vonnis RECHTBANK DEN HAAG Team handel zaaknummer / rolnummer: C/09/568672 / HA ZA 19-185 Vonnis van 5 februari 2020 in de zaak van [de vrouw] te [plaats] , België, eiseres, advocaat mr. B.F.H.L. van Campfort te Veldhoven, tegen [de man] te [plaats] , België, gedaagde, advocaat mr. D.M. Lamers te Eindhoven. Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt, voor zover van belang, uit: de dagvaarding van 20 juni 2018, met producties; het incidenteel vonnis van 5 december 2018, waarbij de rechtbank Oost-Brabant zich relatief onbevoegd heeft verklaard en de zaak heeft verwezen naar deze rechtbank; de conclusie van antwoord, met producties; het tussenvonnis van 15 mei 2019, waarbij een comparitie van partijen is bevolen; de conclusie van repliek, tevens verandering / vermeerdering van eis, met producties; de conclusie van dupliek; het proces-verbaal van de comparitie van 12 november 2019. 1.2. Het proces-verbaal van de comparitie van 12 november 2019 is buiten de aanwezigheid van partijen opgemaakt. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om opmerkingen te maken over het proces-verbaal voor zover het feitelijke onjuistheden betreft. Partijen hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 1.3. Ten slotte is een datum voor het vonnis bepaald. 2 2. De feiten Partijen 2.1. De vrouw en de man hebben een affectieve relatie met elkaar gehad en gedurende een periode met elkaar samengewoond. 2.2. De vrouw exploiteert onder de naam [X] een interieurzaak in [plaats] , België. 2.3. De man is directeur-grootaandeelhouder van [B.V.I] , een bedrijf dat zich bezig houdt met online pay roll (hierna: [B.V.I] ), gevestigd te [plaats 2] . 2.4. Op 4 februari 2015 is uit de relatie tussen partijen dochter [de minderjarige] geboren. 2.5. Omstreeks 27 februari 2015 hebben de vrouw en de man hun relatie beëindigd. De man is toen uit de woning, waarin partijen samenwoonden, vertrokken. [de minderjarige] woont bij de vrouw. Geldleningen, aflossingen en correspondentie daarover 2.6. In 2013, toen de verhouding tussen de vrouw en de man nog goed was, heeft de vrouw diverse bedragen aan de man uitgeleend. Het gaat (in ieder geval) om de volgende per bank overgeschreven bedragen:- € 15.000 op 15 maart 2013 en onder vermelding van ‘[de lening] CONFORM CONTRAC14 MAART 2013’;- € 6.500 op 23 april 2013 en onder vermelding van ‘ONDERHANDSE LENING RETOUR 30 APRIL’;- € 8.000 op 24 april 2013 en onder vermelding van ‘ONDERHANDSE LENING RETOUR 30 APRIL’,aldus in totaal € 29.500. 2.7. Per bankoverschrijving van 25 april 2013 met de omschrijving ‘retour onderhandse lening ontvangen op 23 april 2013 (…)’ heeft de man € 5.500 van het onder 2.6 genoemde bedrag van € 6.500 terugbetaald. 2.8. Met betrekking tot de onder 2.6 en 2.7 genoemde bedragen is door de vrouw overgelegd (productie 1 bij dagvaarding) de ‘Overeenkomst van geldlening [ [de lening] ]’, gedateerd 14 maart 2013 (hierna: de TAL-overeenkomst). De TAL-overeenkomst, waarin de vrouw wordt aangeduid als ‘schuldeiser’ en de man als ‘schuldenaar’, vermeldt – voor zover relevant – het volgende: ‘Artikel 1 - Aard van de lening (…) Schuldenaar zal de geleende gelden gebruiken ter financiering van bedrijfsmiddelen, die behoren tot zijn verplichte ondernemingsvermogen. (…) 2- Bedrag De door schuldeiser aan schuldenaar verstrekte lening bedraagt: € 15000,- verstrekt per 15 maart 2013 per bank (…) € 1000,- verstrekt per 23 april 2013 per bank (…) (€ 6500 -/- € 5500) € 8000,- verstrekt per 24 april 2013 per bank (…) (…) Artikel 3 - Rente Schuldenaar is ter zake van deze lening over de resterende hoofdsom 7% rente per jaar verschuldigd aan schuldeiser. Artikel 4 - Afbetaling Per maand lost schuldenaar een bedrag af tussen €800,- en €1300,- in de eerste week van de maand, voor het eerst met ingang van 1 november 2014.