uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amersfoort Bestuursrecht zaaknummer: NL20.15808 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. E.H. Bokhorst), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. A.M.H. van de Wal). Procesverloop Bij besluit van 20 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft 1 september 2020 via geluid- en videoverbinding (skype) plaatsgevonden. Op deze zitting is ook de zaak NL20.15809 behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw); daarin is bepaald dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd niet in behandeling wordt genomen indien op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij Zwitserland een verzoek om terugname gedaan. Zwitserland heeft dit verzoek aanvaard. Eiser voert aan dat hij niet terug wil naar Zwitserland, omdat hij nooit de bedoeling had om daar heen te gaan en ook nooit asiel heeft willen aanvragen. Volgens eiser zijn de vingerafdrukken die door hem zijn afgegeven onterecht gekoppeld aan een asielaanvraag. Aangezien hij niet ondubbelzinnig een asielaanvraag kenbaar heeft gemaakt, ontbreekt zijn asielaanvraag in Zwitserland en dit staat aan overdracht aan Zwitserland in de weg.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.