RECHTBANK DEN HAAG Team Jeugd- en Zorgrecht Zaak-/rekestnr.: C/09/587586 / FA RK 20-357 Datum beschikking: 03 februari 2020 Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling Beschikking naar aanleiding van het op 30 januari 2020 door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van: [de man] hierna te noemen: cliënt, geboren op [geboortedag] 1948 te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] verblijvende in de accommodatie Verpleeghuis [verblijfplaats] , advocaat: mr. J. de Koning te Lisse. 1Procesverloop 1.1 Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 30 januari
- Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag van 29 januari 2020; - de op 29 januari 2020 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige [arts 1] , die cliënt met het oog op de machtiging kort te voren heeft onderzocht, maar niet bij diens behandeling betrokken was. 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 03 februari
- 1.3 Ter zitting waren de volgende personen aanwezig, die door de rechtbank zijn gehoord: - de cliënt, bijgestaan door zijn advocaat, - de waarnemend [arts 2] - een verpleegkundige van de afdeling. 2Verweer De cliënt heeft verweer gevoerd tegen het verzochte en heeft verklaard dat hij bereid is om een paar weken langer te blijven, maar dan naar huis wil gaan. De cliënt heeft tevens verklaard dat het thuis tussen hem en zijn echtgenote niet goed is gegaan en dat hij niet weet hoe het is gegaan maar meent dat het verhaal van te veel pillen innemen niet klopt. De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit en daartoe aangevoerd dat cliënt afgelopen donderdag heeft gezegd dat hij bereid is te blijven als dat nodig is en dat vandaag ook weer zegt. De waarnemend arts heeft verklaard dat behoefte bestaat aan zorg bij dementie en dat na een herseninfarct een grotere kans bestaat op vasculaire dementie waarbij het verloop wisselend kan zijn. 3Beoordeling 3.1 Op 29 januari 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Den Haag ten behoeve van de cliënt een last tot inbewaringstelling afgegeven. 3.2 Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel waardoor een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de cliënt als gevolg van een psychogeriatrische aandoening dit ernstig nadeel veroorzaakt. 3.3 Het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bestaat uit: - levensgevaar; - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; - de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. 3.4 Om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden, is voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk. Dit middel is ook geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen dan wel af te wenden en er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 3.5 De cliënt verzet zich tegen een voortzetting van zijn verblijf in de accommodatie. Hoewel cliënt op dit moment bereid is voor korte duur in de accommodatie te verblijven, is het de vraag of die bereidheid op een ander moment nog bestaat. Zo heeft de verpleegkundige ter zitting verklaard dat zij cliënt gisteren met een koffer heeft aangetroffen waarbij cliënt te kennen gaf naar huis te willen. 3.6 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de criteria voor een voortzetting van de inbewaringstelling. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes weken. 4Beslissing De rechtbank: verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling ten aanzien van [de man] geboren op [geboortedag] 1948 te [geboorteplaats] , bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 maart
- wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. L. Koper, rechter, bijgestaan door mr. B.T.E. Groenendijk-Muller als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 03 februari
- De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari
- Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.