(…) Tevens betaald schuldenaar uit de omzet van [… 1] de volgende bedragen als aflossing: (…) Indien er zich de mogelijkheid aanbiedt om meer af te lossen zal dit in overleg gebeuren. Het totaal bedrag inclusief de overeengekomen rente (7% per jaar) zal in zijn geheel voor 31 december 2015 voldaan worden. Artikel 5 - Onvoorziene omstandigheden/onderpand De hoofdsom of het restant daarvan en de daarover verschuldigde rente zal terstond opeisbaar zijn: (…) bij overtreding van enige bepaling van deze overeenkomst. (…) Artikel 6 - Rechtspraak Op deze overeenkomst is uitsluitend het Nederlandse recht van toepassing. De bevoegde rechter is de Nederlandse Burgerlijke Rechter.’ Voorts is in de TAL-overeenkomst onder artikel 2 een screenshot van de onder 2.6 en 2.7 genoemde banktransacties opgenomen. 2.9. De TAL-overeenkomst is door de man opgesteld, ondertekend en naar de vrouw verstuurd. De vrouw heeft de TAL-overeenkomst pas in een veel later stadium, te weten op 14 juni 2018, ondertekend. 2.10. Bij e-mail van 3 februari 2014 heeft de man, voor zover relevant, aan de vrouw geschreven: ‘Ik hoop dat je het ergens zakelijk kan zien. Ik snap je frustratie en geld is niet altijd leuk. Maar het is wel simpel de realiteit. (…) Geld of andere zaken komen wat mij betreft nooit tussen ons in te staan, maar ergens moet je in rust ook reëel zijn; - je hebt het mij zelf aangeboden(…)In de bijlage een voorstel waar ik jou voor het einde van oktober van dit jaar terugbetaal, startende met de maandelijkse betaling per 1 maart in de eerste week van de maand aangevuld met de omzet van [… 1] (gegarandeerd € 2000 voor eind maart, eind juni en eind sept.’2.11. De vrouw heeft hierop bij e-mail van 4 februari 2014 om 01:15 uur, voor zover relevant, als volgt gereageerd: ‘Geld is inderdaad een afschuwelijk onderwerp en persoonlijk vind ik het niet prettig dat het tussen ons instaat (…). TE bedenken dat we 3jr + samen zijn en ik toch al 2 jaar aan jou geld uitleen, waarvan nog niks terug is gekomen. Nu heb je dan een officiele overeenkomst gemaakt, maar waarom moet het zover komen?Laat staan jouw eerder beloftes, de vermelding bij de “ [de lening] ’ ben je niet nagekomen. Als je het niet nakomt…Kan gebeuren, maar vermeld het dan….en niet geruisloos voorbij laten gaan!! Als ik me uit, wordt alles onder de noemer ‘zakelijk’ verscholen (…). Zoals je VANDAAG mij n overeenkomst stuurt, pas nu (!) spreken we over n ‘zakelijke’ overeenkomst. (…)Betreft deze lååtste lening, ben ik ervan OVERTUIGD gezegd te hebben je niet alles te willen lenen, maar deels!! Daar blijf ik ook echt bij, wat inwendig baal ik geregeld van deze ‘zakelijke’ lening en wil ik het onderhand eens iets terug van zien.’2.12. De man heeft daarop bij e-mail van 4 februari 2014 om 08:20 uur – voor zover relevant – als volgt gereageerd: ‘Omdat dit een zakelijke transactie is en MOET zijn, niet alleen voor beide boekhoudkundig en de rente die daarover betaald moet worden, maar om dit soort discussies