← Nederland

ECLI:NL:RBDHA:2020:2431

RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht zaaknummer: NL20.4335 uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen [verzoeker] , verzoeker [persoonsnummer] (gemachtigde: mr. C.J. Ullersma), en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: Y. ten Cate). Procesverloop Bij besluit van (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en om een voorlopige voorziening verzocht. Dit beroep heeft de rechtbank ongegrond verklaard met de uitspraak van 7 februari 2020 (NL20.822). Het verzoek om een voorlopige voorziening (NL20.823) heeft de voorzieningenrechter afgewezen. Tegen de uitspraak op het beroep heeft opposant (verder verzoeker) verzet ingediend op 13 februari

  1. Op 17 februari 2020 heeft de Dienst Terugkeer en Vertrek van verweerder meegedeeld dat verzoeker op 20 februari 2020 om [tijdstip] met [vluchtnummer] zal uitreizen naar Parijs. Op 18 februari 2020 heeft verzoeker om een voorlopige voorzienig verzocht, met het doel zijn verzet hier te kunnen afwachten. Verweerder heeft op 18 februari gereageerd op dit verzoek. Overwegingen
  2. In het verzetschrift heeft verzoeker gemeld dat hij op zijn verzet wil worden gehoord. De voorzieningenrechter begrijpt het verzoek zo dat verzoeker met zijn verzoek wil voorkomen dat hij voor de behandeling van zijn verzet op een zitting zal worden overgedragen aan Frankrijk. 2.1 De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) de mogelijkheid om zonder zitting uitspraak te doen als er sprake is van kennelijke ongegrondheid van het verzoek. 2.2 Om te beoordelen of van dat laatste sprake is, moet de voorzieningenrechter een inschatting maken of het verzet kans van slagen heeft. 3.1 Door verzoeker is betwist dat Frankrijk wel de verantwoordelijke lidstaat is omdat verzoeker naar eigen zeggen tussen mei 2018 en november 2019 buiten de EU heeft verbleven. 3.2 De rechtbank heeft daar in de aangevallen uitspraak kort gezegd over geoordeeld dat het gestelde verblijf buiten het grondgebied van de EU (los van de gestelde ontvoering naar Tsjetsjenië) niet is onderbouwd. Verweerder heeft volgens de uitspraak de Franse autoriteiten ook in voldoende mate geïnformeerd over de verklaring van verzoeker over zijn ontvoering en verblijf buiten het grondgebied en de Franse autoriteiten. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat verzoeker niet met medische stukken heeft onderbouwd dat hij niet adequaat heeft kunnen verklaren. 3.3 Verzoeker herhaalt min of meer in verzet zijn standpunten over de formulering van het terugnameverzoek aan Frankrijk. Hierover is door de rechtbank al geoordeeld. Ook heeft de rechtbank geoordeeld of eiser in staat was te verklaren. Hetgeen in verzet is aangevoerd vormt geen reden daaraan te twijfelen. 3.4 De voorzieningenrechter wijst verder nog op de uitspraak van de RvS van 18 mei 2017 (zie ECLI:NL:RVS:2017:1326) in de [zaak] . Uit die uitspraak volgt dat het aan verzoeker is om aan te tonen dat hij het grondgebied van de EU-lidstaten heeft verlaten, zoals in de aangevallen uitspraak al is geoordeeld. Dat had en heeft verzoeker niet gedaan, en al hetgeen verzoeker heeft aangevoerd doet geen afbreuk aan die op hem rustende bewijslast. 3.5 Het verzet heeft dus geen kans van slagen. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door H.J. Tijselink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.E. Toonen, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar gedaan en bekendgemaakt op: 19 februari 2020 Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.