RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats ’s-Gravenhage CdW/bc Zaak-/rolnr.: 8459822 RL EXPL 20-6747 25 november 2020 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van: de besloten vennootschap Westland Infra Beheer B.V., gevestigd te Poeldijk,eisende partij,gemachtigde: mr. F.J. van Velsen, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] ,gedaagde partij,gemachtigde: [gemachtigde] . Partijen worden hierna aangeduid als “WIN” en “ [gedaagde] ”. 1Procedure 1.1. De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 17 april 2020; de conclusie van antwoord; de e-mail van 27 mei 2020 van [gedaagde] , met productie; de akte overlegging producties van WIN. 1.2. Op 28 september 2020 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij zijn verschenen [betrokkene] namens WIN, bijgestaan door mr. F.I.S.A.L. van Velsen, en [gedaagde] in persoon, bijgestaan door [gemachtigde] . Daarbij heeft mr. Van Velsen pleitnotities overgelegd. Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Het vonnis wordt vandaag uitgesproken. 2Feiten 2.1. WIN is netbeheerder in de zin van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998. 2.2. Op 24 augustus 2019 heeft [gedaagde] werkzaamheden uitgevoerd aan het adres [adres] te [plaats] . Daarbij is schade toegebracht aan een gasleiding van WIN (hierna: de gasleiding). 2.3. Bij brief van 26 augustus 2019 heeft RenB Infraschade namens WIN [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de door hem veroorzaakte schade aan de gasleiding. 2.4. Bij brief van 20 december 2019 heeft RenB Infraschade namens WIN een schadeopstelling verzonden aan [gedaagde] . Op de schadeopstelling is, voor zover relevant, het volgende opgenomen: “(…) omschrijving (…) bedrag eigen personeel (…) € 790,00 materialen (…) € 34,48 diversen (…) € 367,50 vaste posten storingsorganisatie: inkoop & logistiek. Consignatie (…) € 950,00 storingsafhandeling-gebonden kosten € 450,00 directe schade € 2.592,48 vaststelling aansprakelijkheid en schade € 450,00 totaal € 3.042,48 (…)” Gelijktijdig heeft WIN aan [gedaagde] verzocht om het bedrag van € 3.042,48 binnen 30 dagen aan haar te betalen. 2.5. [gedaagde] heeft het bedrag van € 3.042,48 niet betaald. 3Vordering, grondslag en verweer 3.1. WIN vordert veroordeling van [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan WIN te betalen een bedrag van € 3.069,73, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.592,48 vanaf 17 april 2020 tot de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van deze procedure. 3.2. WIN legt aan deze vordering, naast voormelde feiten, het volgende ten grondslag. [gedaagde] heeft onrechtmatig gehandeld, door bij en voorafgaand aan zijn werkzaamheden onvoldoende maatregelen te nemen om schade aan eigendommen van derden te voorkomen. [gedaagde] dient om die reden de schade te vergoeden die WIN als gevolg van de beschadiging aan de gasleiding heeft geleden. Deze schade bedraagt € 2.592,48 aan herstelkosten. Daarnaast vordert WIN € 450,00 aan kosten voor de vaststelling van schade, aansprakelijkheid en verhaal en een bedrag van € 27,25 aan wettelijke rente over het schadebedrag. 3.3. [gedaagde] heeft verweer gevoerd en stelt kort samengevat het volgende. [gedaagde] erkent dat hij de gasleiding heeft beschadigd. Op het onder 2.2 vermelde adres woont de broer van [gedaagde] , die hij hielp met het plaatsen van een houten schutting in zijn achtertuin. Met een edelmanboor heeft [gedaagde] een gat gemaakt, en op 50 centimeter diepte heeft hij de gasleiding beschadigd. [gedaagde] betwist dat de werkzaamheden onder zijn verantwoordelijkheid zijn uitgevoerd. Hij is slechts degene geweest die feitelijk de edelmanboor heeft gehanteerd. [gedaagde] heeft als particulier zijn broer geholpen. Hij was er niet mee bekend dat daar een gasleiding was, noch behoefde hij als niet-professionele grondwerker, daarmee bekend te zijn. Het handmatig in de grond voeren van een edelmanboor is niet een mechanische verrichting in de zin van artikel 1 Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (“WIBON”). Voorts betwist [gedaagde] de gevorderde schade ad € 2.592,48. Een onderbouwing van dit bedrag ontbreekt. Een gaspijp vervangen met een paar koppelingen en wat manuren zou niet moeten resulteren in het bedrag van € 2.592,48. Tot slot vordert WIN € 450,00 voor de vaststelling van schade, aansprakelijkheid en verhaal. [gedaagde] kan deze kostenpost bij gebreke van een specificatie niet volgen. 4Beoordeling 4.1. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde] de gasleiding heeft beschadigd. Partijen twisten echter over de vraag of [gedaagde] aansprakelijk is voor de ontstane schade en, in het verlengde daarvan, over de hoogte van het door WIN gestelde schadebedrag. Voorts is in geschil of WIN een bedrag van € 450,00 in rekening mag brengen voor het vaststellen van schade, aansprakelijkheid en verhaal. Aansprakelijkheid 4.2. Blijkens het bepaalde in artikel 1 WIBON wordt onder graafwerkzaamheden verstaan het mechanisch verrichten van werkzaamheden in de ondergrond. Dit artikel omschrijft een grondroerder als degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht. Voorts bepaalt artikel 2 lid 2 WIBON dat de grondroerder de graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze dient te verrichten. Daartoe dient hij op grond van het derde lid van dit artikel ten minste ervoor te zorgen dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.