te voorkomen. Op papier, zakelijke rente (wat ik vanaf sec 1 roep) geen ruimte voor interpretatie. Plus als ik LATER terugbetaal het mij meer rente levert, ik meer ruimte jij meer rendement van je uitgeleend euro, zo werkt “krediet” EN JA IK BEN HIER TE LAAT MEE GEWEEST’ 2.13. Op 6 februari 2014 heeft de vrouw per bank en onder de mededeling van ‘[overeenkomst geldlening] ’ € 10.000 naar [B.V.I] overgemaakt. [B.V.I] heeft dit bedrag aan de vrouw terugbetaald. Dit bedrag is niet in het thans door de vrouw gevorderde bedrag begrepen. 2.14. Op 23 juni 2015 heeft de vrouw per e-mail aan de man verzocht om de geleende bedragen terug te betalen. 2.15. In een e-mail van 1 februari 2017 met onderwerp: ‘ [B.V.I] – update overzicht leningen & aflossen + screenshots’ heeft de man, voor zover relevant, aan de vrouw geschreven: ‘Om het voor ons beide makkelijk te maken, en de leningen sneller te kunnen afwerken, ben ik even in mijn administratie gedoken en heb van (bijna) alles een screenshot gemaakt. - screenshots van elke betaling van jou aan mij- screenshots van elke aflossing van mij- excel overzicht van naam van het screenshot (makkelijk zoeken)(…)Ook heb ik een overzicht gemaakt wat er op dit moment op “welke” manier is afgelost. Met daarbij de totalen op wat voor een manier ik nu nog wat vanuit prive of cash moet voldoen. Zoals gezegd, als je vragen hebt over mijn overzicht? (…) Let me know. (…)’ De vrouw heeft in dit verband als productie 2 bij dagvaarding overgelegd een Exceloverzicht en diverse screenshot van transacties van/naar de bankrekeningen van de man en [B.V.I] in de periode 15 februari 2013 tot en met 15 augustus 2016. 2.16. Eveneens op 1 februari 2017 hebben de vrouw en de man – voor zover relevant – de volgende WhatsAppberichten aan elkaar gestuurd: De man: ‘om het makkelijk te maken.. 16:33 heb ik mijn overzicht van leningen en aflossingen aangepast en alle screenshots erbij gezocht (hele dag tot nu mee bezig geweest) 16:33 (…) zie je mail… 16:34De vrouw: Kijk r later naar…. 17:18De man: geen haast…ik heb alles uitgeplust 17:41 en van alles de screenshots erbij gezocht 17:41 is goed voor het overzicht 17:41 en weten we wat er C en per B nog retour moet komen… 17:42 hoe wil je de eerste aflossing hebben? 17:42 (…) weet dat ik hier werk van wil maken om A duidelijkheid voor je wil verschaffen en B zsm wil afbetalen/afronden’ 20:23 2.17. Op 2 maart 2017 om 13:36:15 uur heeft de man per WhatsAppbericht aan de vrouw geschreven: ‘geloof me….ik ga niet muggenziften…over cash…een compensatie heb ik beloofd en kom ik niet op terug…’ 2.18. Op 10 maart 2017 heeft de man aan de vrouw een e-mail gestuurd met onderwerp: ‘overzicht [leningen, rb](update 10 maart) & concept ouderschapsplan’. In dit verband heeft de vrouw als productie 3 bij dagvaarding een Exceloverzicht overgelegd met, voor zover relevant, de volgende inhoud: ‘GELEEND (REF) BEDRAG (…)15-2-2013 Voor St Moritz cash, prive gestort € 6.800,0015-2-2013 [xx] , prive gestort € 3.700,0015-3-2013 stor[t]ing Paylogic Bank prive € 15.000,0023-4-2013 stor[t]int Paylogic / BYLEI Bank prive € 6.500,00 24-4-2013 stor[t]ing BYLEI Bank prive € 8.000.006-2-2014 VWMS c cach prive gestort € 5.000,00 12-2-2014 VWMS c cash prive gestort € 5.000,00 6-2-2014 VWMS b Bank [B.V.I] € 10.000,00 Totaal geleend € 60.000,00 DATUM WAT BETAALD PER BEDRAG 25-4-2013 Aflossing Prive € 5.500,00- (…) 2014 (…) aflossing 2014 € 2.600,00- (…)17-03-2014 Aflossing [B.V.I] Rabo € 1.000,00- (…)22-07-2014 Aflossing [B.V.I] Rabo € 1.000,00- (…) 27-2-2015 overname [plaats] , betalingen verbouwing (…) € 4.867,00- (…)13-7-2015 aflossing Prive ING (…) € 1.000,00- (…)6-8-2015 t-mobile [de vrouw] Prive ING (…) € 55,90- (…)23-9-2015 aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 500,00- (…)28-9-2015 aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 500,00- (…)1-10-2015 t-mobile [de vrouw] Prive ING (…) € 55,90- (…) 22-10-2015 aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 1.000,00- (…)23-11-2015 aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 500,00- (…)11-12-20015 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] 640 voldaan € 56,71- (…)11-12-2015 aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 250,00- (…)15-12-2015 aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 1.250,00- (…) 15-12-2015 aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 2.000,00- (…)25-12-2015 betaling belasting [de vrouw] € 665,00-26-12-2015 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] 640 voldaan € 86,67-29-12-2015 maandelijkse aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 2.000,00- (…) € -17.389,26 totaal afgelost 2015 11-1-2016 maandelijkse aflossing [B.V.I] 640 voldaan € 2.000,00- (…)4-2-2015 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] ING voldaan prive € 47,23-21-2-2016 maandelijkse aflossing cash € 1.250,00- (…)22-2-2016 maandelijkse aflossing cash € 1.900,00- (…)0803-2016 maandelijkse aflossing cash € 2.045,00- (…)8-3-2016 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] ING voldaan prive € 47,23-25-3-2016 maandelijkse aflossing cash € 2.000,00- (…)22-4-2016 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] ING voldaan [B.V.I] € 47,23- 6x inkopen winkel [de vrouw] ad € 125 nog te verrekenen € 900,00- (…)19-5-2016 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] ING voldaan [B.V.I] € 47,23- 3x inkopen winkel [de vrouw] ad € 150 nog te verrekenen € 450,00- (…)4-7-2016 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] ING voldaan [B.V.I] € 62,23-25-7-2016 t-moibile [de vrouw] [B.V.I] ING voldaan [B.V.I] € 47,23-15-8-2016 t-mobile [de vrouw] [B.V.I] ING voldaan [B.V.I] € 62,48- (…)totaal afgelost augustus 2016 € 35.795,12- (…) 4-2-2017 aflossing cash gepint ING [plaats] € 500,00- (…) ** bedrag [A] (gereserveerd aflossing lening [de vrouw] ) € 5.500,00- (…) TOTALEN AFLOSSINGEN (specificatie) bank totaal afgelost per bank [B.V.I] € -14.600,00bank totaal afgelost per bank Prive (incl t-mobile) € -7.783,12cash boedelscheiding [adres] € 4.867,00-cash cash gegeven (incl druiven) € -9.045,00 totaal voldaan € -36.295,12 TOTALEN GELEENDcash totaal cash € 20.500,00 (…)bank totaal overgemaakt aan prive € 29.500,00 (…)bank totaal overgemaakt aan [B.V.I] € 10.000,00 (…) € 60.000,00 HOE NOG AF TE LOSSEN nog cash te betalen € 6.588,00 (…) nog over te maken vanuit prive € 17.116,88 (…) € 23.704,88 (…) Rente, € 28.000,- a 7% over 3 jaar € 5.880,00 OK [..] € 150,00 OK los € 500,00OK huur nov dec € 900,00OK retour € -200,00OK casino € -575,00OK woodwaves € 700,00 € 1.475,00 geleend 20/9/2013 6000 terugbetaald? -3000 tafeltje snell 40 benzine 20’ 2.19. Bij e-mail van 16 april 2017 heeft de man, voor zover relevant, aan de vrouw geschreven: ‘Als jij voor vrijdag over de brug komt met mijn verzoek, zal