← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:14818

uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.15439 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. W.M. Blaauw), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. Y. Rikken). Procesverloop Bij besluit van 12 augustus 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Naar aanleiding van de maatregelen die zijn getroffen in verband het coronavirus is deze zaak behandeld door middel van een Skype-beeldverbinding. Het onderzoek heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.15440, plaatsgevonden op 28 augustus

  1. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen
  2. Eiser stelt van Poolse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [1987] . Eiser heeft op 2 juli 2020 een aanvraag voor een asielvergunning voor bepaalde tijd ingediend. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij een paspoort heeft, maar dat hij dat niet kan overleggen, omdat dat paspoort bij een kennis ligt. Eiser heeft verder verklaard dat hij bij terugkeer naar Polen in een Poolse gevangenis terecht komt, omdat hij is veroordeeld tot een voorwaardelijke straf en daar de voorwaarden van heeft overtreden. Verder stelt eiser dat hij in Polen problemen ondervonden heeft.
  3. Verweerder heeft de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard ogv art 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), omdat eiser verklaard heeft de zaaknummer: NL20.15439 2 Poolse nationaliteit te bezitten en Polen een lidstaat van de EU is. Verder ziet verweerder geen aanleiding om de aan eiser opgelegde vrijheidsbenemende maatregel op te heffen.
  4. In beroep is aangevoerd dat verweerder niet tot afwijzing van het ingediende verzoek om uitstel heeft kunnen komen. Verweerder is verzocht om uitstel voor het indienen van een zienswijze omdat hij eiser niet heeft kunnen spreken, omdat er in het detentiecentrum Rotterdam waar eiser in vreemdelingenbewaring corona was geconstateerd. Verweerder heeft volgens eiser niet gereageerd op dat verzoek om uitstel. Onder verwijzing naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 7 april 2020 betoogt eiser dat verweerder had moeten reageren op het verzoek om uitstel en een standpunt hierover had moeten innemen.2 Dit geldt nog meer in deze tijd waarin het coronavirus aan de orde is. Verweerder heeft zich onvoldoende ingespannen om eiser in de gelegenheid te stellen met zijn gemachtigde te overleggen. Daarnaast geldt volgens eiser dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd.
  5. Verweerder heeft ter zitting zich op het standpunt gesteld dat is gereageerd op het verzoek om uitstel voor het indienen van de zienswijze.
  6. De rechtbank is het volgende gebleken. Op 23 juli 2020 is het voornemen om de asielaanvraag van eiser af te wijzen verzonden aan de gemachtigde van eiser. In het voornemen is vermeld dat de zienswijze binnen een termijn van twee weken moet worden ingediend. Bij brief van 5 augustus 2020 heeft de gemachtigde van eiser verzocht om verlenging van de termijn voor het uitbrengen van een zienswijze. Een medewerker van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) heeft op 7 augustus 2020 naar aanleiding van het verzoek om uitstel telefonisch contact opgenomen met de gemachtigde van eiser. De medewerker heeft de gemachtigde voorgesteld om met behulp van een videoverbinding contact tussen gemachtigde en eiser mogelijk te maken en heeft de gemachtigde verzocht verweerder hierover uiterlijk 11 augustus 2020 te berichten. Verweerder heeft op 12 augustus 2020 het bestreden besluit genomen.
  7. Anders dan eiser naar voren heeft gebracht is gebleken dat verweerder hem naar aanleiding van de brief van 5 augustus 2020 wel in de gelegenheid heeft gesteld om contact met zijn gemachtigde te hebben ten einde een zienswijze in te dienen naar aanleiding van het voornemen. Van deze gelegenheid heeft eiser geen gebruik gemaakt. Ook is niet aangegeven dat de door verweerder geboden mogelijkheid om na contact met de gemachtigde alsnog een zienswijze in te dienen onvoldoende zou zijn. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onder die omstandigheden het bestreden besluit heeft kunnen nemen. Niet is gebleken dat eiser hiermee in zijn belangen is geschaad. Eiser heeft inhoudelijk niet gereageerd op het voornemen en het bestreden besluit.
  8. Nu eiser inhoudelijk geen gronden heeft ingediend tegen het bestreden besluit komt de rechtbank tot de conclusie dat de aanvraag van eiser terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Het beroep is ongegrond.
  9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. zaaknummer: NL20.15439 3 Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Reijnierse, rechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Kleijn, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken. zaaknummer: NL20.15439 4 De uitspraak is bekendgemaakt op: 14 september 2020 Mr. L.M. Reijnierse Rechter Rechtbank Midden-Nederland L.M. Kleijn Griffier Rechtbank Midden-Nederland Documentcode: [documentcode] Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking. Een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 kan niet-ontvankelijk worden verklaard in de zin van artikel 33 van de Procedurerichtlijn, indien: a. de vreemdeling in een andere lidstaat van de Europese Unie internationale bescherming geniet 2 ECLI:NL:RVS:2020:991

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.