21 februari 2020 ingekomen verzoek van: [X] , de moeder, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. I. Lamou te Den Haag. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [Y] , de vader, wonende te [woonplaats] , advocaat: mr. V.S. Nolet te Den Haag. Procedure De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken, waaronder: het verzoekschrift van de moeder; het F9-formulier van 21 maart 2020 van de moeder, met bijlagen. - het verweerschrift van de vader. De minderjarigen [voornaam minderjarige 1] , [voornaam minderjarige 2] en [voornaam minderjarige 3] hebben zich voorafgaand aan de zitting in raadkamer uitgelaten over het verzoek. Op 11 november 2020 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder, bijgestaan door mr. S. Salhi en mevrouw [naam tolk] als tolk in het Arabisch-Egyptisch; de vader, bijgestaan door zijn advocaat; mevrouw [medewerkster RvdK] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Feiten Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum huwelijk] 1999 tot [datum echtscheiding] 2018. Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen: [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] 2003 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2005 te [geboorteplaats 1] ; [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2009 te [geboorteplaats 2] , Egypte. De ouders oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. Bij beschikking van [beschikkingsdatum] 2017 van deze rechtbank is – voor zover van belang – de echtscheiding tussen de ouders uitgesproken, is bepaald dat het aangehechte ouderschapsplan van 14 augustus 2017 deel uitmaakt van de beschikking en is bepaald dat de vader aan de moeder een kinderalimentatie van € 75,- per kind per maand moet voldoen. In het ouderschapsplan van 14 augustus 2017 zijn de ouders – voor zover van belang – het volgende overeengekomen: Artikel 1.1: ‘de ouders achten het in het belang van de kinderen dat zij na de echtscheiding gezamenlijk het ouderlijk gezag over hen blijven uitoefenen.’ Artikel 2.1: ‘de kinderen zullen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben en op haar adres in de Basisregistratie Personen van de gemeente ingeschreven staan.’ Artikel 3.1: ‘de ouders komen met betrekking tot de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken overeen dat de kinderen eens in de twee weken het weekend en in de schoolvakanties zo vaak als zij daar behoefte aan hebben bij de vader zullen verblijven.’ Artikel 3.2: ‘de ouder bij wie de kinderen op dat moment zijn, brengt de kinderen naar de andere ouder wanneer er gewisseld moet worden.’ - Volgens de Basisregistratie Personen hebben de moeder, de vader en de kinderen in ieder geval de Nederlandse nationaliteit. Verzoek en verweer De moeder verzoekt te bepalen dat: de moeder voortaan met eenhoofdig gezag over de kinderen zal worden belast; de zorg- c.q. omgangsregeling, zoals vastgesteld bij voornoemde beschikking, zal worden gewijzigd in die zin dat de vader wordt ontzegd om omgang te hebben met de kinderen dan wel dat de zorg- c.q. omgangsregeling wordt geschorst voor (on)bepaalde tijd, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De moeder doet haar verzoek steunen op de stelling dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Beoordeling Eenhoofdig gezag De moeder stelt dat de ouders sinds de echtscheiding niet meer met elkaar communiceren en hiertoe ook niet in staat zijn. Dit zal op korte termijn ook niet veranderen, zo is de moeder al meermaals gebleken. De moeder heeft vrijwillig hulp ingeschakeld via het CJG, maar dit heeft niet tot een verbetering geleid. Een nieuw hulpverleningstraject acht de moeder daarom ook niet passend. Verder is de vader onbereikbaar voor de moeder en ziet hij het belang van de kinderen niet in. Het voortduren van het gezamenlijk gezag zorgt ervoor dat de kinderen klem raken tussen de ouders. Nu de moeder de dagelijkse zorg heeft voor de kinderen en dus ook alle beslissingen voor hen neemt, wenst zij belast te worden met het eenhoofdig gezag. De vader voert verweer. Hij heeft nooit gezagsbeslissingen gefrustreerd door de vereiste toestemmingen te weigeren en daarnaast heeft de vader – ondanks het ontbreken van het contact met de kinderen – de in het ouderschapsplan vastgestelde kinderalimentatie iedere maand aan de moeder voldaan. Ook acht de vader toewijzing van het verzoek van de moeder niet in het belang van de kinderen, omdat hij dan nog verder uit hun leven zal worden verwijderd. De vader erkent dat de communicatie tussen de ouders niet goed verloopt, maar wil dit verbeteren via bijvoorbeeld een traject bij Ouderschap Blijft. De Raad heeft ter zitting aangegeven dat de kinderen duidelijk last lijken te hebben van de strijd tussen de ouders. De Raad adviseert de ouders daarom om te gaan deelnemen aan een traject bij Ouderschap Blijft, om de onderlinge communicatie te verbeteren. Een raadsonderzoek, zoals namens de ouders is geopteerd ter zitting, acht de Raad op dit moment niet geïndiceerd, nu op voorhand de uitkomst van het advies – namelijk het verbeteren van de onderlinge communicatie tussen de ouders – al duidelijk is. Gelet op het advies van de Raad heeft de rechtbank deelname aan het traject Ouderschap Blijft ter zitting met de ouders besproken. De vader heeft zich ter zitting bereid verklaard om hieraan deel te nemen, maar de moeder heeft zich hiertoe niet bereid verklaard. Als reden heeft de moeder hiervoor aangegeven dat zij in het verleden al meermaals heeft gepoogd om via vrijwillige hulpverlening de onderlinge communicatie, het onderlinge vertrouwen en het contact tussen de vader en de kinderen te herstellen, maar dat de vader zich hier nooit voor heeft ingezet. Nu de vader zijn houding niet heeft verbeterd, heeft de moeder geen vertrouwen in een positieve afloop van een hulpverleningstraject. Gelet hierop zal de rechtbank de ouders niet verwijzen naar het traject Ouderschap Blijft. De rechtbank overweegt dat het wettelijk uitgangspunt is dat ouders na uiteengaan gezamenlijk het gezag over de kinderen blijven uitoefenen. Op grond van artikel 1:253n tweede lid in samenhang met artikel 1:251 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt, indien er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. De rechtbank is van oordeel dat wijziging van het gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is. Uit de stukken en wat ter zitting is besproken is de rechtbank gebleken dat de vader feitelijk al vele jaren geen invulling geeft aan zijn gezagsrecht over de kinderen. Ook tijdens het huwelijk leefden partijen grotendeels apart van elkaar en was het de moeder die de dagelijkse zorg droeg en de dagelijkse beslissingen nam. Het is onwaarschijnlijk dat in deze situatie binnen afzienbare tijd verbetering zal kunnen optreden nu de moeder – wat de reden daarvan ook zij – niet bereid is om aan de onderlinge communicatie te werken. Nu de kinderen hun vader ook al geruime tijd niet hebben gezien, de vader feitelijk geen rol in het leven van de kinderen speelt en de kinderen dit ook niet (zeggen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.