ik op mijn beurt de onderlinge financieren ook op papier zetten en ondertekenen, incl een deadline en de besproken compensatie in de vorm van 7%.’2.20. De vrouw heeft aanvankelijk een Belgische advocaat, [de advocaat] , ingeschakeld om de geldlening bij de man op te eisen. Bij brief van 7 maart 2018 heeft [de advocaat] de man gesommeerd tot betaling van een totaalbedrag van € 66.342,- binnen acht dagen, onder de mededeling dat ‘u (…) dit schrijven als een ingebrekestelling [zal, rb] willen aanvaarden.’ 2.21. Naar aanleiding van voornoemde brief heeft de man bij e-mail van 25 maart 2018 met het onderwerp ‘intrekken schrijven [de advocaat] (…)’, voor zover relevant, het volgende aan de vrouw geschreven:‘Ondanks ons akkoord stammende uit 03-2017 over de boedelscheiding en de financiën, heb jij jouw schrijven, met absurde stellingname, van [de advocaat] nog niet officieel ingetrokken. Daarin dreig jij uit de lucht gegrepen bedragen te vorderen, en op basis van verkeerd recht, en nietige documenten dwangmaatregelen in te zetten. De stellingen over bedragen en dwangmaatregelen zijn niet van toepassing/nietig, omdat; A [de lening] , welke jij als onderbouwing aanhaalt, is juridisch onrechtmatig, de rechten en de plichten die eruit voortvloeien zijn dus nietig. (…)C de overeenkomst is nooit door jou getekend (…)E [de advocaat] is een Belgische advocaat, als jij de overeenkomst (…) toen had getekend, of als hij niet nietig zou zijn en door jou goed was gelezen, zou jij en dus ook [de advocaat] weten dat, als de overeenkomst al van kracht zou zijn, de NL wet van toepassing is, dus [de advocaat] is niet bevoegd om op basis van NL recht maatregelen te nemen. F De overeenkomst is nooit officieel bekrachtigd, jij hebt deze nooit ondertekend omdat jij uit hoofde van onze relatie dat niet nodig vond. Ik heb hem na het opstellen direct ingescand, de datum van scannen heb ik opgeslagen. Zou je nu iets “snel snel” ondertekenen, anti-dateer jij zaken (=strafbaar), probeer dat niet, want ik zal je er op pakken(…)H (…). NIMMER heb jij sinds 2016 (…) de door mij opgestelde overzichten hieromtrent in twijfel getrokken. Sterker, aangezien jouw administratie (prive en zakelijk = zijn foto’s van) stapels papieren, post it’s zijn, blauwe en gele boekjes, was je altijd blij met mijn overzichten en back-ups. (…)L Los van de nietige overeenkomst, de aan de nietige overeenkomst verbonden bedragen, heb jij overgemaakt aan mijn BV. Deze zijn NIET prive te vorderen. (...).(…)5. ik heb van elke euro, betaald en ontvangen aan prive en/of aan mijn bv, van vakanties tot steun, van verbouwing appartement [plaats] tot geboorte/zwangerschap [de minderjarige] een screenshot. Van elke cash opname (…) Ja ik ben grondig in mijn administratie.’2.22. Bij brief van 7 juni 2018 heeft de huidige advocaat van de vrouw, mr. Van Campfort, de man gesommeerd tot terugbetaling aan de vrouw van een totaalbedrag van € 47.457,12. Deze brief vermeldt, voor zover relevant, voorts:‘U (als geldlener) hebt op 14 maart 2013 met cliënte (als gelduitlener) [de lening] (…) ad € 24.000,00 gesloten. (…) De geldlening had, inclusief rente, uiterlijk op 31 december 2015 volledig betaald moeten zijn (…). U bent daarmee in gebreke gebleven en daardoor (van rechtswege ex artikel 6:83 aanhef en sub a BW) in verzuim komen te verkeren. U bent derhalve, inzake [de lening] , tot op heden aan cliënte