uitspraak buiten zitting RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.7891 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: H.Q. van der Zaan). Procesverloop Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Overwegingen De rechtbank overweegt dat het beroep is aangehouden vanwege de afgekondigde maatregelen rondom het coronavirus. Deze maatregelen beperkten verweerder in de mogelijkheden om eiser in de gelegenheid te stellen zijn asielaanvraag te onderbouwen. De rechtbank ziet geen aanleiding om het beroep nog langer aan te houden. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de maatregelen rondom het coronavirus inmiddels zijn versoepeld en verweerder voldoende gelegenheid heeft gehad om zijn organisatie aan te passen aan de maatregelen die thans nog gelden. De rechtbank gaat daarom over tot een beoordeling van het beroep. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Awb. Partijen zijn het met elkaar eens dat verweerder te laat is met het beslissen op de aanvraag van eiser. In zijn verweerschrift van 12 mei 2020 geeft verweerder dit ook aan. Verweerder stelt zich in zijn brief van 21 juli 2020 echter op het standpunt dat eiser geen belang meer heeft bij het onderhavige beroep, omdat verweerder op 17 juli 2020 alsnog een besluit heeft genomen. Volgens verweerder moet het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaard worden. De rechtbank volgt verweerder in deze stelling. Omdat verweerder op 17 juli 2020 alsnog een besluit op de asielaanvraag heeft genomen, heeft eiser immers bereikt wat hij met zijn beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen kon bereiken. Dat betekent dat het belang bij een uitspraak van de rechter, het zogenoemde procesbelang, niet langer bestaat en het beroep voor zover gericht tegen het uitblijven van een beslissing, niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.