RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/587305 / FA RK 20-233 Datum beschikking: 03 februari 2020 Opvolgende rechterlijke machtiging Beschikking naar aanleiding van het op 22 januari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een opvolgende machtiging voor de duur van twee jaar als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [de vrouw] hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedag] 1940 te [geboorteplaats] , wonende en verblijvende in de accommodatie [woonplaats] advocaat: mr. M.G. Eckhardt te 's-Gravenhage. 1Procesverloop 1.
- Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 januari
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een overzicht van de aanvraag opgesteld door het CIZ op 15 januari 2020; - de op 10 januari 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was; - een verklaring van de [zorgaanbieder] specialist ouderengeneeskunde van de accommodatie waarin cliënt is opgenomen van 8 januari 2020; een zorgplan van 7 januari 2020; een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 13 april
- 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 03 februari
- 1.3 Ter zitting waren de volgende personen aanwezig, die door de rechtbank de zijn gehoord: - de advocaat van cliënt, - de waarnemend [arts 2] , - de [dochter van cliënt] , - een verpleegkundige van de afdeling. 1.4 De rechtbank heeft vastgesteld dat cliënt niet bereid was zich te doen horen. De cliënt heeft vóór aanvang van de zitting aangegeven dat zij geen zin had om met de rechtbank te praten en eerst een sigaret wilde gaan roken, waarna zij naar het balkon op de afdeling is gelopen. De rechtbank heeft cliënt buiten opgezocht waar zij heeft verklaard dat zij niet gehoord wil worden. Uit de bewoordingen van cliënt was op te maken dat zij het er niet mee eens is om langer in het woonzorghuis te verblijven. 2Verweer De advocaat heeft ter zitting namens cliënt afwijzing van het verzoek gevraagd. De advocaat heeft zich voorts aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. De waarnemend arts heeft ter zitting verklaard dat cliënt binnen het woonzorghuis verblijft, maar medicatie, behandeling en medicatie weigert. Cliënt laat niemand binnen op haar kamer en geeft aan dat ze hier niet wil zijn. De diagnose dementie is gesteld. Zoals cliënt nu is, zal zij niet in staat zijn zelfstandig thuis te verblijven. 3Beoordeling 3.1 Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. 3.2 Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit: - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - bedreiging van de veiligheid van de cliënt al dan niet doordat zij onder invloed van een ander raakt. 3.3 De voortzetting van het verblijf is noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 3.4 Er zijn geen minder ingrijpende maatregelen om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. 3.5 Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen voortzetting van het verblijf. 3.6 Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een opvolgende rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal conform het verzoek worden verleend voor de duur van twee jaar. 4Beslissing De rechtbank: verleent een opvolgende rechterlijke machtiging tot voortzetting van het verblijf ten aanzien van: [de vrouw] geboren op [geboortedag] 1940 te [geboorteplaats] bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 03 februari
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. L. Koper, rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 03 februari
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.