verschuldigd:- Hoofdsom (het uitgeleende bedrag): € 24.000,00- Contractuele rente (…) (7%) __________ € 32.607,12 U hebt echter nog meer geldbedragen van cliënte geleend dan in [de lening] is vermeld. U heeft dit bevestigd in uw e-mail aan cliënte d.d. 1 februari 2017 (…) Het genoemde excel overzicht (…) bevat, voor zover ten deze relevant, het volgende: “(…) totaal geleend € 60.000,00” [de lening] bedraagt € 24.000,00, zodat van bovengenoemd dikgedrukt bedrag resteert (€ 60.000,00 – € 24.000,00=) € 36.000,00. Op laatstgenoemd bedrag van € 36.000,00 hebt u, zo erkent cliënte, afgelost als volgt: [volgt op pagina 3 onderaan een overzicht van de betalingen, rb] (…) De bedragen onderaan pagina 3 van deze brief opgeteld, komt neer op een bedrag van € 21.150,00, zodat van het overig uitgeleende bedrag van € 36.000,00 resteert een bedrag van € 14.850,00. U bent derhalve tot op heden aan cliënte verschuldigd een totaalbedrag van (€ 32.607,12 + € 14.850,00 =) € 47.457,12. (…) Indien het verschuldigde bedrag van in totaal € 47.457,12 niet binnen veertien dagen nadat deze brief bij u is bezorgd, staat bijgeschreven op onze derdengeldenrekening, zal u tevens de gemaakte buitengerechtelijke incassokosten aan cliënte verschuldigd zijn. De buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 1.163,50 exclusief BTW en € 1.407,84 inclusief BTW (cliënte kan de BTW niet verrekenen, reden waarom het bedrag inclusief BTW verschuldigd zal zijn), zulks overeenkomstig de Staffel Buitengerechtelijke Incassokosten (BIK). Uitgangspunt is genomen een hoofdsom van (€ 24.000,00 + € 14.850,00 =) € 38.850,00. Deze brief dient (mede) te worden beschouwd als een zogenaamde veertiendagenbrief in de zin van artikel 6:96 lid 6 BW.’ Bij deze brief was het hiervoor onder 2.18. geciteerde Exeloverzicht (update 10 maart) als bijlage gevoegd. 2.23. De man heeft hierop bij e-mail van 7 juni 2018 als volgt gereageerd: ‘(…) ik zal niet voldoen aan de door u gestelde deadline. Als u meent uw client, op basis van; - incorrecte informatie welke uw client u heeft verschaft en waar u uw schrijven op baseert - andere lopende afspraken en Rechtszaken tussen uw client en mij toch adviseert een bodemprocedure te starten in NL, dan zie ik deze met vertrouwen tegemoet. (…)’ 2.24. Bij e-mail van 14 juni 2018 heeft de man – voor zover relevant – aan de vrouw geschreven:‘(…) ik ben bereid om onderling te overleggen over het wegwerken van het laatste restant financiën en dit op korte termijn weer op te pakken, echter onder de voorwaarden dat dit gesprek gevoerd wordt;(…)- obv overzichten welke wij reeds begin 2017 samen hebben opgemaakt (….) welke jij toen reeds hebt goedgekeurd (…)’ In verband met eventuele verrekenposten zijn nog de navolgende feiten van belang: 2.25. In december 2014 zijn de vrouw en de man van een huurwoning te [plaats 2] naar een huurwoning aan de [adres] , België verhuisd. Beide ter zake gesloten huurovereenkomsten zijn op naam van de vrouw aangegaan. 2.26. Omstreeks 27 februari 2015 hebben de vrouw en de man hun relatie beëindigd. De man is toen uit de woning aan de [adres] vertrokken. De inboedel is bij de vrouw, die aldaar is blijven wonen, achtergebleven. 2.27. Op 13 juli 2015 heeft de man per bank een bedrag van € 1.000 aan de vrouw overgemaakt, onder vermelding van ‘huur [adres] ’. 2.28. In 2015 en 2016 heeft de vrouw de beschikking gehad over een telefoon met een abonnement van T-Mobile op naam van (de onderneming van) de man. De man dan wel [B.V.I] heeft in dit verband (in ieder geval) de volgende telefoonrekeningen betaald: - 4 februari 2015 € 47,23- 6 augustus 2015 € 55,90- 1 oktober 2015 € 57,98- 11 december 2015 € 56,71- 8 maart 2016 € 47,23- 22 april 2016 € 47,23- 19 mei 2016 € 47,23- 4 juli 2016 € 62,23- 25 juli 2016 € 47,23- 15 augustus 2016 € 62,48Totaal € 531,45 2.29. [B.V.I] heeft op 25 december 2015 ten behoeve van een aan de vrouw gerichte belastingaanslag een bedrag van € 663,07 aan de Belastingdienst betaald. 2.30. Op 11 februari 2016 heeft [B.V.I] per bank en onder vermelding van ‘aflossing [de vrouw] jan 2016’ een bedrag van € 2.000 aan de vrouw overgemaakt. 2.31. De man heeft begin 2016 en begin 2017 in totaal drie geldopnames ten bedrage van (€ 1.250 + € 1.900 + € 500 =) € 3.650 gedaan, welke bedragen de man vervolgens contant aan de vrouw heeft gegeven. 2.32. De man heeft (in ieder geval) voor een bedrag van € 750 inkopen gedaan voor de interieurwinkel van de vrouw. 2.33. De man heeft een website gebouwd voor de interieurwinkel van de vrouw en zorggedragen voor de benodigde hosting over de periode januari 2013 tot en met september 2015. Op 4 oktober 2016 heeft [B.V.I] voor deze werkzaamheden alsmede voor de overdracht van de website aan de vrouw een factuur opgesteld tot een bedrag van € 3.115,75 inclusief BTW. 3Het geschil 3.1. [de vrouw] vordert – na wijziging van eis – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de man veroordeelt: I. te betalen: a. inzake de [de lening] een bedrag van € 24.000, te vermeerderen met de contractuele rente van 7% per jaar vanaf 24 april 2013 tot aan de dag der algehele voldoening; b. inzake de restantlening een bedrag van € 13.568,55, te vermeerderen met de contractuele rente van 7% per jaar vanaf 12 februari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening; c. aan buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 1.407,84 inclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 22 juni 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; II. in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW indien en voor zover de man deze kosten niet binnen 14 dagen na daartoe schriftelijk te zijn aangemaand heeft voldaan; III. in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente ex 6:119 BW. 3.2. De vrouw legt aan haar vorderingen (samengevat) het volgende ten grondslag. ad a. 3.2.1. De vrouw stelt, onder verwijzing naar de TAL-overeenkomst, dat zij (als gelduitlener) op 14 maart 2013 met de man (als geldlener) een overeenkomst van verbruikleen in de vorm van een zogenaamde [de lening] heeft gesloten ten bedrage van (€ 29.500 minus € 5.500) € 24.000. Deze lening moest, inclusief 7% contractuele rente, uiterlijk op 31 december 2015 volledig zijn terugbetaald. De man is daarmee in gebreke gebleven en daardoor in verzuim komen te verkeren. ad b. 3.2.2. De vrouw stelt daarnaast nog diverse geldbedragen ten belope van in totaal € 36.000 aan De man te hebben uitgeleend. Van deze zogenoemde ‘restantlening’ is de man thans nog een bedrag van € 13.568,55, eveneens te vermeerderen met een contracutele rente van 7%, verschuldigd. Ook over deze restantlening is mondeling een rentepercentage van 7% afgesproken en deze afspraak is daarna door de man schriftelijk bevestigd. ad c. 3.2.3. Ter onderbouwing van degevorderde buitengerechtelijke incassokosten verwijst de vrouw naar de (aanmanings)brief van mr. Van Campfort van 7 juni 2018, waarbij de man reeds de verschuldigdheid van de gemaakte buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.407,84 inclusief BTW is aangezegd. 3.3. De man voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. De man betoogt hiertoe dat de TAL-overeenkomst niet geldig is, dat de vrouw onder informele condities, zonder harde terugbetalingsafspraken, in totaal een bedrag van € 39.500,- aan hem heeft uitgeleend; € 10.000,- aan [B.V.I] en € 29.500,- aan hem in persoon. De man en de vrouw hebben steeds goede betalingsafspraken kunnen maken, maar toen de vrouw de afspraken uit het ouderschapsplan niet nakwam, is de man gestopt met terugbetaling. Op de eerste lening aan [B.V.I] is € 5.610,37 te veel afgelost. Volgens de man moet dit bedrag in mindering worden gebracht op de tweede, aan hem in privé verstrekte, lening, waarvan tevens een bedrag van in totaal € 22.703,57 is afgelost dan wel voor verrekening in aanmerking komt. Een en ander leidt er – aldus nog steeds de man – toe dat de vrouw thans nog van de man te vorderen heeft een bedrag van € 1.186,06, welk bedrag op korte termijn aan de vrouw zal worden betaald. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling bevoegdheid en toepasselijk recht 4.1. De vrouw en de man zijn beiden Nederlander en wonen allebei in België, waarmee de zaak een internationaal karakter heeft. In dergelijk zaken dient de rechtbank ambtshalve in te gaan op de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en op de vraag welk recht moet worden toegepast. De rechtbank Oost-Brabant heeft reeds geoordeeld dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft (zie onder 2.1.), zodat nu alleen het laatste punt nog ter beoordeling voorligt. Het toepasselijk recht dient beoordeeld te worden aan de hand van de Verordening (EG) nr. 593/2008 van 17 juni 2008 betreffende het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I). Immers, er is sprake van (gestelde) betalingsverplichtingen uit verbintenissen uit overeenkomsten in een burgerlijke of handelszaak (artikel 1 Rome I) en de betrokken overeenkomsten zijn gesloten na de dag van de inwerkingtreding van Rome I, te weten 17 december 2009 (artikel 28 Rome I). Blijkens artikel 2 Rome I is het aangewezen recht toepasselijk, ongeacht de vraag of het het recht van een lidstaat is. 4.2. Partijen hebben in art. 6 van de TAL-overeenkomst een rechtskeus voor Nederlands recht gemaakt. De rechtbank acht de TAL-overeenkomst geldig, zoals hierna zal worden besproken. Ook in hun brieven voorafgaand aan deze procedure en in hun processtukken zijn partijen van de toepasselijkheid van Nederlands recht uitgegaan. Deze proceshouding wordt als een impliciete rechtskeus voor Nederlands recht opgevat, zodat de vorderingen naar Nederlands recht worden beoordeeld. 4.3. De vrouw stelt in totaal een bedrag van € 60.000,- aan de man – in privé dan wel als bestuurder van [B.V.I] – ter beschikking te hebben gesteld. Zij beroept zich op de naar haar zeggen met de man gesloten TAL-overeenkomst en de later gesloten mondelinge overeenkomst tot geldlening (naar oud recht: overeenkomst van verbruikleen) die schriftelijk door de man is bevestigd. Het bedrag zou in de volgende deelbetalingen aan de man ter leen zijn verstrekt: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.